Bruine rat
| Wetenschappelijke naam: | Rattus norvegicus (Berkenhout, 1769) |
| Engelse naam: | Brown rat |
LeefwijzeInheems; Meest voorkomende rattensoort in Nederland; komt voor in rioleringstelsels, onder in gebouwen, ongecontroleerde vuilstortplaatsen, slootkanten, agrarische bedrijven e.d. mogen, leeft in kleine groepen met een eigen territorium; grootte: 22-30 cm. lichaamslengte, ca. 500 gram, dikke kale staart korter dan het lichaam 17-23 cm., stevige bouw, stompe snuit; vrouwtje heeft meerdere worpen per jaar, 5-7 jongen per nest, jongen na 3 maanden geslachtsrijp, gemiddelde leeftijd ca. 1 jaar.
De bruine rat is een cultuurvolger, heeft een groot aanpassingsvermogen, heeft veel vocht nodig, leeft graag in waterrijke gebieden, reuk is belangrijkste zintuig, meestal ’s nachts actief; Voedsel: alleseter met een duidelijke voorkeur voor het beste wat voor handen is (granen, groenten, fruit, vlees, vis e.d. mogen), voorraadvorming.
OverlastKnaagschade aan isolatiemateriaal, leidingen, kabels wat storingen kan veroorzaken. Bevuilen voedsel en voorraden met urine en faeces. Dragers van ziektekiemen, verspreiders van veeziekten (varkenspest, pseudovogelpest, trichinosis, ziekte van Aujeszky. Voor de mens een risico i.v.m. overdragen van ziekte van Weil, paratyphus enz.
Voorkomen overlast
- Treffen van bouwkundige maatregelen: gaten groter dan 1 cm afdichten; schuilplaatsen wegnemen, rioolstelsel goed onderhouden, inspectie van opgeslagen goederen, bolroosters op hemelwaterafvoeren.
- Treffen van hygienische weringsmaatregelen: voedsel afsluiten; voedselresten wegnemen
BeschermingsstatusDe bruine rat is niet aangewezen als beschermde diersoort.
Ontheffingen / vrijstellingenOmdat de bruine rat niet als beschermde diersoort is aangewezen, gelden de verboden in de FFwet om dit dier te vangen, doden, te verontrusten, etc. niet. Wel geldt de algemene zorgplichtbepaling, neergelegd in artikel 2 FFwet (een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving). Deze bepaling die geldt voor alle in het wild levende dieren, houdt in dat een dier niet zinloos gedood, verontrust of gevangen mag worden.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen worden gebruikt:
- geweer (alleen door houder van jachtakte)
- honden, niet zijnde lange honden
- kastvallen
- klemmen
- chemische bestrijdingsmiddelen; deze middelen mogen alleen gebruikt worden door houders van het diploma bestrijdingstechnicus.
Nadere informatieVoor (vang)technische informatie: Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen (0317-41 96 60).
De gemeente in uw woonplaats.
Terug naar de vorige pagina..
Vakblad

Nu te lezen in "Dierplagen"
Het papiervisje; klein beestje, grote schade
Verspreiding zwarte rat
De argentijnse mier leeft ook buiten
Nieuwsbrief
Ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws op gebied van ongedierte bestrijding? Geef je hieronder dan op voor onze nieuwsbrief.