Pelskever

Pelskever

Pelskever (Attagenus pellio L.)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie: Dermestidae (spektorren)

Tapijtkeverachtigen komen in Nederland algemeen voor. De larven (en niet de kevers!) kunnen grote schade aanrichten in wollen stoffen, bont, opgezette dieren, huiden en andere producten van dierlijke oorsprong. Veel voorkomende soorten zijn de gewone tapijtkever (Anthrenus verbasci L.), de australische tapijtkever(Anthrenocerus australis Hope) en de pelskever (Attagenus pellio L.).

Uiterlijk

De larve van de pelskever zijn ongeveer 9 tot 12 mm lang. Zijn bovenzijde is lichtbruin met iets lichtere dwarsbanden, de onderzijde is goudgeel. Aan het einde van het lichaam bevindt zich een lange pluim van dunne bruine haren. Een volwassen pelskever is zo’n 4-5 mm. Hij is donkerbruin tot zwart gekleurd en heeft op beide dekschilden een witte vlek. Ook op de rand van het halsschild bevinden zich 2 witte vlekken en een derde witte vlek in het midden.

Pelskever Een pelskever (Attagenus pellio L,); met de witte vlekken op hals en dekschilden.

Ontwikkeling en leefwijze

Kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult. De eieren worden afgezet in vogelnesten, muizenholen, wollen kleden of kleding, wespen- en bijennesten; in principe overal waar dode dieren (zoals zoogdieren en insecten) aanwezig zijn.
Bij gunstige omstandigheden, afhankelijk van temperatuur en luchtvochtigheid, is er sprake van 1 generatie per jaar. Bij een minimaal voedselaanbod kan de ontwikkeling 2 tot 3 jaar duren. Zowel de larven als de kevers overwinteren.
De larven voeden zich met allerlei producten van dierlijke oorsprong, waarbij ze grote schade kunnen aanrichten.
De volwassen kevers zijn bloembezoekers (zie omslagfoto bovenaan de pagina) en voeden zich uitsluitend met nectar en stuifmeel.
In de natuur zijn tapijtkeverachtigen zeer nuttige beestjes, omdat zij dode dieren opruimen.

Wering en preventie

Om hinder en/of schade van tapijtkeverachtigen te voorkomen, moet u een goede hygiëne aanhouden. Daarnaast doet u er goed aan om naden en kieren te dichten en fijnmazige roestvrijstalen roosters te plaatsen voor ventilatieopeningen.
Spoor ontwikkelingsbronnen op en verwijder deze. Voorkom vogelnesten onder dakpannen en wespennesten in spouwmuren. Ruim oude nesten op; ook oude hommel- en wespennesten. Ruim daarnaast (oude) kadavers op.

Bestrijding

Kleding en ander textiel dat is aangetast door larven, kunt u het beste (laten) reinigen. Tenminste 30 minuten bij 60℃ zal dodelijk zijn.

Voor u met een bestrijding begint, dienen alle ontwikkelingsbronnen opgespoord en verwijderd te worden.
Tapijtkeverachtigen zijn zowel fysisch (met temperatuurveranderingen) als chemisch (met bestrijdingsmiddelen) te bestrijden.
Houd er rekening mee dat een chemische bestrijding in de directe omgeving van voedingsmiddelen, ongewenst is.

  • Fysische bestrijding d.m.v. koeling:
    Plaats aangetaste voorwerpen enige tijd in een vrieskist of vriescel. Alle stadia van de tapijtkeverachtige worden gedood bij een temperatuur van -20℃ gedurende 4 dagen.
    Men dient rekening te houden met een voorkoelperiode voordat ook in het binnenste van de voorwerpen de juiste temperatuur is bereikt.

  • Chemische bestrijding:
    Als de insecten verspreid door het gebouw of de woning worden aangetroffen, moet de bestrijdingsactie goed worden voorbereid. Eerst de eventuele haarden opsporen (vogelnesten, dode dieren) en deze opruimen. Mocht de bron niet bereikbaar zijn (bijv. in de spouw), dan dienen de kieren in de omgeving daarvan grondig te worden behandeld.

    Bij overlast en schade kan een bestrijding worden uitgevoerd m.b.v. een spuitbuis of spuitvloeistof met een voor dat doel toegelaten werkzame stof. Hiermee alle schuilplaatsen waar de larven worden aangetroffen bespuiten; denk aan kieren en naden, onder plinten en meubels, onder randen van vloerbedekking enz. Door de bespuiting wordt een residu aangebracht dat 6 tot 8 weken zijn uitwerking behoudt. Aangeraden wordt om de bestrijding na 8 weken te herhalen wanneer geen afdoende resultaat verkregen is.

    Biociden zijn voor mensen en huisdieren giftig. Bij ondeskundig gebruik leveren ze risico’s op voor de gezondheid.

De bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide vermeld staan.
Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide (=bestrijdingsmiddel) wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: http://www.ctgb.nl

Bij overlast en schade op grote schaal, adviseren wij om een professioneel bestrijdingsbedrijf in te schakelen. Namen van bestrijdingsbedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Chemisch afval

Resten van biociden en lege, ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.