Ringmus
| Wetenschappelijke naam: | Passer montanus Linnaeus,1758 |
| Engelse naam: | Tree sparrow |
LeefwijzeStandvogel. Grootte: ca. 14 cm. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk. Kastanjebruine bovenkop, zwarte vlek op de oorstreek en witte halsband (ring). Geslachten zijn gelijk van kleur. Leven in open bebost terrein, agrarisch gebied met bomen, maar ook dorpen en steden; holenbroeder, nesten in boomholten, gaten in muren en in nestkasten. Nestgrootte: 4-6 eieren, broedtijd 11-14 dagen, broedt 2 à 3 keer per jaar, jongen vliegen na 14 dagen uit. Voedsel: zaden, loten, knoppen van fruitbomen, kleine vruchten, insecten en kleine dieren. In het najaar rondtrekkend in groepjes op zoek naar voedsel.
De soort gaat de laatste jaren achteruit en staat daarom op de rode lijst (gevoelige soort).
OverlastAls zaadeter ingezaaide gewassen en jonge scheuten.
Voorkomen overlastTer bescherming van gewassen afschrikken met vogelverschrikker, schriklinten, ritselfolie, draden spannen, ballonnen, nabootsing roofvogel, fladderprojectiel. Zaaizaad dieper zaaien.
BeschermingsstatusDe ringmus is een beschermde diersoort zoals vermeld in artikel 4 eerste lid, onder b (FFwet).
De ringmus is vermeld in bijlage 2 van de bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).
Ook het nest van de ringmus is beschermd (artikel 11 ffwet).
Ontheffingen / vrijstellingenHet is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende ringmussen te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier wegblijft. Als een ringmus b.v. een huis is binnengevlogen, ligt het voor de hand om het dier weer naar buiten te krijgen. Gaat het dier niet uit zich zelf naar buiten, dan moet geprobeerd het dier via opjagen of vangen weer naar de vrije natuur te krijgen (meer info). In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. van ringmussen een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (b.v. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen – indien en voor zover dat in de ontheffing wordt toegestaan – worden gebruikt:
- geweer (alleen door houders van jachtakte);
- jachtvogels
- vangkooien
Nadere informatieNadere informatie:
Voor (vang) technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-419660)
Voor ontheffingen; het LNV-loket 0800-2233322 of
www.hetlnvloket.nlTerug naar de vorige pagina..
Vakblad

Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten
Nieuwsbrief
Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.