Huisboktor

Huisboktor

Huisboktor (Hylotrupes bajulus L.)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie: Cerambycidae (boktorren)

De huisboktor is één van de schadelijkste hout vernielende insecten in ons land. De larven van de kever, die meerdere jaren in het hout leven, tasten vooral hout van schuren en huizen aan, in het bijzonder het dakbeschot en de dikke steunbalken van de daken. De schade kan soms zodanig zijn dat de draagkracht van het aangetaste hout aanzienlijk is verminderd.

Algemeen

Deze kever tast verwerkt naaldhout aan, zoals vuren en grenen, en dan vooral het spinthout. Hij wordt sterk aangetrokken door de geur van hout.
Het zijn de grootste houtboorders binnen gebouwen. Niet te verwarren met andere boktorsoorten, die tot de nathoutboorders behoren en onder andere in houtblokken voor open haarden voorkomen.
In Nederland komen ze in het gehele land voor, maar vooral in Limburg, Gelderland, Noord-Brabant en Utrecht.

Uiterlijk

Ze verschijnen doorgaans van juni tot september en zijn 10-25 mm lang, waarbij het mannetje duidelijk kleiner is dan het vrouwtje. Ze zijn grijs tot zwart, ook wel donkerbruin van kleur en hebben een fijne beharing. Op elke voorvleugel (dekschild) is een grijze vlek aanwezig, terwijl op het halsschild twee donkere plekken voorkomen, die wel lijken op ogen. De kevers hebben lange draadvormige, naar achter gebogen antennen. Bij vrouwtjes is een lange legboor zichtbaar, die onder de dekschilden uitsteekt.
De larven van de huisboktor hebben een lengte tot 30 mm. Ze zijn cilindrisch van vorm, geelachtig wit en in het bezit van goed ontwikkelde kaken. Ook hebben ze zeer kleine pootjes.

Ontwikkeling

Kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult. De eitjes worden in juni tot september gelegd en komen na 1 à 2 weken uit. Daarna wordt het grootste deel van de levenscyclus ingenomen door het larvale stadium: 3-5 jaar, met uitschieters naar 11 jaar. Een temperatuur van ca. 28℃ en hoge relatieve luchtvochtigheid zijn het gunstigst voor de ontwikkeling van de larven.
Nadat de larve genoeg gegeten heeft, zal hij verpoppen. Dit stadium duurt zo’n 2-4 weken.
De volwassen kever verblijft nog enkele dagen in het hout om uit te harden, waarna hij zich een weg naar buiten knaagt. Hierbij laat hij een ovale uitvliegopening achter, met een lengte van 6 tot 9 mm en gewoonlijk een gerafelde rand.

Leefwijze

Kort na de paring legt het wijfje ca. 200 eitjes in naden en spleten van het hout of in oude gangen nabij uitvliegopeningen. De larven, die na 1 à 2 weken uitkomen, boren zich in het hout en houden zich in het begin dicht onder de oppervlakte op; naarmate ze ouder worden, trekken ze dieper het hout in. Vooral op warme, zomerse dagen kan men ze horen knagen. In onverwarmde ruimten houden ze zich in de winter stil in hun boorgangen en vreten ze niet of nauwelijks.
De boorgangen van de larven worden geheel gevuld met boormeel. Soms vindt u op het hout hoopjes boormeel, dat cilindrische deeltjes bevat. Bij een actieve aantasting valt dit boormeel uit de gangen en gaten omlaag.
Het houtoppervlak is vaak rimpelig als gevolg van de druk uit de boorgangen op het dunne fineerlaagje, dat nog intact gebleven is. Dikwijls wordt ook de toekomstige uitgang naar buiten al voor de verpopping uitgeknaagd. Er blijft slechts een zeer dun laagje hout aanwezig, dat de kever bij het uitvliegen zal doorknagen. De verpopping geschiedt in het voorjaar. Hiervoor wordt een verpoppingsholte in het hout gemaakt.
Volwassen huisboktorren leven zelf niet van hout en hebben een levensduur van een week of 3-4. In deze paar weken houden ze zich voornamelijk bezig met de voortplanting.

Schade

Larven zijn zeer vraatzuchtig en de vraatschade kan aanzienlijk zijn. Vaak worden dakconstructies aangetast, waarbij zelfs dikke balken in een aantal jaren nagenoeg geheel worden verpulverd. De huisboktor tast uitsluitend naaldhout aan. Bij grenen en larikshout wordt bij voorkeur het spinthout aangetast, bij vuren ook het kernhout.

Wering & Preventie

Controleer naaldhout voor verwerking op aanwezigheid van huisboktorren.
Voor zover er niet reeds eitjes of larven in het naaldhout aanwezig zijn, kunt u het hout preventief behandelen tegen een aantasting door huisboktor met verf, vernis, beits of lak. Het hout is beschermd als het rondom is voorzien van een goed dekkende laag.

Vaststellen van aantasting

Wanneer een vermoeden bestaat dat hout is aangetast door larven van de huisboktor, dient u onder meer op het volgende te letten:

  • Bij warm, zonnig weer kunt u grotere larven in het hout horen knagen.

  • Na verloop van tijd kunt u ovale uitvlieg-openingen aantreffen.

  • Als er met bijvoorbeeld een priem, beitel of schroevendraaier in aangetast hout wordt geprikt, kunt u gemakkelijk de gangen blootleggen, die de larven vlak onder het oppervlak van het hout hebben uitgeknaagd. De gangen zijn gevuld met boormeel.

Bestrijding

Voor u overgaat op een bestrijding, eerst (laten) nagaan of de sterkte van het hout nog voldoende is. Houtwerk van onvoldoende sterkte vervangen door verduurzaamd hout. Verwijder en verbrand het afvalhout.
De volgende stap is het inventariseren van de aantasting, gevolgd door het openleggen van de boorgangen. Gebruik hiervoor een bijl of bijtel, verwijder het boormeel en reinig vervolgens de gangen met een staalborstel.
Het heeft geen zin om geverfd hout te behandelen; aangebrachte verf-, beits-, of waslagen dienen daarom eerst met een krabber of staalborstel te worden verwijderd en het hout dient stofvrij gemaakt te worden.

Behandel het houtwerk met een in Nederland voor dat doel toegelaten biocide. Dit zijn over het algemeen kant en klare middelen op basis van organische oplosmiddelen of water. Het middel wordt op het oppervlak aangebracht d.m.v. bespuiting.
Eventueel kunnen balken onder druk geïnjecteerd worden. Na behandeling de ruimte grondig ventileren.
Houd gedurende tenminste één jaar een periodieke controle op het resultaat van de bestrijding, door vast te stellen of er vers boormeel of nieuwe uitvliegopeningen worden aangetroffen.

De bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide vermeld staan.
Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide (=bestrijdingsmiddel) wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: http://www.ctgb.nl

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Chemisch afval

Resten van biociden en lege, ongereinigde verpakkingen dienen te worden beschouwd als gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.