ronde diefkever (gibbium psylloides)

Ronde diefkever

Ronde diefkever (Gibbium psylloides Czenpinski)
Orde: 
Coleoptera (kevers)
Familie: Anobiidae (klopkevers)

Ronde diefkevers zijn tamelijk zeldzaam in Nederland, maar komen soms in grote aantallen voor, vooral in gebouwen waar voedingsmiddelen en halffabricaten worden geproduceerd. In het verleden werden ze veel aangetroffen in oudere Zuid-Limburgse woningen waar in de muren en plafonds stro werd verwerkt.

Zij danken hun naam aan het feit dat de kop snel wordt ingetrokken wanneer ze beschenen worden door licht, net als een dief die betrapt wordt.

Uiterlijk

De kevers zijn vrij smal en maar 2-3 mm lang. Ze hebben een typische ronde of bultige vorm en zijn vrijwel niet behaard. De dekschilden zijn glanzend roodbruin gekleurd en met elkaar vergroeid, zodat de ronde diefkever niet in staat is om te vliegen. De kever beweegt zich zeer traag.
De larven zijn c-vormig gekromd, dicht behaard en witachtig van kleur met een zwarte kop. Ze kunnen tot 3,5 mm lang worden.

Ontwikkeling en leefwijze

Kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult.
De ontwikkeling van diefkevers verloopt niet snel. Bij 23℃ en een gunstige relatieve luchtvochtigheid (70%) duurt de ontwikkeling van ei naar volwassen insect gemiddeld 3 maanden. De volwassen kevers kunnen ca. 1½ jaar oud worden.

Ronde diefkevers hebben een hoge luchtvochtigheid nodig om te kunnen overleven. Het zijn afvaleters; zij eten zowel plantaardig als dierlijk materiaal en kunnen o.a. voorkomen in gedroogde vruchten, granen of graanproducten, leer, veren en stro. De larven kunnen wol, haar, veren, textiel en oud hout eten.

Schade

Diefkevers boren gaten in allerlei materialen, waardoor de aangetaste producten hun waarde verliezen. Ook kunnen de steeds weer tevoorschijn komende kevers als hinderlijk worden ervaren, vooral wanneer zij in grote aantallen voorkomen.

Wering en preventie

Een goede hygiëne en lage luchtvochtigheid is noodzakelijk om diefkevers te weren.
Bewaar voedingsmiddelen niet te lang en berg ze op in goed afsluitbare voedselopbergers, zoals kunststof bakken of glazen potten. Daarnaast voorkomt een lage temperatuur in de opslagruimte de ontwikkeling van ronde diefkevers.

Bestrijding

Indien u overlast ervaart van ronde diefkevers, moeten zoveel mogelijk de ontwikkelingsbronnen worden opgespoord en zo mogelijk worden verwijderd. Ook moeten deze plekken zorgvuldig gereinigd worden.
Mocht worden vastgesteld, dat de soort zich ontwikkelt in stro dat in muren en plafonds is verwerkt, dan is in dergelijke gevallen een bestrijding moeilijk.

De ronde diefkever is ongevoelig voor vele biociden (=bestrijdingsmiddelen). Daarom wordt een plaatselijke behandeling met insecticiden gezien als laatste optie.
Een dergelijke bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide vermeld staan.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen.

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Chemisch afval

Resten van biociden en lege, ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.