Laatvlieger
| Wetenschappelijke naam: | Eptesicus serotinus (Scheber, 1774) |
| Engelse naam: | Serotine |
LeefwijzeInheems, Kolonies maken vrijwel alleen gebruik van gebouwen, vooral van nauwe ruimten zoals spouwmuren, soms ook zolders. Kolonies bestaan vaak uit 10-80 dieren, vrouwtje krijgt één jong dat half juni wordt geboren. Na 5 weken zijn ze vlieg-vlug en zelfstandig. De winterslaap wordt vaak op droge plaatsen doorgebracht bv. op zolders, ook in grotten maar dan dicht bij de ingang.
OverlastBevuilen met uitwerpselen van zolders waar kolonie aanwezig is, lawaai van uitvliegende dieren. Uitwerpselen op vensterbanken, tegen de muur en langs de rand van de gevel.
Voorkomen overlastIn Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken wordt sinds 1985 regelmatig rabiës (hondsdolheid) vastgesteld bij de laatvlieger, contact moet daarom vermeden worden; weringsmaatregelen treffen aan binnenzijde van gebouwen om nestelgelegenheden niet te ontnemen. Wanneer een vleermuis een woning is binnengevlogen ramen open zetten. De vleermuis zal dan spoedig zijn weg naar buiten vinden.
BeschermingsstatusDe laatvlieger is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a, FFwet).
de laatvlieger is vermeld in bijlage 1 van de bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).
Ook de voortplantings- rust- of verblijfsplaats van de laatvlieger is beschermd (artikel 11 FFwet). (meer info)
Ontheffingen / vrijstellingenHet is zonder ontheffing om hinder- of schadetoebrengende laatvliegers te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier weg blijft.
Als een laatvlieger een woning is binnengevlogen, ligt het voor de hand om het dier weer naar buiten te krijgen. Gaat het dier niet uit zichzelf naar buiten, dan moet geprobeerd worden het dier via opjagen of vangen weer naar de vrije natuur te krijgen. (meer info).
In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verontrusten, vangen e.d. van laatvlieger een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (bv. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen - indien en voor zover dat in de ontheffing wordt toegestaan - worden gebruikt:
- geweer
- jachtvogels
- vangkooien
Nadere informatieVoor (vang) technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-41 96 60).
Voor ontheffingen; het LNV - loket; 0800-2233322 of het lnv-loket
Terug naar de vorige pagina..
Vakblad

Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten
Nieuwsbrief
Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.