Grote houtwormkever

Grote houtwormkever

Grote houtwormkever (Xestobium rufovillosum Degeer)

Orde: Coleoptera (Kevers)

Familie: Anobiidae (Klopkevers)

De grote houtwormkever wordt ook wel bonte knaagkever of doodskloppertje genoemd. De larve wordt de grote houtworm genoemd.

Uiterlijk

De volwassen grote houtwormkever (imago) is tussen de 4,5 en 9 millimeter lang, donkerbruin met geelachtige spikkels. Het ei is wit en ca. 0,6 mm groot. De larve is geelachtig wit en wordt ongeveer 11 millimeter lang, is gekromd en heeft drie paar kleine pootjes. De larve is bedekt met fijne haartjes. De pop is ca. 8 bij 3 mm groot en witachtig van kleur.

Ontwikkeling

Grote houtwormkevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling en kunnen zich ook buitenshuis ontwikkelen. Het wijfje legt 40-60 eitjes op ruw hout, in spleetjes en in gaatjes (bijvoorbeeld in uitvliegopeningen). De levensduur van het ei is 2 tot 8 weken en van de larve ongeveer 3 jaar. Een larve kan vervolgens in 3 weken in de periode juli/augustus verpoppen. De totale ontwikkelingsduur van ei tot volwassen grote houtwormkever is minimaal 3 jaar. De grote houtwormkever leeft zo’n 10 maanden, waarvan ongeveer 2 maanden buiten het hout (onder meer in holle ruimtes in het hout). Het imago blijft van augustus tot het daarop volgende voorjaar in het hout (uitvliegtijd is maart-juni). De ontwikkelingsduur wordt korter naarmate het hout sterker is aangetast door een of meer houtrotverwekkende schimmel(s).

Leefwijze

De grote houtwormkever tast loofhout (vooral eiken, iepen en kastanje) en soms grenen aan, vooral hout van balkeinden en verbindingen worden aangetast. In de periode maart tot en met juni komen de kevers via uitvliegopeningen uit het hout tevoorschijn. Deze uitvliegopeningen hebben een diameter van 2,5 tot 4 mm. Dit uitvliegen kan zowel aan de buitenkant van het hout als binnenin in een zogenaamde kraamkamer gebeuren. De kevers gaan dan paren, waarna de wijfjes eitjes gaan leggen. De paring zelf gebeurt vooral in de namiddag bij gunstige temperatuur. Zowel de mannetjes als de wijfjes tikken met hun kop tegen het hout om elkaar te lokken (‘klopkevers’): 6-8 snelle tikjes met korte tussenpozen. De eitjes worden in groepjes van 3-4 stuks of afzonderlijk gelegd.

De jonge larve kruipt over het houtoppervlak tot een geschikte plaats gevonden is om het hout in te boren, dit gebeurt bij voorkeur op enigszins vochtig en door schimmel aangetast hout. De boorgangen van de larven zijn gevuld met boormeel. Dit is grof van structuur en bevat bolvormige deeltjes. Volwassen grote houtwormkevers kunnen vliegen, maar doen dit veelal pas bij een temperatuur van 19 graden Celsius en hoger. Verspreiding kan ook plaatsvinden door aangetast hout te transporteren.

Schade

De grote houtwormkever tast vooral loofhout aan (eiken, iepen en kastanje). Daarnaast wordt soms grenen ook aangetast. De aantasting betreft zowel spint- als kernhout. Soms is de grote houtwormkever ook nuttig, vooral bij het opruimen van afvalhout.

Wering en bestrijding

Goede preventiemaatregelen zijn voorkomen dat het hout vochtig wordt en door schimmel wordt aangetast. Daarnaast is belangrijk om binnenkomend hout goed te inspecteren. Ook kan in sommige gevallen verduurzaamd hout worden gebruikt.

Als bestrijdingsmaatregel moet ernstig aangetast hout worden vervangen en vochtoorzaken worden weggenomen. Ook moeten beits-, verf- of waslagen worden verwijderd van te behandelen houtoppervlakken. Bestrijdingstechnici (ongediertebestrijders) kunnen door middel van de boormethode gaten in balkeinden en verbindingen boren waarin een insecticide of fungicide wordt geïnjecteerd. Als alternatief kan een hittebehandeling worden toegepast, dit is echter niet in alle situaties mogelijk.  Aansluitend aan een bestrijdingsactie is het belangrijk om elk jaar gedurende een periode van 5 jaar een inspectie en zonodig een nabehandeling uit te voeren.