Mestkever- Anoplotrupes stercorosus

Mestkever

Mestkevers (Geotrupidae en Aphodius spp.)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie: Geotrupidae (echte mestkevers) en Scarabaeidae (bladsprietkevers)

Een aantal soorten behorende tot het geslacht Aphodius komt algemeen in ons land voor; daarnaast een aantal Geotrupes-soorten.

Uiterlijk

De kevers van Aphodius spp. zijn ca. 4-12 mm lang. Ze zijn zwart van kleur, en min of meer ovaalvormig. Geotrupes-kevers zijn fors gebouwd en 7-26 mm lang.

Leefwijze

De larven ontwikkelen zich vooral in dierlijke uitwerpselen, vooral in paarden- en koeienmest. In de zomer en herfst vliegen de kevers en zoeken een schuilplaats in plantenafval en tussen dorre bladeren om eieren af te zetten of om te overwinteren; de vluchten zijn maar tijdelijk. De mestkevers spelen een belangrijke rol in de humusvorming.

Schade en hinder

In champignonkwekerijen kotm wel eens schade voor door de mestkever, voornamelijk door vraat aan ondergrondse delen en het laten omvallen van de paddestoelen door het woelen in de broeibak.

Wering en bestrijding

Mestkevers kunnen worden geweerd door de plaatsing van goed sluitende horren in deuren en ramen. De kevers en hun larven zijn onschadelijk voor mens en dier, zodat het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet noodzakelijk en derhalve ongewenst is.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het KAD.

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.