ZoekenLogin
 
 
 
Advies op maat bij de preventie/bestrijding van plaagdieren
Nauwkeurig onderzoek als basis voor een goede plaagdierbeheersing
Kennis en ervaring leer je in de opleidingen van het KAD
KAD nascholingen; ruime keuze uit tal van onderwerpen
KAD-Keurmerk
Duurzaam bouwen en plaagdierpreventie

Nieuws

Toenemend aantal meldi...

Door het aanhoudende mooie zomerweer en daarbij horende hoge...

KAD-Keurmerk

Nieuwe Keurmerkhouder:Het KAD kan opnieuw een bedrijf feliciteren met het...

Kauw

Wetenschappelijke naam:Corvus monedula Linnaeus, 1758
Engelse naam:Eurasian Jackdaw

Leefwijze
Standvogel. Grootte: 30-34 cm. Donkergrijs met lichtgrijze zijhals en achterhoofd. Korte afstandtrekker vanuit het noorden. Holenbroeder nestelt in boomholten, konijnenholen in de duinen, schoorstenen, luchtkanalen, nestkasten en rotsspeten. Broedt in losvaste kolonies in zowel landelijke als stedelijke omgeving. Legt 4 tot 5 eieren. De broedduur is ongeveer 16 dagen. De jongen vliegen na ca. 30 dagen uit. Voedsel: alleseter: wormen, slakken, insecten (engerlingen, emelten), vruchten, graan, voedselresten, eieren en jongen van kleinere vogels. Kauwen leven in groepen en hebben een gezamenlijke slaapplaats.
Overlast
Vernielen gazons (sportvelden) op zoek naar insectenlarven (engerlingen, emelten). Vraat-, pik- en krabschade aan ingezaaide en gekiemde gewassen, aan fruit; schade aan graan (legeren); geluidoverlast op de gezamenlijke slaapplaatsen; verstoppen van schoorstenen, rook- en ventilatiekanalen door nestmateriaal; aanpikken rieten daken; schade aan materialen door speelgedrag (laten vallen van kiezelstenen vanaf grinddaken)
Voorkomen overlast
Ter voorkoming van schade aan gewassen (zaaigoed) weren met schriklinten, ritselfolie, draden spannen en fladderprojectiel, nabootsen roofvogel; zaaizaad dieper zaaien; nestelen in rookkanalen en ventilatiekanalen is te voorkomen door het aanbrengen van kraaienkappen (boldraadrooster) of gaas.
Beschermingsstatus
De kauw is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder b, FFwet).

De kauw is vermeld in bijlage 2 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).

Ook het nest van een kauw is beschermd (artikel 11 FFwet).
Ontheffingen / vrijstellingen
Het is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende kauwen te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier wegblijft.

Als een kauw b.v. een huis is binnengevlogen, ligt het voor de hand om het dier weer naar buiten te krijgen. Gaat het dier niet uit zich zelf naar buiten, dan moet geprobeerd het dier via opjagen of vangen weer naar de vrije natuur te krijgen (meer info).

In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. van kauwen kan een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (b.v. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.

Toegelaten bestrijdingsmiddelen:

Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen – indien en voorzover dat in de ontheffing wordt toegestaan – worden gebruikt:
  • geweer (alleen door houder van jachtakte)
  • jachtvogels
  • levende lokvogels (alleen gefokte kraaien, eksters of kauwen) als hulmiddel voor het vangen van eksters met behulp van vangkooien of kastvallen; de lokvogels moeten voorzien zijn van voldoende voedsel en water.
  • vangkooien
  • kastvallen

Nadere informatie
Voor (vang)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-41 96 60)

Voor ontheffingen: LNV-loket 0800 2233322


Terug naar de vorige pagina..

Vakblad


Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten

Nieuwsbrief

Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.
 Voornaam
 
 Achternaam
 
 E-mail adres