kassprinkhaan

Kassprinkhaan (Diestrammena asynamora (Adelung))

Orde: Orthoptera (rechtvleugeligen)
Familie: Raphidophoridae (grottensprinkhanen)
Oude naam: Tachycines asynamorus (Adelung)

De kassprinkhaan is oorspronkelijk afkomstig uit China en Japan en met plantenmateriaal in Europa ingevoerd. In ons land wordt deze soort aangetroffen in tropische kassen, in grote plantenbakken of in serres.

Uiterlijk

De volwassen kassprinkhaan heeft een lengte van 17-19 mm en is vleugelloos. De antennen zijn 75-80 mm lang. Het beeste heeft zeer lange poten waarop donkere ringen voorkomen. Hij is geelbruin van kleur en heeft 10 mm lange cerci (uitsteeksels aan zijn achterlijf) die naar boven gericht staan. Het wijfje bezit een legboor.

Leefwijze

De kassprinkhaan geeft de voorkeur aan hoge temperaturen van ca. 30°C en een hoge luchtvochtigheid. Het beestje is vooral ’s nachts actief en voedt zich voornamelijk met dode en levende insecten, maar vreet af en toe ook planten aan. De sprinkhaan kan tot wel 40 cm hoog en 1,5 m ver springen. Met haar legboor legt het wijfje afzonderlijk honderden 2-3 mm lange en 1 mm dikke eitjes. De totale ontwikkelingsduur is zo’n 11 maanden.

Schade en bestrijding

Vooral kiemplanten en sappige planten of plantendelen worden aangevreten. Een bestrijdingsactie in woningen tegen deze insecten is bij uitzondering nodig in kruipruimten. Bij een bestrijding in kassen moet u bedenken dat planten t.a.v. de zogenaamde huishoudinsecticiden schade kunnen oplopen (fytotoxiciteit).

Voor de bestrijding van de kassprinkhaan, verwijzen wij u naar de bestrijding van de huiskrekel.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.