Dwergvleermuis
| Wetenschappelijke naam: | Pipistrelus pipistrellus (Scherber, 1774) |
| Engelse naam: | Common pipistrelle (bat) |
LeefwijzeInheems. Komt voor in steden, in spleten van gebouwen, spouwmuren, onder platte daken, achter gevelbetimmering, achter dakbeschot e.d; in hoge torens van kerkgebouwen. In de zomer verwisselen ze vaak van gebouwen. Blijven jaren trouw in een gebied. De grootte van een kraamkolonie varieert van 20 tot meer dan 300 dieren. Gemiddeld telt een kolonie enkele tientallen dieren. De dwergvleermuis krijgt 1 of 2 jongen, na 3 tot 4 weken zijn de jongen vliegvlug.
OverlastBevuilen van gebouwen met uitwerpselen, zowel buitengevel als vloeren van bv. zolders waar een kolonie hangt; lawaaioverlast.
Voorkomen overlastIn de winter houden vleermuizen een winterslaap en veroorzaken dan nauwelijks overlast. In het voorjaar verlaten ze de locatie vanzelf. Wanneer een vleermuis een woning is binnengedrongen kunt u het best de ramen openen. De vleermuis vindt meestal zelf zijn weg naar buiten.
BeschermingsstatusDe dwergvleermuis is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder a, FFwet).
de dwergvleermuis is vermeld in bijlage 1 van de bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).
Ook de voortplantings- rust- of verblijfsplaats van de dwergvleermuis is beschermd (artikel 11 FFwet). (meer info)
Ontheffingen / vrijstellingenHet is zonder ontheffing om hinder- of schadetoebrengende dwergvleermuizen te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier weg blijft. Als een dwergvleermuis een woning is binnengevlogen, ligt het voor de hand om het dier weer naar buiten te krijgen. Gaat het dier niet uit zichzelf naar buiten, dan moet geprobeerd worden het dier via opjagen of vangen weer naar de vrije natuur te krijgen. (meer info).
In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verontrusten, vangen e.d. van dwergvleermuizen een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (bv. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen - indien en voorzover dat in de ontheffing wordt toegestaan - worden gebruikt:
- geweer
- jachtvogels
- vangkooien
- kastvallen
Nadere informatieVoor (vang) technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-41 96 60).
Voor ontheffingen; het LNV - loket; 0800-2233322 of het lnv-loket
Terug naar de vorige pagina..
Vakblad

Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten
Nieuwsbrief
Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.