Limothrips cerealium

Graantrips

Graantrips (Limothrips cerealium Haliday)
Orde: Thysanoptera (Franjevleugeligen)
Familie: Thripidae

Deze insecten worden ook wel ‘onweersbeestjes’ genoemd en komen in ons land algemeen voor.

Uiterlijk

De tripsen zijn zeer klein met een lengte van ca. 1,5 mm. Ze hebben een naar verhouding grote kop met stekend-zuigende monddelen. De mannetjes tripsen zijn ongevleugeld. De vrouwtjes hebben 2 paar vliezige vleugels. Deze zijn zeer smal met weinig aderen. Aan de voor- en achterrand zijn deze vleugels dicht bezet met lange borstelharen.

Leefwijze

De graantrips komt algemeen voor op granen en grassen. Tripsen hebben twee generaties per jaar. De volwassen wijfjes van de tweede generatie gaan soms in de nazomer in grote aantallen zwermen. Overwintering geschiedt als volwassen insect onder boomschors, in graspollen, oppervlakkig in de grond, in huizen en op andere verborgen plaatsen.

Wering

Wanneer in de nazomer bij warm, windstil en vochtig weer grote aantallen tripsen de huizen trachten binnen te dringen dient met dit zo mogelijk te voorkomen, bijvoorbeeld door deuren en ramen gesloten te houden en eventueel horren te plaatsen. Tripsen die toch binnen weten te dringen kan men met behulp van de stofzuiger verwijderen.

Advies

Mochten de weringsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.