Papiervisje

Papiervisje

Papiervisje (Ctenolepisma longicaudata Escherich)
Orde: Zygentoma (zilvervisjes)
Familie: Lepismatidae

Dit vleugelloze insect lijkt zo op het eerste oog op het zilvervisje (Lepisma saccharina L.), hun leefwijze is echter totaal verschillend. Zij danken hun naam mede aan hun snelle, kronkelende (visachtige) bewegingen bij het verplaatsen.
De verschillen in leefwijze tussen het papiervisje en het ovenvisje zijn minimaal, al komt het ovenvisje niet of nauwelijks meer voor in ons land.

 

Uiterlijk

Het papiervisje wordt 10 tot 15 mm lang. Karakteristiek zijn de twee geringde antennes en de drie fijn geringde staartdraden aan het achterlijf. Ze zijn behaard, grijsachtig van kleur en duidelijk gevlekt aan de rugzijde.
Papiervisjes worden gemakkelijk verward met oven- en zilvervisjes. Daarom is determinatie zeer gewenst.

Ontwikkeling

Papiervisjes ondergaan een onvolledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 3 stadia kent: ei–nimf–adult. De jonge dieren zien er bij geboorte bijna hetzelfde uit als de volwassen exemplaren, ze zijn enkel lichter van kleur.
De eitjes worden afgezet op een, voor de nimfen, geschikte voedingsbodem, maar ook wel in naden en kieren. Het wijfje legt de eitjes steeds in hoopjes bij elkaar, in totaal tot ca. 100 stuks.
Bij 24℃ en 60% relatieve luchtvochtigheid duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen insect ca. 14 maanden. Onder de 16℃ nemen ze geen voedsel op en vervellen ze niet meer. Een temperatuur van 1℃ kunnen ze in verstijfde toestand maanden overleven.
Afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid leven papiervisjes tot 7 à 8 jaar. Het zijn een van de weinige insecten die ook tijdens hun adulte leven blijven vervellen.

Leefwijze

Papiervisjes zijn lichtschuw, overdag verbergen zij zich op donkere plaatsen. Ze kunnen uitstekend leven in onze woningen; hun optimale temperatuur (rond de 24℃) komt overeen met die van de mens.
Papiervisjes worden in de regel aangetroffen op warme, vrij droge plaatsen, maar ook in centraal verwarmde badkamers, toiletten en keukens. Op andere plaatsen in huis, bijvoorbeeld op zolder (bij de cv-ketel) en in boekenkasten, is voor papiervisjes altijd wel iets eetbaars te vinden.
Zij hebben maar weinig nodig en kunnen enige maanden zonder voedsel; de sterkste papiervisjes zelfs tot 300 dagen. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit koolhydraten, zoals cellulose, zetmeel en suiker en (af en toe) uit eiwitten. Zij vinden dat o.a. in de lijm van behang, etsen en boeken. Schade aan papier is veel erger dan die door oven- of zilvervisjes.

Schade

Papiervisjes die in grote aantallen voorkomen kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan o.a. behang, boeken, postzegels, affiches en etsen. Ook producten van synthetisch materiaal, zoals kleding en wandbedekking, kunnen worden aangevreten door papiervisjes.

Wering en preventie

Om papiervisjes te weren is het belangrijk om naden en kieren te dichten en de temperatuur zo laag mogelijk te houden. Daarnaast draagt een goede algemene hygiëne bij aan de preventie.

Bestrijding

  1. Inventarisatie
    Eerst moet de omvang van de verspreiding van de papiervisjes in gebouwen onderzocht worden. Pas daarna kan er een bestrijdingsactie plaatsvinden. Zo’n onderzoek vindt plaats zowel binnen het betreffende gebouw als in de aangebouwde panden. Let ook op verwarmde kruipruimten. In flatgebouwen vindt de verspreiding in eerste instantie plaats in verticale richting, o.a. via de leidingkokers en de spouw.

  2. Plan van aanpak
    Vervolgens wordt een bestrijdingsplan opgesteld. Daarin staan o.a. de volgorde van behandeling, de toe te passen bestrijdingsmethode, de benodigde apparaten, de menskracht en de toegelaten middelen.

  3. Voorbereidingen treffen
    De schuilplaatsen van de papiervisjes moeten goed bereikbaar zijn tijdens de bestrijding.
    Indien nodig, moet de huiseigenaar hiertoe maatregelen treffen. Denk aan leidingkokers, ruimten achter aanrechtkastjes, kruipruimten, plafond etc.
    Bewoners/gebruikers van het pand hebben ook een taak in het bereikbaar maken van schuilplaatsen. Denk aan het ontruimen van kasten of aan het opruimen van kinderspeelgoed. De spullen mogen tijdelijk op een tafel in het midden van de ruimte worden gezet en moeten worden afgedekt met plastic of moeten daarin verpakt worden.

    Open vuur (denk ook aan waakvlammen!) moet worden gedoofd, aquaria moeten worden afgedekt en de luchtpomp moet worden uitgezet. Bewoners en hun huisdieren mogen tijdens de bestrijdingsactie en de daarop volgende ventilatieperiode (minimaal 2 uur) niet binnen blijven.

  4. Bestrijding
    De bestrijding van papiervisjes moet door deskundigen worden uitgevoerd. In de meeste gevallen bestaat de bestrijding uit een plaatselijke behandeling van alle mogelijke schuilplaatsen, kieren, naden en de directe omgeving ervan.
    De spuitvloeistof heeft een zeer geringe acute giftigheid. Ongeveer 2 uur na toepassing is de uitdamping van het middel vrijwel nihil. De residuele werking die voor de bestrijding van de papiervisjes nodig is, is zeer goed (6-8 weken).
    De bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en de Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide vermeld staan. Na de ventilatieperiode moeten werkvlakken (aanrecht e.d.) goed gereinigd worden.

    N.B.: Voor een succesvolle bestrijding is het noodzakelijk dat deze in het hele verspreidingsgebied van de papiervisjes plaatsvindt, dus binnen de complete aaneengesloten bebouwing. Dit vereist de medewerking van alle bewoners.

  5. Nazorg
    Circa 6-8 weken na de eerste behandeling, zal door een deskundige een controle worden uitgevoerd. Dan wordt vastgesteld of nabehandeling nodig is.
    Blijf echter alert op papiervisjes en, mocht u ze signaleren, meld dit dan aan de eigenaar van de woning.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide (=bestrijdingsmiddel) wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen.

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Chemisch afval

Resten van biociden en lege, ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.