Taken en verantwoordelijkheden van gemeenten m.b.t. de preventie en bestrijding van plaagdieren
Van oudsher hebben gemeenten taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de preventie en bestrijding van plaagdieren. De Woningwet (Ww) en de Model-Bouwverordening (MBV) bevatten voorschriften over ongedierte, reinheid en preventie; zie artikel 8, tweede lid, onder 2 en 3 Ww en artikel 5.4.1 en 7.4.1 MBV.
De gemeente heeft de taak toe te zien op de naleving van de voorschriften van de bouwverordening. De niet-naleving van de bouwverordening kan een overtreding vormen waartegen direct handhavend kan (moet) worden opgetreden, zonder dat eerst een aanschrijving vereist is.
Artikel 7b bevat een algemeen verbod om de daar genoemde handelingen en activiteiten te verrichten tenzij daarbij (tenminste) wordt voldaan aan de betreffende voorschriften uit de bouwverordening. De bevoegdheid tot handhaven vloeit voort uit artikel 92 Ww. In het tweede lid wordt verwezen naar een aantal relevante bepalingen uit de Wabo, onder meer naar art. 5.17 Wabo (het oude artikel 100d Woningwet). Bij (gevaar voor) herhaling van de overtreding kan artikel 17 Ww van toepassing zijn.
Op het uitoefenen van bestuursdwang zijn verder de bepalingen uit Hoofdstuk 5 van de Awb van toepassing.
Een en ander kan leiden tot het nemen van de nodige maatregelen. Een gemeente kan dit zelf doen, maar kan deze uitvoerende werkzaamheden ook uitbesteden aan een deskundig bedrijf. Voor het uitvoeren van bestrijdingswerkzaamheden met gebuikmaking van chemische bestrijdingsmiddelen is een vakbekwaamheidsbewijs (EVM-certificaat) verplicht. Voorkeur geniet hierbij te kiezen voor een bedrijf dat het KAD-Keurmerk draagt.
De eerstelijns verantwoordelijkheid voor de preventie en bestrijding van plaagdieren ligt bij de eigenaar van een woning of ander gebouw, open erf of terrein. Deze moet ervoor zorgen dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan ontstaan dan wel voortduurt (art. 1 Ww).
Bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder. Dan moet die overtreder wel bekend zijn. Wanneer de oorzaak niet is te achterhalen, betekent dit dat de kosten voor de gemeente zijn. Er wordt hierbij van uitgegaan dat de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van de volksgezondheid.
In het verleden is uit jurisprudentie gebleken dat het kostenverhaal in redelijkheid dient te geschieden met als gevolg dat voor zover een bestuursdwangactie mede op basis van algemene volksgezondheid en leefbaarheid geschiedt, dit deel van de kosten niet kan worden verhaald op de individuele burger.
Dit heeft voor de praktijk enkele concrete gevolgen gehad:
Advies is dan ook om als gemeente pro-actief op te treden en niet te wachten tot een burger zich meldt.
Het KAD kan een gemeente hierin behulpzaam zijn door pro-actief de gemeente en haar inwoners te informeren over plaagdieren. Zie verder onder: Samenwerking KAD met gemeenten.
