Grauwe gans
| Wetenschappelijke naam: | Anser anser Linnaes, 1758 |
| Engelse naam: | Greylag Goose |
LeefwijzeGrauwe ganzen overzomeren, broeden en overwinteren in Nederland. Het is de grootste gans van de soorten die in ons land voorkomen; grootte: ca. 75-90 cm., egaal grijsbruin met een oranje-roze tot roze snavel en licht roze poten, bovenvleugels zijn in de vlucht licht asgrijs. Komt voor in waterrijke gebieden, zoals nabij water- en rietmoerassen, verruigde veenweidegebieden, plassengebieden en rivieren. Gedomesticeerde grauwe ganzen komen ook voor in stadsparken. Het aantal broedvogels is de laatste jaren sterk toegenomen (2005: > 20.000 broedparen geteld, geschat aantal 100.000 exemplaren. Eind november wordt het aantal doortrekkende en in ons land verblijvende grauwe ganzen geschat op 250.000. Broedtijd in het voorjaar. Het aantal eieren bedraagt 5-8, soms meer. Broedduur 28-30 dagen. Voedsel: groene planteneters, zoals gras, waterplanten, rietscheuten, granen, bieten, aardappelen, peulvruchten, groenten. Ze zoeken hun voedsel zowel in het water (riet, waterplanten) als op akkers of grasland (weidegrond).
OverlastVraatschade aan gewassen, zoals granen, maïs, bieten, aardappelen, peulvruchten, groenten en gras, vertrappen en verslempen van de grond; bevuiling door uitwerpselen van grasland en voedselarme plassen en vennen; soms geluidoverlast in woonomgeving.
Voorkomen overlastOp het land weren met vogelverschrikker, vlaggen, knalapparaten, schriklinten, ritselfolie, nabootsing roofvogel, fladderprojectiel. Eieren schudden, dompelen in maisolie of vervangen door kunsteieren.
BeschermingsstatusDe Grauwe gans is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder b, FFwet).
De Grauwe gans is vermeld in bijlage 2 van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).
Ook het nest van een grauwe gans is beschermd (artikel 11 FFwet).
Ontheffingen / vrijstellingenHet is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende grauwe ganzen te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier wegblijft. In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. van grauwe ganzen een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (b.v. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen – indien en voorzover dat in de ontheffing wordt toegestaan – worden gebruikt:
- geweer (alleen door houder van jachtakte)
- jachtvogels
- vangkooien
Nadere informatieVoor (vang)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-41 96 60)
Zie ook: Faunafonds i.v.m schade aan gewassen
Voor ontheffingen; het LNV-loket 0800-2233322 of LNV-loket
Terug naar de vorige pagina..
Vakblad

Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten
Nieuwsbrief
Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.