Vruchtmot

Vruchtmot

Vruchtmot (Plodia interpunctella Hübner)
Orde: Lepidoptera (vlinders)
Familie: Pyralidae (lichtmotten)

De huidige officiële Nederlandse naam van de Plodia interpunctella is de ‘oosterse meelmot’, echter staat hij voornamelijk bekend als vruchtmot, daarom handhaven wij deze naam.
De vruchtmot is één van de mottensoorten die voorraden van allerlei voedingsmiddelen aantasten. Vruchtmotten komen zeer algemeen voor. De larven ervan veroorzaken vooral veel schade in warmere gebieden, w.o. verwarmde opslagplaatsen en in keukenvoorraden. Ook in levensmiddelenbedrijven worden vruchtmotten aangetroffen.

Uiterlijk

De mottensoorten die men in voorraden aantreft, verschillen uiterlijk weinig van elkaar. De soort kan alleen door nauwkeurige determinatie worden vastgesteld. De vruchtmot is 1-2 cm lang en heeft een spanwijdte van 1½-2 cm. De voorvleugels zijn wit tot geelachtig en aan de uiteinden roodbruin van kleur. De larven zijn gebroken wit en hebben een donkere kop. Zij worden ca. 1-1½ cm lang.

Ontwikkeling

In Nederland leven in nietverwarmde ruimten 1 of 2 generaties per jaar. De duur van het larve-stadium is sterk afhankelijk van de temperatuur en het voedsel. Zelfs onder gelijke omstandigheden kan de ontwikkelingstijd van de larven sterk uiteen lopen. Bij temperaturen onder de 13-15°C staat hun ontwikkeling vrijwel stil. Binnen 2 dagen na het verlaten van de pophuid kan de mot al gepaard hebben en is dan in staat om eieren af te zetten. Onder optimale omstandigheden kan een vrouwtje tot 500 eieren produceren.
Na 5-6 dagen komen (bij 25°C) de larven uit de eieren. In een onverwarmd gebouw duurt dat ca. 2 weken. De larven kunnen in diapauze overwinteren.
Onder gunstige omstandigheden (bij 25°C) duurt de ontwikkeling van ei tot volwassen vruchtmot 35 dagen.

Leefwijze

De larven van de vruchtmotten tasten allerlei opgeslagen producten aan, zoals cacaobonen, tabak, gedroogde groenten, gedroogd fruit, granen, bonen, grondnoten, amandelen, chocolade, palmpitten en andere oliezaden. Ook komt het voor dat de larven zich door de wikkels heen vreten van producten waarin chocolade en noten verwerkt zijn. Ook in decoratiestukjes waar gedroogde vruchten in verwerkt zijn kunnen ze massaal voorkomen.
Overdag zijn de motten niet actief; vaak worden ze daarom niet of te laat opgemerkt.
Volgroeide larven verlaten het product waarin zij zich ontwikkeld hebben en zij zoeken een rustige plek om zich te verpoppen. De verpopping gebeurt in een dichtgesponnen witte cocon.

Schade

De grootste schade is doorgaans niet de vermindering van de hoeveelheid, maar de vermindering van de kwaliteit van de voorraad. De larven eten namelijk het meest voedzame deel weg, waardoor de voedingswaarde vermindert. Daar komt bij dat de producten verontreinigd worden met uitwerpselen en spinsels die zich vaak niet (eenvoudig) laten verwijderen.

Wering en bestrijding

Snelle verwerking of vernietiging van aangetaste voorraden is de eenvoudigste bestrijdingsmethode. Vanzelfsprekend is een zo kort mogelijk durende opslag aan te bevelen. Bij langdurige opslag wordt geadviseerd om de producten in een koele ruimte (beneden 15°C) op te slaan, omdat daar de ontwikkeling van de vruchtmot vrijwel stilstaat.
Bij een langer durende opslag, zeker wanneer dat in verwarmde ruimtes is en tijdens de zomer, is een regelmatige controle van de producten gewenst. Levensmiddelen in huishoudens dienen bij voorkeur te worden bewaard in goed gesloten voorraadbussen. Nieuwe voorraden dient men direct bij binnenkomst te controleren op de aanwezigheid van deze insecten.
Vruchtmotten kunnen vaak lange tijd overblijven in voedselresten die tussen naden (in vloeren), kieren, achter valse wanden enz. zijn achtergebleven. De keuken, opslagruimte of provisiekast waar hun ontwikkelingsplaats is gesignaleerd, moet zorgvuldig worden schoongemaakt.
Hebt u een vermoeden dat ergens in de voorraad levensmiddelen eitjes of larven van de vruchtmot aanwezig zijn, kunt u d.m.v. koelen of verhitten deze stadia doden. Een temperatuur van -12°C gedurende 5 dagen is dodelijk voor de eitjes en de larven. Deze temperatuur moet dan wel overal in het product worden bereikt gedurende die 5 dagen. Bij verhitting tot een temperatuur van 60°C gedurende 15 minuten worden alle stadia van de vruchtmot eveneens gedood. Ook dan geldt dat deze temperatuur in het inwendige van het product moet zijn doorgedrongen en wel gedurende de minimale inwerktijd, in dit geval 15 minuten. In de praktijk zal de verhittingsduur dus langer moeten zijn.
In huishoudens is het vaak voldoende om de ontwikkelingsbron op te sporen.

Bedrijfsmatig

In een magazijn is het na verwijdering van de aangetaste levensmiddelen noodzakelijk om de ruimte goed schoon te maken en een naden- en kierenbehandeling toe te passen met een werkzame stof behorende tot de groep van synthetische pyrethroïden of organische fosforverbindingen.
De bestrijding dient plaats te vinden met in achtneming van de voorzorgsmaatregelen en Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van het toe te passen middel vermeld staan.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl (onder toelatingen, bestrijdingsmiddelendatabank, zoeken).

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.

Advies

Mocht de bestrijdingsactie, uitgevoerd aan de hand van deze informatie onvoldoende resultaat geven, neem dan contact op met het Kennis- en Advies-centrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.