ZoekenLogin
 
 
 
Advies op maat bij de preventie/bestrijding van plaagdieren
Nauwkeurig onderzoek als basis voor een goede plaagdierbeheersing
Kennis en ervaring leer je in de opleidingen van het KAD
KAD nascholingen; ruime keuze uit tal van onderwerpen
KAD-Keurmerk
Duurzaam bouwen en plaagdierpreventie

Nieuws

Toenemend aantal meldi...

Door het aanhoudende mooie zomerweer en daarbij horende hoge...

KAD-Keurmerk

Nieuwe Keurmerkhouder:Het KAD kan opnieuw een bedrijf feliciteren met het...

Konijn

Wetenschappelijke naam:Oryctolagus cunculus (L. 1758)
Engelse naam:Rabbit

Leefwijze
Inheems, leeft in droge, zandige gebieden; heeft zich aangepast aan allerlei landschaptypen; graven holen als schuilplaats en nest voor jongen; huizen soms in vossen- of dassenburchten. Overwegend in de schemering en nacht actief. Konijnen werpen in de periode januari tot augustus; draagtijd 28-30 dgn; 3-7 jongen per worp; 2-3 nesten per jaar; jonge konijnen nemen hun eerste winter deel aan de voortplanting. Maximum leeftijd ca. 5 (9) jaar, gemiddeld maar 1,5 jaar.
Overlast
Schade aan beplanting in (moes)tuinen, begraafplaatsen (ondergraven grafzerken).
Voorkomen overlast
Gaas plaatsen rond perceel, ingegraven in de grond tot een diepte van 60 cm; geluid; bejagen
Beschermingsstatus
Het konijn is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a, FFwet).

Het konijn is vermeld in bijlage 1 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).

Ook het hol of voortplantings- rust- of vaste verblijfplaats van het konijn is beschermd (artikel 11 FFwet)(meer info).
Ontheffingen / vrijstellingen
Het is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende konijnen te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier wegblijft.

Indien de schade of hinder d.m.v. het treffen van weringsmaatregelen niet of niet voldoende beperkt of voorkomen kan worden, kan in bepaalde gevallen een ontheffing worden verkregen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen van het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselkwaliteit in Dordrecht. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Zo kan een ontheffing verleend worden ter voorkoming of beperking van ernstige schade aan eigendommen en van belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Afhankelijk van het belang gelden al dan niet beperkingen terzake van de ontheffingverlening.

Toegelaten bestrijdingsmiddelen:

Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen – indien en voor zover dat in de ontheffing wordt toegestaan – worden gebruikt:
  • geweer (alleen door houders van jachtakte);
  • jachtvogels
  • fretten
  • vangkooien en
  • buidels tezamen met fretten

Nadere informatie
Voor (vang-)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317 419660).

Voor ontheffingen; het LNV-loket 0800-2233322 of LNV-loket.

Zie ook: Faunafonds i.v.m. schade aan gewassen


Terug naar de vorige pagina..

Vakblad


Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten

Nieuwsbrief

Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.
 Voornaam
 
 Achternaam
 
 E-mail adres