Zwerfkat

Zwerfkat

Zwerfkat (Felis silvestris catus of Felis catus domesticus)
Orde:
Carnivora (Roofdieren)
Familie: Felidae (Katachtigen)

Huiskatten zijn gedomesticeerde afstammelingen van de wilde kat (Felis syvestris). Zwerfkatten (of straatkatten) zijn huiskatten die nu een ‘wild’ bestaan leiden. Zij leven niet meer bij een baasje, bijvoorbeeld omdat deze door het baasje is achtergelaten. Zij zijn verwilderd, en moeten dus hun eigen voedsel vinden. Katten kunnen zoönosen bij zich dragen en verspreiden en jagen op allerlei inheemse diersoorten, waaronder veel vogels. In enkele gevallen kunnen katten overlast veroorzaken.

Biologie en leefwijze

Een zwerfkat is een kat die buitenshuis leeft zonder een aantoonbare eigenaar. Zij zijn op verschillende terreinen te vinden waar voldoende voedsel aanbod en schuilgelegenheden beschikbaar zijn. Dan kan men denken aan bijvoorbeeld in bewoond gebied, zoals tuinen en parken, of bij bedrijven, kwekerijen en havengebieden. Het kan gaan om een verdwaalde huiskat of een in het wild geboren kat.

Wanneer de poezen niet gesteriliseerd en de katers niet gecastreerd zijn, kan de populatie zich snel uitbreiden. In een groep zwerfkatten kunnen vijf vruchtbare poezen in drie jaar tijd wel duizend nakomelingen krijgen. Als het aantal te groot wordt, is het voor de katten steeds moeilijker om in hun leefgebied aan voedsel voor zichzelf te komen en wordt de kans op ziektes groter. Bovendien kan er overlast ontstaan door krolse poezen en vechtende katers.

Overlast

Niet alleen zwerfkatten, maar ook huiskatten kunnen overlast veroorzaken. Men kan op verschillende manieren overlast ervaren van katten:

  • Geluidsoverlast door vechtende katten of krolse poezen;
  • Stankoverlast door het sproeien van ongecastreerde katers;
  • Overlast door uitwerpselen;
  • Graafschade in de tuin, of schade aan beplanting;
  • Katten zijn eindgastheer voor de seksuele ontwikkeling van de eencellige parasiet Toxoplasma gondii, de veroorzaker van de infectieziekte toxoplasmose;
  • Katten zijn grootschalige predatoren van o.a. kleine zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen.

Wering

Net als bij elk overlastgevend dier dienen weringsmaatregelen toegepast te worden alvorens te denken aan bestrijden. In het geval van katten kan men denken aan de volgende opties:

  • Laat geen etensresten (ook niet in zakken) buiten staan. Zeker hongerige zwerfkatten zullen hiermee worden aangetrokken;
  • Zorg voor goed aangestampte aarde of voldoende bodem begroeiing. Katten graven hun uitwerpselen namelijk graag in;
  • Katten mijden bepaalde geuren. Hertshoornolie lijkt goede resultaten te leveren. Let wel: ook voor de mens is dit een zeer onaangename geur;
  • Er zijn ultrasone middelen beschikbaar (al of niet met flits). Deze behoren de kat te verjagen. Effectiviteit hiervan wordt verschillend ervaren;
  • Een sproeisysteem met bewegingssensor. De kat wordt nat gesproeid wanneer deze de bewegingssensor activeert;
  • Het afrasteren van de tuin met anti-overklimstrips (prikka-strips) of schrikdraad houdt de kat buiten uw tuin. Tevens helpt dit om de eigen huiskat op eigen terrein te houden.
Prikka strip Een prikka strip op de schutting, die de oversteek van katten voorkomt.

Bestrijding

Het bestrijden en/of beheersen van zwerfkatten is een controversieel onderwerp. Toch zijn er situaties waar wering niet afdoende is. Hier kunnen een van de volgende maatregelen getroffen worden:

  • Zitten er zwerfkatten in de buurt, meld overlast dan bij de Dierenbescherming. Samen met u, uw buurtbewoners en de gemeente kan naar een diervriendelijke, effectieve oplossing worden gezocht;
  • Verwilderde huiskatten kunnen, waar mogelijk, worden opgevangen in asiels met als doel herplaatsing bij eigenaren;
  • Daar waar vangen van verwilderde katten onmogelijk is, maar verwijdering van de katten toch gewenst is, kan dit door middel van afschot. Of dit is toegestaan verschilt per provincie. Er wordt getracht afschot als laatste optie te behouden, en tot een minimum te beperken. Afschot vindt voornamelijk plaats in natuurgebieden waar weidevogels actief beschermd worden;
  • Om verdere voortplanting stop te zetten kan de TNR methode (Trap, Neuter, Return) worden toegepast. Schade aan inheemse fauna zal hierdoor niet direct verminderen.

Preventie

Het beste is natuurlijk om te voorkomen dat een kat een zwerver wordt. Als katteneigenaar bent u hier zelf verantwoordelijk voor. De volgende punten zijn aan te raden om dit risico zo klein mogelijk te maken:

  • Laat uw kat chippen en registreren, hierdoor kan uw kat altijd weer worden terug gebracht;
  • Voorzie uw kat van een veilig, duidelijk zichtbaar halsbandje. Hierdoor voorkomt u dat uw kat voor een zwerfkat wordt aangezien. Het liefst ook nog met een kattenbelletje, zodat prooidieren tijdig gewaarschuwd worden van de aanwezigheid van de kat;
  • Meld vermissing van uw kat (of een gevonden kat) bij de dierenambulance en het dierenopvangcentrum en zet de vermissing op mijndieriszoek.nl en/of amivedi.nl. Hierdoor vergroot u de kans dat uw kat snel teruggevonden wordt;
  • Laat uw kat ‘helpen’ (steriliseren/castreren). Hierdoor voorkomt u (ongewenste) nestjes;
  • Heeft u last van katten van buurtbewoners? Ga het gesprek aan, maak de overlast bespreekbaar en zoek samen een gepaste oplossing.

Daaraan is nog een advies toe te voegen: Houd uw kat binnenshuis. Eigenlijk is dit niet slechts een advies, maar vastgelegd onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland is verplicht om bepaalde soorten en hun leefgebieden te beschermen, en mogelijke bedreigingen te beperken. Een kat toezichtloos laten rondlopen, wetende dat deze zal jagen op inheemse fauna, valt volgens deze wet onder de noemer ‘opzet’. Ondanks dat door de minister besloten is dat hier niet op gehandhaafd zal worden, houdt een verstandig en verantwoordelijke huisdiereigenaar zijn of haar kat op eigen terrein, om bovengenoemde problemen en overlast te voorkomen.

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.