rosse metselbij (Osmia bicornis) [CC0]

Rosse metselbij (Osmia bicornis L.)

Orde: Hymenoptera (vliesvleugeligen)
Superfamilie: Apoidea (bijen)
Familie: Megachilidae (buikschuierbijen)

Er komen ongeveer vijftien soorten bijen voor die behoren tot het genus Osmia. Metselbijen maken gebruik van bovengrondse holten in bomen en muren; ze kunnen ook zelf holten uitknagen in zachte materialen, zoals mergel. Sommigen soorten maken een samenklontering van cellen die ze opbouwen uit zand of leem, vermengd met speeksel. Hier komt dan ook de naam ‘metselbijen’ vandaan.

De rosse metselbij (Osmia bicornis; voorheen Osmia rufa) is de meest voorkomende soort en wordt ook gebruikt voor de bestuiving van planten in de tuinbouw.

Uiterlijk

De rosse metselbij is donkerbruin van kleur, met een duidelijke groene metaalglans op de verharde delen van de huid (de chitinehuid). De beharing op de kop is bij het vrouwtje zwart en bij het mannetje lichtgeel. Ook heeft het vrouwtje twee afgestompte horentjes aan de voorzijde van haar kop en kortere antennes dan het mannetje.

De vrouwtjes zijn ongeveer 10 tot 12 millimeter groot; de mannetjes iets kleiner.

Ontwikkeling

Vrouwelijke metselbijen maken veelal gebruik van holle stengels om eitjes in te leggen, maar ze zijn zo flexibel in het maken van nesten dat ze elke holte van een geschikte diameter gebruiken. Dat kunnen sleutelgaten zijn, boorgaten in hout van tuinmeubels, boorgaten in muren, rietmatten of rieten daken, bamboestokken of uiteinden van takjes waar merg in zit.

Meestal maakt ze steeds een broedcel, met daarin één eitje en stuifmeel als voer voor de larve. In een nestholte worden ongeveer 10 broedcellen afgezet. Tien dagen na de eiafzetting komen de larven uit, na 5 weken hebben de larve het voedsel op en verpoppen ze. Rond eind augustus/september komt de pop uit. De jonge bij blijft echter in de broedcel overwinteren en komt pas in het vroege voorjaar naar buiten.

Leefwijze

Metselbijen komen in Nederland heel algemeen voor, vooral in tuinen en parken. Zij leven solitair maar kunnen in groepen voorkomen, zeker als er een gunstige nestellocatie op een zonzijde aanwezig is. Van eind maart tot mei is de bij actief in het zorgen voor het broed. Het zijn bloembezoekers die leven van stuifmeel en nectar.

metselbijen broecellen (Osmia) [CC0] Een voorbeeld van broedcellen van metselbijen in een stengel: per cel zie je een voorraad stuifmeel en één larve. De cellen zijn van elkaar gescheiden door gemetselde muurtjes van zand/klei.

Overlast

Van schade als gevolg van de rosse metselbij zijn geen voorbeelden bekend. Het kan het alleen als hinderlijk worden ervaren als er veel bijen op één plaats voorkomen.

Het nut van metselbijen

Metselbijen leven slechts een korte periode en vervullen een belangrijke ecologische functie: zij zijn nuttig voor de bestuiving van bloemen en planten. Hun aanwezigheid duidt op een gezonde woonomgeving en zou juist toegejuicht moeten worden. Daarom is het van belang om deze bijen meer gelegenheid te bieden om zich voort te kunnen planten. Dit kan bijvoorbeeld door het planten van inheemse bloemensoorten in de tuin, of door het plaatsen van bijenhotels.

Een bestrijding is zeker niet nodig.

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.