Sitophilus_zeamais2

Klanders

Klanders (Sitophilus Schönherr)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie:
Curculionidae (snuitkevers)

Rijst-, mais- en graankorrels kunnen worden aangetast door diverse klandersoorten, zoals de graanklander Sitophilus granarius, de maisklander Sitophilus zeamais en de rijstklander Sitophilus oryzae. Ze boren met hun snuit een gat in de korrel en leggen daarin hun ei. De larve vreet vervolgens de korrel leeg en verpopt zich in het omhulsel ervan. Deze larve wordt ook wel korenworm genoemd. Ook worden ze aangetroffen in vaste meelspijzen en zetmeelhoudende waren. Klanders behoren niet tot onze inheemse fauna; zij zijn lange tijd geleden via graanhandel uit warmere landen in onze streken ingevoerd.

Uiterlijk

De graanklander behoort, samen met de rijstklander en de maïsklander, tot de familie van de snuitkevers. Dit zijn kevers die een typisch gevormde kop hebben: een vooruitstekende snuit met knotsvormige antennen die halverwege geknikt zijn, als een elleboog. Ze zijn roodbruin tot bijna zwart van kleur. Kenmerkend is dat het halsschild nauwelijks korter is dan de dekschilden.

Het halsschild van de graanklander is voorzien van ovale putje. Graanklanders kunnen niet vliegen omdat de dekschilden vergroeid zijn. De rijst- en de maisklander kunnen wel vliegen; ze zijn te herkennen aan de 2 paar oranje vlekken op hun dekschilden. Tevens hebben zij ronde putje op hun halsschilden. Het verschil tussen een maïs- en rijstklander is alleen te zien door een gedetailleerde studie van de genitaliën.

Sitophilus_oryzae Sitophilus granarius Links: rijstklander (Sitophilus oryzae L.), rechts: graanklander (S. granarius L.); De omslagfoto geeft een maïsklander (S. zeamaïs Motschulsky) weer.

Ontwikkeling

Het vrouwtje boort met haar snuit een gat in een graankorrel en legt daarin 1 ei. Per dag kan een vrouwelijke klander 2-3 eieren leggen. Omdat klanders betrekkelijk lang leven, kunnen ze in totaal wel een paar honderd eieren afzetten. Uit het ei komt een witte, pootloze larve die de korrel leeg vreet en zich daarna verpopt in het omhulsel van de korrel. De verpopping duurt slechts een week.

Leefwijze

Van de graanklander treden in ons land in onverwarmde ruimten 2 tot 3 generaties per jaar op. De voortplanting heeft voornamelijk plaats in de zomer. De rijst- en de maïsklander geven de voorkeur aan een hogere temperatuur dan de graanklander. Wanneer de temperatuur onder de 12°C daalt, staat de ontwikkeling van deze klanders stil. Bij een temperatuur van -6°C gaan alle stadia binnen 3 dagen dood.

Schade

Graanklanders tasten granen aan zoals tarwe en gerst. Daarnaast kunnen meelspijzen zoals vermicelli en macaroni en ook wel erwten, tamme kastanjes en eikels worden aangetast. Door toedoen van de graanklander vermindert zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van de graanvoorraad. Het meest voedzame deel van de graankorrel wordt immers weggevreten, waardoor de voedingswaarde sterk vermindert. Ook wordt de voorraad verontreinigd door de kevers, larven en uitwerpselen.

Wering

Vanzelfsprekend is het aan te bevelen om levensmiddelen (met name graanproducten en pasta’s) zo kort mogelijk op voorraad te houden, bij voorkeur bij een temperatuur lager dan 18°C.
Daarnaast is het altijd een goede zaak om het “first in, first out” principe vast te houden, oftewel: de oudste voorraden het eerst te consumeren.

Bestrijding

Levensmiddelen die zwaar door klanders zijn aangetast, kan men beter onmiddellijk verwijderen. Kleinere voedselvoorraden die in een lichte mate zijn aangetast, zijn nog wel te gebruiken. Doe dit echter zo spoedig mogelijk! Door licht aangetaste en “verdachte” voorraden te bevriezen, worden zowel de eieren als de larven en de volwassen klanders gedood. Bevriezing gedurende 24 uur bij een temperatuur van -20°C volstaat. Let op: daar komt nog wel de tijd van het voorkoelen bij. Álle vaste meelspijzen die in huis aanwezig zijn, moeten bij constatering van klanders nauwkeurig worden gecontroleerd op de aanwezigheid van klanders.

Berg de niet-aangetaste en nieuw aangekochte voorraad op in goed afgesloten (blikken) trommels. Hierdoor ontneemt u de in de kast of elders in huis aanwezige klanders de mogelijkheid om zich voort te planten.
Insecten kunnen vaak lange tijd overblijven in voedselresten tussen naden (denk aan de vloer!), kieren, achter dubbele wanden etc. Zorg er daarom voor dat de keuken, opslagruimte of provisiekast die de bron van besmetting vormt, geheel en grondig wordt schoongemaakt. En verwijder de zakken met afval uit het huis.
Omdat de besmettingsbron(nen) gemakkelijk kunnen worden opgespoord en verwijderd, is het gebruik van insecticiden onnodig en af te raden.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.