Pulex_irritans_

Mensenvlo

Mensenvlo (Pulex irritans L.)
Orde: Siphonaptera (vlooien)
Familie: Pulicidae

Volwassen vlooien zijn ecto-parasieten van zoogdieren en vogels. Vlooien komen niet altijd alleen bij de eigen, specifieke gastheer voor. Zo komt de mensenvlo ook voor bij de das, vos, zwijn, varken en geit. Vooral in de zomermaanden kunnen zij overlast bezorgen. De mensenvlo is de laatste tijd zeer zeldzaam geworden.

Uiterlijk

De mensenvlo is lichtbruin tot roodbruin van kleur en heeft geen wangkammen. Vlooien zijn vleugelloos, zijdelings afgeplat en hebben goed ontwikkelde springpoten. De eitjes zijn wit van kleur en ovaal van vorm, met een lengte van ca. 0,5mm. De larven zijn witachtig en 1,5-5mm lang. Zij hebben geen ogen en poten. De poppen beginnen wit, maar kleuren later bruin.

Ontwikkeling

Vlooien ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Er worden 4-8 eitjes gelegd na elke bloedmaaltijd. Dit eistadium duurt ca. 1 week bij kamertemperatuur. Het totaal aantal eitjes kan oplopen tot enige honderden. Het larvale stadium duurt zo’n 2-3 weken, gevolgd door het 1-2 weken durende popstadium. Het ontpoppen wordt geinitieerd door trillingen. Bij absolute rust, en dus het ontbreken van trillingen kan het popstadium wel tot een jaar duren. De volwassen vlooien worden maximaal 1 jaar oud.

Leefwijze

Vlooien zijn niet specifiek aan hun gastheer gebonden, zo ook niet de mensenvlo. Adulten voeden zich via stekend-zuigende monddelen met bloed van de gastheer. De larven hebben bijtend-kauwende monddelen en voeden zich met organische materialen, die in het huisstof aanwezig zijn. Vlooien komen dan ook alleen voor bij en op levende dieren. Eieren worden meestal niet op de gastheer zelf gelegd, maar in hun nest of leger.

Schade

Zowel de mensenvlooien als de katten- en hondenvlooien kunnen als tussengastheer optreden voor verschillende lintwormen, vooral de hondenlintworm (Dipylidium caninum L.). Met andere woorden: de mensenvlo ‘helpt’ lintwormen bij hun verspreiding tussen gastheren. De pestbacil (Pasteurella pestis Lehmann en Neumann) kan daar waar deze ziekte nog voorkomt niet alleen door de rattenvlo, maar ook door de mensenvlo worden overgebracht.

Bestrijding

Ter voorkoming van vlooienbeten kan de huid behandeld worden met een repellent. Ter bestrijding zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Stofzuigen
    De stofzuiger is een bijzonder effectief wapen bij de bestrijding van een vlooienplaag. Belangrijk is dat behalve de vloerbedekking ook alle schuilplaatsen waar de larven en de vlooien kunnen wegkruipen, zoals onder plinten, naden en kieren van een houten vloer en de randen van de vloerbedekking of karpet worden meegenomen. Ook tussen de zitkussens van de bank kunnen ze zitten. Het stofzuigen moet grondig gebeuren en regelmatig worden herhaald. Ruim de stofzuigerzak met inhoud op. Slechts indien zeer veel vlooien voor blijvende overlast zorgen, is een behandeling met een daarvoor toegelaten insecticide aan te raden.
  • Chemische bestrijding
    Breng na een stofzuigerbeurt plaatselijk op de eerder genoemde schuilplaatsen een insecticide aan. Voor particulieren zijn nog enkele spuitbussen verkrijgbaar. Als men als particulier zelf de bestrijding uitvoert, lees dan zorgvuldig het etiket op de spuitbus, voor men deze toepast.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide (= bestrijdingsmiddel) wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl.
Voorkom contact van biociden met o.a. speelgoed. Als kasten moeten worden behandeld, verpak het speelgoed dan in plastic zakken.
Tip: behandel ook de verblijfplaatsen van de huisdieren met dezelfde middelen als die voor de desbetreffende dieren zijn toegelaten.

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.

Afval

Resten van biociden en lege ongereinigde verpakkingen vormen klein gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de werings- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.