ZoekenLogin
 
 
 
Advies op maat bij de preventie/bestrijding van plaagdieren
Nauwkeurig onderzoek als basis voor een goede plaagdierbeheersing
Kennis en ervaring leer je in de opleidingen van het KAD
KAD nascholingen; ruime keuze uit tal van onderwerpen
KAD-Keurmerk
Duurzaam bouwen en plaagdierpreventie

Nieuws

Toenemend aantal meldi...

Door het aanhoudende mooie zomerweer en daarbij horende hoge...

KAD-Keurmerk

Nieuwe Keurmerkhouder:Het KAD kan opnieuw een bedrijf feliciteren met het...

Veldmuis

Wetenschappelijke naam:Microtus arvalis (Pallas)
Engelse naam:Common vole

Leefwijze
Inheems, komt voor verspreid over het hele land, voornamelijk in weide- en graslandgebieden. Bouw: plompe bouw, stompe snuit, in de vacht verborgen ogen en oren, staart kleiner (1/3) dan lichaamslengte; uitstekende graver. Draagtijd: 3 weken, nestgrootte 5-6 jongen, jongen na 25 dagen geslachtsrijp, maximale leeftijd 1 jaar tot 16 maanden. Voedsel: graangewassen, bollen, aardappelen, kool, wortels en ook boomschors. Verschijnsel “veldmuisjaren”: komt om de 3-6 jaar plaatselijk voor; deze grote aantallen veldmuizen “klappen” plotseling, door een massale sterfte, ineen.
Overlast
’s Winters in schuren, bieten en aardappelkuilen. In “veldmuisjaren” enorme schade in weilanden door ondermijnen grasmat of bouwland. Door knagerij schade aan boomgaarden (ringen van bomen).
Voorkomen overlast
Voorkomen dat een voor veldmuizen geschikte biotoop ontstaat (grasmat kort houden, slootkanten schoonhouden, begroeiing kort houden. Boomgaardbescherming: bomenrij in zwarte grond, valfruit verwijderen, bodembegroeiing kort houden.
Beschermingsstatus
De veldmuis is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid onder a).

De veldmuis is vermeld in bijlage 1 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid FFwet); deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200.
Ontheffingen / vrijstellingen
Voor de veldmuis geldt een algehele vrijstelling van het verbod dit dier te doden, te vangen, etc. (artikel 16, tweede lid) van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. Wel geldt de algemen zorgplichtbepaling, neergelegd in artikel 2 FFwet (eenieder neemt vorldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, almede voor hun directe leefomgeving) Deze bepaling die geldt voor alle in het wil levende dieren, houdt in dat een dier niet zinloos gedood of gevangen mag worden.

Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
  • Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen worden gebruikt:
  • kastvallen
  • vangkooien
  • klemmen
  • chemische bestrijdingsmiddelen (deze mogen alleen worden gebruikt door houders van het diploma bestrijdingstechnicus)

Nadere informatie
Voor (vang) technische vragen: Kenniscentrum Dierplagen (KAD)

Ministerie LNV: LNV-loket 0800-2233322 of www.hetlnvloket.nl

Zie ook: Faunafonds i.v.m. landbouwschade


Terug naar de vorige pagina..

Vakblad


Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten

Nieuwsbrief

Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.
 Voornaam
 
 Achternaam
 
 E-mail adres