Gewone houtwormkever

Gewone houtwormkever

Gewone houtwormkever (Anobium punctatum Degeer)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie: Anobiidae (klopkevers)

De gewone houtworm is de meest voorkomende houtboorder binnen gebouwen. Onder de gewone houtworm verstaan wij de larve van de houtwormkever. Deze larven leven ca. 3 jaar in het hout en kunnen door hun vreterij aanzienlijke schade aanrichten. Ze zijn niet kieskeurig wat houtsoort betreft; praktisch alle houtsoorten kunnen worden aangetast.
De keversoort komt zeer algemeen in ons land voor.

Uiterlijk

Een volwassen gewone houtwormkever is 2,5-5 mm lang, donkerbruin van kleur en heeft een gewelfd halsschild, waaronder de kop schuilgaat. Op de dekschilden zijn rijen kleine putjes te zien.
De larven worden tot 6 mm lang, zijn geelachtig van kleur en bezitten drie paar kleine pootjes. Hun lichaam heeft een lichte kromming en ze zullen zich, wanneer ze uit het hout gepeuterd worden, kommavormig krommen.

Ontwikkeling

Kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult. De eitjes worden in mei tot augustus gelegd en komen na 2 à 3 weken uit.

De uit de eitjes komende larven boren zich ter plaatse in het hout en zullen zich gedurende zo’n 3 jaar in het hout ontwikkelen. Dit is afhankelijk van de temperatuur, luchtvochtigheid en aard van het hout. Een temperatuur van 22-23℃ is het gunstigst voor de ontwikkeling van de larven.

Wanneer de larve volgroeid is, maakt hij een poppenwieg om daarin te verpoppen. De poppen zijn eveneens geelachtig wit van kleur en 4,5-5 mm lang. Het popstadium duurt 2 tot 4 weken en vindt plaats in de periode maart-mei.

Na de verpopping knaagt de volwassen kever zich een weg naar buiten en laat daarbij een cirkelvormige uitvliegopening achter, met een diameter van slechts 1-2 mm. Ze kunnen goed vliegen.

Leefwijze

De gewone houtwormkever is niet kieskeurig wat houtsoort betreft. Praktisch alle houtsoorten kunnen worden aangetast, zowel binnen als buiten gebouwen; ze tasten ook boomstronken aan. De aantasting vindt meestal alleen plaats in het spinthout.

Kort na de paring legt het wijfje 20-40 eitjes in naden en spleten van het hout of in de oude boorgangen. De larven boren zich in het hout waar ze kronkelige gangen creëren die in alle richtingen lopen. Deze boorgangen zijn gevuld met boormeel dat een korrelige structuur heeft en ellipsvormige bolletjes bevat. De bolletjes zien er, zonder stof, sterk afgetekend uit en zijn zeer kenmerkend voor de gewone houtwormkever.
Het boormeel is geen zaagsel; het bestaat grotendeels uit uitwerpselen van de larven. Bij een actieve aantasting worden onder het houtwerk hoopjes boormeel aangetroffen.

Volwassen houtwormkevers leven zelf niet van hout. Ze leven in de zomerperiode maar een week of 3-4, waarin ze zich voornamelijk bezighouden met de voortplanting.

Schade

Het zijn enkel de larven die door hun vreterij aanzienlijke schade kunnen aanrichten. De schade vindt zowel plaats in naald- als loofhout dat in gebouwen verwerkt is. Niet alleen houten balken worden aangetast, ze zorgen ook voor schade in meubelen, beeldhouwwerken, manden en kisten.
Aangetaste voorwerpen kunnen hun sterkte verliezen.

Wering en preventie

Controleer hout voor verwerking op aanwezigheid van houtwormkevers. Voor zover er niet reeds eitjes of larven in het hout aanwezig zijn, kunt u het hout preventief behandelen tegen aantasting door houtwormkevers met verf, vernis, beits of lak. Het hout is beschermd als het rondom is voorzien van een goed dekkende laag.

Bestrijding

Voor u overgaat op een bestrijding, eerst (laten) nagaan of de sterkte van het hout nog voldoende is. Houtwerk van onvoldoende sterkte vervangen door verduurzaamd hout. Verwijder of verbrand het afvalhout.

De volgende stap is het inventariseren van de aantasting. Let hierbij op uitvliegopeningen en op aanwezigheid van boormeel op of onder het aangetaste houtwerk.

  • Bestrijding van gewone houtworm in gebouwen:

    Voordat een biocide (=bestrijdingsmiddel) wordt aangebracht, moet het te behandelen hout stofvrij worden gemaakt; oude verf- of laklagen dienen verwijderd te worden. Het heeft geen zin om geverfd hout te behandelen, omdat het gebruikte middel niet in het hout zal kunnen trekken.

    Behandel het houtwerk met een in Nederland voor dat doel toegelaten biocide. Dit zijn over het algemeen kant en klare middelen op basis van organische oplosmiddelen of water. Het middel wordt op de aangetaste voorwerpen aangebracht d.m.v. bespuiting of wordt er met een kwast opgestreken.
    Eventueel kunnen balken onder druk geïnjecteerd worden.

    Na behandeling de ruimte grondig ventileren.
    Houd gedurende tenminste één jaar een periodieke controle op het resultaat van de bestrijding, door vast te stellen of er vers boormeel of nieuwe uitvliegopeningen worden aangetroffen.

  • Bestrijding van gewone houtworm in meubelen:

    Vooral niet of weinig gebruikte houten voorwerpen worden aangetast, waarbij de aantasting alleen plaatsvindt op niet bewerkte delen.
    Bij aantasting van de gewone houtworm in meubelen en andere houten voorwerpen, kan zowel fysisch als chemisch bestreden worden.
    In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij beklede meubels, is het ondoenlijk om de bestrijding met biociden grondig uit te voeren. Hierbij wordt aangeraden om voor een fysische bestrijding te gaan.

    • Meubelen of houten voorwerpen die zijn aangetast door houtworm, kunnen fysisch bestreden worden door zuurstofonttrekking of gammastraling (uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf) of door invriezen.
      Bij invriezen zullen bij een temperatuur van -22℃  tot -28℃  gedurende 14 dagen alle stadia van de houtwormkever gedood worden. Houd rekening met een voorkoelperiode; het is namelijk noodzakelijk dat deze temperatuur ook in het binnenste van het hout bereikt wordt.
    • Bij een chemische bestrijding moet voordat een biocide (=bestrijdingsmiddel) wordt aangebracht, het te behandelen hout stofvrij worden gemaakt; oude verf- of laklagen dienen verwijderd te worden. Het heeft geen zin om geverfd hout te behandelen, omdat het gebruikte middel niet in het hout zal kunnen trekken.
      Behandel het houtwerk met een in Nederland voor dat doel toegelaten biocide. Dit zijn over het algemeen kant en klare middelen op basis van organische oplosmiddelen of water. Het middel wordt op de aangetaste voorwerpen aangebracht d.m.v. bespuiting of wordt er met een kwast opgestreken.
      Na behandeling de ruimte waarin de behandelde voorwerpen zich bevinden grondig ventileren.
      Houd gedurende tenminste één jaar een periodieke controle op het resultaat van de bestrijding, door vast te stellen of er vers boormeel of nieuwe uitvliegopeningen worden aangetroffen.

De bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide vermeld staan.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide (=bestrijdingsmiddel) wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen.

Namen van bestrijdingsbedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Chemisch afval

Resten van biociden en lege ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als  gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.