Voorraadmot

Voorraadmotten

Voorraadmotten (Ephestia Guenée)
Orde: Lepidoptera (vlinders)
Familie:
Pyralidae (lichtmotten)

Voorraadmotten kunnen in winkels of woningen een ware plaag vormen. Vooral de meelmot kan massaal uit een vergeten pak meel, honden- of kattenbrokken tevoorschijn komen.

Algemeen

In ons land komt een drietal mottensoorten voor dat behoort tot het genus Ephestia. Deze motten-soorten kan men aantreffen in voorraden voedingsmiddelen. Reeds in 1880 werd in West-Europa de meelmot Ephestia kuehniella Zeller geïntroduceerd en deze is sindsdien wijd verspreid. Daarnaast kan men aantreffen de cacaomot Ephestia elutella Hübner en de tropische cacaomot Ephestia cautella Walker. Deze soorten hebben een voorkeur voor iets hogere temperaturen, maar komen desondanks in onze verwarmde gebouwen veelvuldig voor.

Uiterlijk

De motjes zijn ca. 1 cm lang terwijl de vleugels een spanwijdte van ongeveer 2 cm hebben. De kleur van deze soorten is onopvallend grijs, de achtervleugels zijn veelal wat lichter van kleur.
De larve is meestal gebroken wit met een donkere kop. Een larve kan ca. 2 cm lang worden.

Leefwijze en ontwikkeling

De vrouwelijke mot legt haar eitjes, soms wel enige honderden, in of op allerlei voedingsmiddelen of grondstoffen. Deze mottensoorten kan men aantreffen in bijv. meel, bloem, zemelen, havermout, cacao, chocolade, granen, noten, gedroogde groenten en vruchten. De meelmot ontwikkelt zich uitstekend bij temperaturen rond de 20°C, terwijl de cacaomot en met name de tropische cacaomot de voorkeur geeft aan hogere temperaturen.
Bij 18-20°C kunnen bij de meelmot 4 generaties per jaar optreden, in onverwarmde ruimten in ons land komen 2 à 3 generaties voor. Bij temperaturen beneden ca. 13°C staat de ontwikkeling vrijwel stil.

Schade

De door de larven van deze voorraadmotten veroorzaakte schade bestaat over het algemeen niet zozeer uit de opname van producten, maar vooral uit de verontreiniging van de producten met uitwerpselen en spinsels.

Wering en bestrijding

  1. Een regelmatige controle van alle opgeslagen voorraden is gewenst. Het is vooral belangrijk om opgeslagen voedingsmiddelen niet te lang te bewaren en zo koel en zo droog mogelijk op te slaan. Dit is in het algemeen een belangrijke maatregel bij opslag van voedingsmiddelen, aangezien bij een langdurige ongecontroleerde opslag de kans op een aantasting van voorraadsinsecten, die met één of ander product zijn meegekomen, toeneemt. Dat geldt in het bijzonder wanneer de opslagruimte warm is of een te hoge luchtvochtigheid heeft.

  2. Indien het aangetaste voorraadjes levensmiddelen betreft, kunnen zwaar aangetaste producten het best direct worden vernietigd. Licht aangetaste voorraadjes moeten geïsoleerd worden opgeslagen en zo snel mogelijk worden gebruikt. Bij een lichte aantasting is soms uitzeven voor het gebruik mogelijk.

  3. Vervolgens dient de opslagplaats goed te worden schoongemaakt, waarbij vooral aandacht moet worden besteed aan kieren en naden; deze kunnen met behulp van een stofzuiger goed worden schoongemaakt. Deze werkzaamheden dienen met zorg te worden uitgevoerd. Na korte tijd zal dan in de meeste gevallen de aantasting tot het verleden behoren. Waakzaamheid blijft echter geboden!

  • Aangetaste voorraden levensmiddelen kan men ook koelen dan wel verhitten om de insectenstadia te doden. Bij koelen is 5 dagen bij -12°C waarschijnlijk voldoende. De temperatuur moet dan wel overal in het product worden bereikt (voor vriesruimten zie Gouden Gids: ”Koel- en vrieshuizen”).

  • Bij een temperatuur van 60°C gedurende 15 minuten toegepast, worden alle stadia van de insecten gedood. Hierbij dient er rekening mee te worden gehouden, dat deze temperatuur gedurende deze tijd inderdaad in het inwendige van een partij of voorraad moet zijn doordrongen. In de praktijk komt het er dus op neer, dat de temperatuur iets hoger of de tijd van behandelen iets langer wordt genomen.

In enkele gevallen kan het noodzakelijk zijn om met een residueel werkend middel tegen kruipende insecten de naden en kieren van een opslagruimte te behandelen.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl (onder toelatingen, bestrijdingsmiddelendatabank, zoeken).

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.

Waarschuwing

Het is van groot belang dat u nooit voedingsmiddelen behandelt met biociden (= bestrijdingsmiddelen)!

Afval

Resten van biociden en lege, ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als klein gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mocht de bestrijdingsactie, uitgevoerd aan de hand van deze informatie onvoldoende resultaat geven, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.