ZoekenLogin
 
 
 
Advies op maat bij de preventie/bestrijding van plaagdieren
Nauwkeurig onderzoek als basis voor een goede plaagdierbeheersing
Kennis en ervaring leer je in de opleidingen van het KAD
KAD nascholingen; ruime keuze uit tal van onderwerpen
KAD-Keurmerk
Duurzaam bouwen en plaagdierpreventie

Nieuws

Toenemend aantal meldi...

Door het aanhoudende mooie zomerweer en daarbij horende hoge...

KAD-Keurmerk

Nieuwe Keurmerkhouder:Het KAD kan opnieuw een bedrijf feliciteren met het...

Bosmuis

Wetenschappelijke naam:Apodemus sylvaticus (Linnaeus, 1758)
Engelse naam:Long-tailed field mouse

Leefwijze
Inheems, komt voor verspreid over het hele land, ’s winters soms in huizen en schuren, voorkeur voor bosranden met dichte ondergroei en struikgewas. Flinke muis, spitse snuit, grote uitstaande oren, lange staart, grote zwarte ogen; gemiddeld 2-4 worpen per jaar, nestgrootte 3-7 jongen, maximale leeftijd ca. 1 jaar. Kunnen uitstekend graven, klimmen en springen.

Voedsel: groene plantendelen, bloemknoppen, noten, zaden, insecten, wormen enz. Kenmerkend voor bosmuizen is dat zij voerkistjes of –doosjes vaak vol met steentjes e.d. slepen.
Overlast
Schade aan producten en materialen door aanknagen; `s-winters soms in huizen.
Voorkomen overlast
Treffen van bouwkundige weringsmaatregelen door openingen in buitenmuren kleiner dan 0,5 cm afdichten, deuren goed sluitend maken.
Beschermingsstatus
De Bosmuis is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a, FFwet).

De Bosmuis is vermeld in bijlage 1 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).

Ook het hol of andere vaste verblijfplaats van de bosmuis is beschermd (artikel 11 FFwet)
Ontheffingen / vrijstellingen
Voor de bosmuis geldt een algehele vrijstelling van het verbod dit dier te doden, te vangen, etc. (artikel 16e, tweede lid van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten). Wel geldt de algemene zorgplichtbepaling, neergelegd in artikel 2 FFwet (een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving). Deze bepaling die geldt voor alle in het wild levende dieren, houdt in dat een dier niet zinloos gedood, verontrust of gevangen mag worden.

Toegelaten bestrijdingsmiddelen:

Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen worden gebruikt:

- kastvallen
- vangkooien
- klemmen
- chemische bestrijdingsmiddelen (deze middelen mogen alleen gebruikt worden door houders van het diploma bestrijdingstechnicus).
Nadere informatie
Voor (vang)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-419660)


Terug naar de vorige pagina..

Vakblad


Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten

Nieuwsbrief

Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.
 Voornaam
 
 Achternaam
 
 E-mail adres