hoornaar 2

Hoornaar

Hoornaar (Vespa crabro L.)
Orde: Hymenoptera (vliesvleugeligen)
Familie:Vespidae (plooivleugelwespen)

De hoornaar is een wespensoort die veel voorkomt in Nederland. De 30 mm grote vliegende insecten zijn geel, zwart en bruinrood gekleurd. Hoewel ze een erg negatieve naam hebben en mensen hen agressie vrezen zijn hoornaars van nature niet geïnteresseerd in mensen en worden alleen agressief in verdediging van het nest.

Uiterlijk

Hoornaars zijn stukken groter dan de duitse wesp en de gewone wesp. De grootte van een hoornaar is afhankelijk van zowel het geslacht als de rol. Zo worden mannetjes tussen de 21 en 28 mm, werksters tussen de 18 en 24 mm en koninginnen 25 tot 35 mm. Hoornaars hebben naar verhouding een erg grote kop, welke geel met oranje tot rood van kleur is. Het borststuk, dat de poten en vleugels bevat, is vaak rood en zwart gekleurd. De vleugels van de hoornaar hebben een wat rokerige bruinrode kleuring. Zoals kenmerkend voor alle wespensoorten heeft de hoornaar ook een duidelijke wespentaille. het eerste segment van het achterlijf is bij de hoornaar ook roodbruin van kleur.

Leefwijze

Hoornaars zijn echte rovers die allerlei insecten vangen, zelfs grotere insecten dan zijzelf zoals libellen. Deze consumeren ze echter niet zelf, deze grote hoeveelheid eiwitten is de voedingsbron die ze aan hun larven voeren terug in het nest. De volwassen hoornaars voeden zichzelf voornamelijk met het suikerrijke sap uit planten.
In tegenstelling tot wespen vliegen hoornaars ook met regen en zelfs ’s nachts uit.

Hoornaars leven in een kolonie van meerdere generaties die broedzorg tonen voor de volgende generaties. Het totaal aantal hoornaars binnen een kolonie ligt een stuk lager dan bij de meeste wespensoorten. Waar gewone wespenkolonies duizenden exemplaren kunnen bevatten gaat het bij de hoornaar meestal om honderden. De eitjes zijn enkele millimeters lang, wit van kleur en langwerpig van vorm.

De activiteit van hoornaars laat zich erg beïnvloeden door de temperatuur, wanneer het warmer is zullen ze actiever zijn dan bij lagere temperaturen.

Ontwikkeling

Hoornaars gaan een volledige gedaantewisseling door, van larve uit het eitje naar verpopping tot de vliegende hoornaar.

Alleen de hoornaar koninginnen overleven jaarlijks de winter, zij komen rond eind april uit winterslaap en starten in mei met een nieuw nest. Hierbij zullen hoornaars nooit een oud nest hergebruiken maar altijd een nieuwe maken. Dit ‘basisnest’ door de koningin is rond met binnenin slechts een enkele raat en maar een tiental cellen. door de maand mei legt de koningin de eerste eitjes die eind mei uit beginnen te komen. Rond eind juni zullen deze eerste hoornaars zich volledig hebben ontwikkeld. Het gaat hier om enkel werksters die het werk van de koningin overnemen zodat zij zich kan richten op het produceren van meer eitjes. Deze eerste werksters zullen beginnen met het maken van het heuse hoornaarsnest.

De koningin is in het voorgaande jaar bevrucht door een mannetje en begint in de loop van de meimaand eitjes af te zetten. De eitjes zijn enkele millimeters lang, wit van kleur en langwerpig van vorm. Ze komen eind mei uit waarbij larven verschijnen die worden verzorgd door de koningin. Begin juni zijn deze larven volledig ontwikkeld waarna ze hun cel aan de bovenzijde dichtspinnen en zich verpoppen. Omstreeks eind juni verschijnen de eerste werksters die vervolgens alle taken van de koningin overnemen, behalve het leggen van de eieren. Het takenpakket van de werksters omvat het uitbouwen van het nest, het verzorgen van de eitjes en de larven en het verjagen van indringers. Pas als de eerste groep werksters actief geworden is, wordt begonnen aan de bouw van het eigenlijke nest. Dit nest bevindt zich bovengronds, veelal op een droge en donkere plek.

Eind augustus legt de koningin eitjes waar mannetjes en nieuwe koninginnen uitkomen. De mannetjes en nieuwe koninginnen vliegen uit en paren, waarna de mannetjes sterven en de koninginnen zich verspreiden en een plekje zoeken om te overwinteren. De laatste werksters houden het meestal nog uit tot oktober/november.

Overlast

De hoornaar zoekt de mens ook zelden op, in tegenstelling tot eerder genoemde gewone en duitse wespen omdat ze afkomen op zoetigheden zoals frisdrank.

De hoornaar wordt echter wel agressief wanneer met te dicht bij het nest komt. Dit betekent dus dat zolang u op afstand blijft (enkele meters) er geen gevaar is voor agressie van de hoornaars. Wanneer iets of iemand het nest benaderd, komen de werksters luid brommend aanvliegen om eventuele boosdoeners of indringers af te schrikken, wees wel alert dat op zo’n moment de hoornaars waarschijnlijker zijn om te gaan steken. Het handhaven van een nest van de hoornaar in de omgeving heeft als voordeel dat u minder last zult hebben van andere insecten zoals vliegen. Indien een nest op een lastig te negeren plaats wordt gemaakt, zoals naast de voordeur van een gebouw, kan het nest beter verwijderd worden.

Bestrijding

Hoornaars zijn nuttige dieren. Zo lang ze geen direct gevaar vormen raden wij af om tot bestrijding over te gaan. Is het onvermijdelijk om een nest uit te roeien, dan kan dit het beste gebeuren door een poedervormig insecticide aan te brengen in de openingen waar de hoornaars in en uit kruipen. Denk aan de openingen van het nest, openingen in de buitenmuur van een gebouw (bijvoorbeeld ventilatieopeningen van de spouwmuur) of gaten langs kozijnen. Het maakt daarbij geen enkel verschil of het nest zich dichtbij of verderop achter de opening bevindt. Het middel kan met behulp van een poederspuit worden toegepast door een deskundige en daartoe bevoegde bestrijdingstechnicus. Uitgevoerd bij avond, zal de populatie in de loop van de daarop volgende dag uitgeroeid zijn.
Heel handig voor de “leek” is een plastic knijpbus. Soms kan het zinvol zijn om de grootte van een vliegopening te verkleinen. Dit heeft een dubbel effect: de dieren worden gedwongen om door de kleinere opening te kruipen en dus is er minder poeder nodig. Achterliggende gedachte is dat hoornaars die naar het nest terugkeren, in aanraking komen met het poeder. Zij brengen dat in het nest doordat het poeder in de beharing van het lijf en de poten, of met het voedsel mee naar binnenkomt. Hierdoor worden ook het broed (de larven) en de koningin gedood. Wij raden u aan bovengenoemde handelingen ‘s avonds of bij koel weer uit te voeren.
Doet men dit niet, dan loopt men een (kleine) kans om door een hoornaar te worden gestoken. Ga in elk geval overdag niet in de aanvliegroute staan. In de meeste gevallen zal de populatie enkele uren na de behandeling zijn uitgeroeid.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl (onder toelatingen, bestrijdingsmiddelendatabank, zoeken).

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.

Waarschuwing

Tracht nooit de uitvliegopening(en) van een nest dicht te stoppen. De hoornaars zullen net zo lang zoeken of knagen tot ze een andere uitgang hebben gevonden. Op die manier kunnen ze in grote aantallen ook binnen een gebouw terechtkomen!

Afval

Resten van biociden (= bestrijdingsmiddelen) en lege ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als klein gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mocht de bestrijdingsactie uitgevoerd aan de hand van deze informatie onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.