Brandgans
| Wetenschappelijke naam: | Branta leucopsis (Bechstein,1803) |
| Engelse naam: | Barnacle Goose |
LeefwijzeTrekvogel, standvogel en sinds 1984 ook broedvogel; kleine gans (60-70 cm) met opvallend grijs en zwart verenkleed, lichtgrijze onderzijde, donkergrijze rug met lichte dwarsbanden, kop wit. Lijkt enigszins op de Canadese gans. Oorspronkelijk uitheemse soort die zich ook Nederland uitbreidt. In 2005 werd het aantal broedparen geschat op 6000 (totaal 25000 exemplaren).
In de wintermaanden zijn hier ongeveer 150.000 tot 300.000 brandganzen vanuit Groenland, Nova Zembla en Spitsbergen om te overwinteren. Komt voor in waterrijke omgeving, zoals nabij water- en rietmoerassen, weidegebieden, meren, rivieren. De soort broedt op de grond in weilanden, rietkragen en moerasbossen. Voedsel: als planteneters eten ze vnl. gras, maar ook wel gewassen, zoals granen, bieten, aardappelen, peulvruchten, groenten. Ze zoeken hun voedsel zowel op akkers als op weidegronden.
OverlastOp het land vraatschade aan gewassen, zoals granen, mais, bietengroenten en gras; vertrappen en verslempen van de grond; bevuiling van grasland met uitwerpselen.
Voorkomen overlastOp het land verontrusten en weren (verstoren, verjagen, afschrikken) met vogelverschrikker, vlaggen, knalapparaten, schriklinten, ritselfolie, nabootsing roofvogel, fladderprojectiel.
BeschermingsstatusDe brandgans is een beschermde diersoort zoals vermeld in artikel 4, eerste lid, onder b (Flora- en faunawet).
De brandgans is vermeld in bijlage 2 van de bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (artikel 4, vierde lid, FFwet; deze bekendmaking is gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 2200).
Ook het nest van de brandgans is beschermd (art. 11 FFwet).
Ontheffingen / vrijstellingenHet is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende dieren te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadeaanbrengend dier weg blijft. In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. van brandganzen een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen.
Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat (info) van instandhouding niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant, ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (bv. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen - indien en voorzover dat in de ontheffing wordt toegestaan - worden gebruikt:
- geweer (alleen door houder van jachtakte)
- jachtvogels
- vangkooien
Nadere informatieVoor (vang)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen
Voor ontheffingen; het LNV-loket 0800-2233322 of
het lnv-loket
Zie ook:
Faunafonds i.v.m schade aan gewassen.
Terug naar de vorige pagina..
Vakblad

Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten
Nieuwsbrief
Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.