ZoekenLogin
 
 
 
Advies op maat bij de preventie/bestrijding van plaagdieren
Nauwkeurig onderzoek als basis voor een goede plaagdierbeheersing
Kennis en ervaring leer je in de opleidingen van het KAD
KAD nascholingen; ruime keuze uit tal van onderwerpen
KAD-Keurmerk
Duurzaam bouwen en plaagdierpreventie

Nieuws

Toenemend aantal meldi...

Door het aanhoudende mooie zomerweer en daarbij horende hoge...

KAD-Keurmerk

Nieuwe Keurmerkhouder:Het KAD kan opnieuw een bedrijf feliciteren met het...

Huismuis

Wetenschappelijke naam:Mus domesticus Rutty 1772
Engelse naam:House mouse

Leefwijze
Inheems. Leeft in kleine en grote groepen met een eigen territorium. Muizenplagen in gebouwen worden meestal veroorzaakt door huismuizen. Draagtijd van huismuizen bedraagt 21 dagen, een vrouwtje werpt 5-8 jongen, de zoogperiode bedraagt 3 weken. Jongen zijn na 2 maanden geslachtsrijp. Leeftijd, gemiddeld 1 jaar. Uitbreiding van een populatie is sterk afhankelijk van nestgelegenheid en voedselaanbod; voedsel: alleseter (3-5 gram per dag) met een duidelijke voorkeur voor granen, peulvruchten en noten, vetrijke spijzen (kaas, boter e.d.) voedsel met hoog suikergehalte, voorraadvorming
Overlast
Muizen zijn knaagdieren en moeten blijven knagen om tanden kort te houden. Knaagschade aan alles wat ze tegenkomen, papier, textiel, hout, kunststof kabels en leidingen. Bevuilen voedselvoorraden met urine en faeces. Stankoverlast (muizengeur en kadavers). Rustverstoring. Verspreiders van ziektekiemen (voedselvergiftiging).
Voorkomen overlast
  • Treffen van bouwkundige maatregelen: gaten groter dan 0,5 cm afdichten; schuilplaatsen wegnemen.
  • Treffen van hygienische weringsmaatregelen: voedsel afsluiten; voedselresten wegnemen.

Beschermingsstatus
De huismuis is niet aangewezen als beschermde diersoort.
Ontheffingen / vrijstellingen
Omdat de huismuis niet als beschermde diersoort is aangewezen, gelden de verboden in de FFwet om dit dier te vangen, doden, te verontrusten, etc. niet. Wel geldt de algemene zorgplichtbepaling, neergelegd in artikel 2 FFwet (een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving). Deze bepaling die geldt voor alle in het wild levende dieren, houdt in dat een dier niet zinloos gedood, verontrust of gevangen mag worden.

Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen worden gebruikt:
  • geweer
  • kastvallen
  • vangkooien
  • klemmen
  • chemische bestrijdingsmiddelen; deze mogen alleen gebruikt worden door personen in het bezit van een vakbekwaamheidsdiploma "bestrijdingstechnicus".

Nadere informatie
Voor (vang)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-41 96 60).


Terug naar de vorige pagina..

Vakblad


Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten

Nieuwsbrief

Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.
 Voornaam
 
 Achternaam
 
 E-mail adres