megachile

Behangersbij (Megachile spp.)

Orde: Hymenoptera (vliesvleugeligen)
Familie: Apidae (bijen en hommels)

Er komen in Nederland 13 bijensoorten voor die behoren tot het genus Megachile. Behangersbijen komen alleen rond de zomer voor en hebben de gewoonte om hun nestengangen (zowel boven- als ondergronds) te bekleden met langwerpige stukjes blad. Deze bladstukjes worden als het ware ‘uitgeknipt’ en tussen de poten geklemd en zo naar het nest gebracht, dit alles gebeurt razendsnel. De bladstukjes komen meestal uit rozenstruiken en sleedoorn, waardoor de bladeren eruit kunnen gaan zien als gatenkaas. Behangersbijen zijn buikverzamelaars, ze verzamelen het stuifmeel tussen de lange verzamelharen die op de buik zitten.

Uiterlijk

Behangersbijen zijn 11 tot 13 millimeter groot. De beharing is vrij dicht en op de kop en rugzijde van het borststuk zijn ze geelbruin van kleur. Het achterste deel van het achterlijf is donkerbruin van kleur. De onderkant van het achterlijf, waar ook het stuifmeel wordt verzameld, is rood behaard met een zwarte achterzijde.

Ontwikkeling

Het vrouwtje van de behangersbij graaft een nestgang in de grond tot een diepte van 10 centimeter. Uit bladeren worden ovalen of ronde stukken geknipt door het vrouwtje; deze bladstukken worden in de nestingang gebracht en zodanig gevouwen dat ze de vorm van de gang aannemen, hier komt de naam behangersbij vandaan. De cellen in het nest worden gevuld met nectar en stuifmeel, vervolgens wordt daar een eitje bij gelegd.

Schade

De behangersbijen kunnen zorgen voor bladvraat en -schade door het wegknippen van stukjes blad. Als er veel bijen op 1 plaats voorkomen kan men dit als hinderlijk ervaren.

Bestrijding

Een chemische bestrijding is, gezien de nuttige functie van de behangersbij door verspreiding van stuifmeel, niet wenselijk.

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.