ZoekenLogin
 
 
 
Advies op maat bij de preventie/bestrijding van plaagdieren
Nauwkeurig onderzoek als basis voor een goede plaagdierbeheersing
Kennis en ervaring leer je in de opleidingen van het KAD
KAD nascholingen; ruime keuze uit tal van onderwerpen
KAD-Keurmerk
Duurzaam bouwen en plaagdierpreventie

Nieuws

Toenemend aantal meldi...

Door het aanhoudende mooie zomerweer en daarbij horende hoge...

KAD-Keurmerk

Nieuwe Keurmerkhouder:Het KAD kan opnieuw een bedrijf feliciteren met het...

Mol

Wetenschappelijke naam:Talpa europaea L, 1758
Engelse naam:Mole

Leefwijze
Insecteneter, leeft solitair in eigen leef-/jachtgebied. Onderhoudt territorium (300-400 m2), kunnen goed graven en zwemmen. Voortplantingsseizoen van maart tot juni, draagtijd ca. 3 weken, 3 tot 5 jongen per worp, 40% van de jonge mollen overleeft het eerste levensjaar, leeftijd: maximaal 3 jaar. Jonge mollen verplaatsen zich bovengronds op zoek naar eigen leefgebied. Voedsel: wormen en insectenlarven die in de gangen terecht komen.
Overlast
Molshopen in gazons, moestuinen, sportvelden; ondergraven van bestrating en grafzerken; loswroeten van beplanting.
Voorkomen overlast
Wering door aanbrengen van mollendoek onder gazons; biologische bestrijding (mollenhondje);
Beschermingsstatus
De mol is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a, FFwet).

De mol is vermeld in Bijlage 1 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid FFwet); deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200.
Ontheffingen / vrijstellingen
Voor de mol geldt een algehele vrijstelling van het verbod dit dier te doden, te vangen, etc. (artikel 16e, tweede lid van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten). Wel geldt de algemene zorgplichtbepaling, neergelegd in artikel 2 FFwet (een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving). Deze bepaling die geldt voor alle in het wild levende dieren, houdt in dat een dier niet zinloos gedood of gevangen mag worden.

Toegelaten bestrijdingsmiddelen:

Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen worden gebruikt:
  • klemmen
  • chemische bestrijdingsmiddelen die krachtens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 zijn toegelaten; deze middelen mogen alleen worden gebruikt door personen die in het bezit zijn van een licentie

Nadere informatie
Voor (vang)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-41 96 60)

Zie ook Faunafonds i.v.m. landbouwschade


Terug naar de vorige pagina..

Vakblad


Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten

Nieuwsbrief

Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.
 Voornaam
 
 Achternaam
 
 E-mail adres