Huiskrekel

Huiskrekel

Huiskrekel (Acheta domesticus L.)
Orde: Orthoptera (sprinkhanen en krekels)
Familie: Gryllidae (krekels)

De huiskrekel komt oorspronkelijk uit de steppen van Zuid-Azië en komt in ons land vooral voor in de omgeving van warmtebronnen.
Huiskrekels kunnen in woningen en bedrijfsgebouwen een ware plaag vormen. Onder meer uit hygiënisch oogpunt moeten ze in huis worden geweerd. Bovendien kunnen de mannetjes door hun luid getsjirp, vooral ’s nachts, voor een hinderlijk concert zorgen.

Herkomst

De huiskrekel komt buiten voornamelijk voor op en nabij afvalstortplaatsen. In warme zomermaanden komen ze ook elders in het vrije veld voor,  maar hier kunnen ze zich ’s winters niet handhaven; ze zijn namelijk afhankelijk van voldoende voedsel en warmte.
Binnenshuis worden ze o.a. aangetroffen in woningen, hotels, bakkerijen, restaurants, overdekte zwembaden en grote, centraal verwarmde gebouwen.
Bij hogere temperaturen kunnen ze zich vliegend verplaatsen.

Uiterlijk

Het lichaam van de huiskrekel is cilindervormig, geel tot grijsbruin van kleur met een bruinzwarte tekening op kop en borststuk. Ze zijn gevleugeld en hebben een lengte van 17 tot 20 mm, exclusief de lange antennen. Het wijfje is doorgaans iets kleiner dan het mannetje, maar bezit wel een 11-15 mm lange legboor. Met hun goed ontwikkelde achterpoten kunnen ze sprongen maken tot 20 cm ver en 8 cm hoog.

Ontwikkeling

Krekels ondergaan een onvolledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 3 stadia kent: ei–nimf–adult. De jonge nimfen zien er bij geboorte bijna hetzelfde uit als de volwassen huiskrekels; ze zijn echter kleiner en missen nog hun vleugels.

De gehele ontwikkelingsduur van ei tot volwassen insect is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en duurt bij 20 tot 23°C 6 tot 11 maanden. Bij 26°C zal dit 4 tot 5 maanden duren en bij nog hogere temperaturen (35°C) slechts 1 à 2 maanden.
De levensduur van volwassen huiskrekels wordt geschat op 1 tot 2 jaar.

De voortplantingscapaciteit van de huiskrekel is aanzienlijk; het wijfje legt per dag 70-80 eitjes. Een vruchtbare periode van ca. 5 weken kan 700-1000 eitjes opleveren. Deze worden door middel van de lange legboor afgezet in losse grond, vuilnis en in gebouwen op donkere enigszins vochtige plaatsen.

De witte, banaanvormige eitjes zijn 2 tot 2½ mm lang en 0,3 mm breed. Ze ontwikkelen zich langzaam. Bij een temperatuur van 23°C duurt het wel 6-7 weken voordat ze uitkomen; bij 26°C duurt dit 3 weken.

De nimfen, aanvankelijk 2-3 mm lang, doorlopen tot hun volwassenheid 7-11 vervellingen. Halverwege hun ontwikkeling wordt de vleugelaanleg zichtbaar. Bij 23°C duurt het nimfstadium 4-8 maanden; bij 26°C duurt het 3-4 maanden.

Leefwijze

Huiskrekels hebben een duidelijke voorkeur voor temperaturen boven de 26°C ; onder de 20°C zijn ze niet meer actief.
Het zijn lichtschuwe insecten. Overdag verbergen zij zich op donkere, warme plaatsen. Onder meer achter verwarmingsbuizen, radiatoren en ovens, in kieren, naden, doorvoeropeningen van leidingen, achter betimmeringen of boven plafonds. Als het donker is gaan zij op zoek naar voedsel, waarbij ze zich snel verplaatsen.

Het zijn alleseters, met een voorkeur voor zacht plantaardig en dierlijk voedsel. Zoals fruit, groenten, brood, vlees, etensresten, maar ook insecten (inclusief kannibalisme) en uitscheidingen van mens en dier. Ze kunnen 10-20 dagen overleven zonder voedsel.

Qua voedsel, lichtschuwheid en behoefte aan warmte, vertonen huiskrekels veel overeenkomsten met kakkerlakken. Maar in tegenstelling tot kakkerlakken komen huiskrekels in warme zomermaanden ook in het vrije veld voor in hoge begroeiingen. Ook zijn ze veelal op vuilstortplaatsen te vinden, waar ze zich tussen het gestorte vuil massaal kunnen vermeerderen.

Wering

Alleen daar waar het milieu voor de dieren geschikt is (schuilplaatsen, voedsel en temperatuur) kan overlast van huiskrekels ontstaan.
De temperatuur is vaak moeilijk te beïnvloeden, maar probeer huiskrekels zoveel mogelijk schuilplaatsen en voedsel te ontnemen en verhinder het binnendringen van gebouwen. Sluit etenswaren ’s avonds goed af en/of berg ze weg in de koelkast. Bewaar levensmiddelen in goed afgesloten voorraadbussen. Gooi etensresten en keukenafval in goed afgesloten afvalbakken en zet die bij voorkeur ‘s nachts buiten. Om de huiskrekels zo weinig mogelijk schuilplaatsen en doorgangen te bieden, dient men gaten en kieren in muren te dichten; ook de ruimten rondom afvoer- en verwarmingsbuizen. Voorzie ventilatieopeningen van horrengaas.

Bestrijding

Voor een succesvolle bestrijding is het treffen van afdoende weringsmaatregelen medebepalend.
Ga, voorafgaand aan de bestrijding, zorgvuldig na waar de hoofdmassa van de huiskrekels zich overdag schuilhoudt, omdat het de schuilplaatsen zijn die behandeld  moeten worden. Dat is met name ‘s winters goed te doen, omdat zij zich dan geconcentreerd ophouden in de buurt van warmtebronnen.

Laat de bestrijding van huiskrekels over aan deskundigen. Zij passen middelen toe die voor beroepsmatig gebruik geschikt zijn. Zij zullen een naden- en kierenbehandeliing van mogelijke schuilplaatsen uitvoeren met een voor dat doel toegelaten biocide (= bestrijdingsmiddel). Eventueel kunnen kruipruimten verneveld worden.

Na 6-8 weken én na 3-4 maanden hoort een controle plaats te vinden en moet er zo  nodig een nabehandeling worden uitgevoerd.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen.

Namen van bestrijdingsbedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Chemisch afval

Resten van biociden en lege, ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.