Oorworm_PD

Gewone oorworm (Forficula auricularia (L.))

Orde: Dermaptera (oorwormen)
Familie: Forficulidae

De gewone oorworm is de meest algemeen voorkomende soort in Nederland en wordt in de volksmond ook wel eens oorkruiper genoemd. Er bestaat namelijk een legende dat oorwormen in oren kunnen kruipen en zo het trommelvlies kunnen beschadigen. Dit is onjuist; oorwormen zijn volkomen onschadelijk voor de mens. Met hun kauwende monddelen kunnen ze wel schade aanrichten aan bloemen, planten en zachte vruchten.

Uiterlijk

De gewone oorworm is een slank insect, 1-3 cm lang en glanzend donkerbruin van kleur; de poten zijn lichter gekleurd. Aan het eind van het lichaam bevindt zich een tangvormig orgaan, dat wordt gebruikt als verdedigingswapen. Deze tang is bij mannetjes langer en krachtiger dan bij vrouwtjes.
Volwassen oorwormen kunnen vliegen, al doen ze dit zelden. De achtervleugel is zeer ingenieus gebouwd en kan, onder de korte voorvleugel vandaan, als een waaier opengevouwen worden.

Ontwikkeling

Oorwormen ondergaan een onvolledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 3 stadia kent: ei–nimf–adult. De jonge nimfen zien er bijna hetzelfde uit als de volwassen oorwormen, al zijn ze kleiner en lichter van kleur.

Merkwaardig is dat bij de oorwormen broedzorg voorkomt. Voor het invallen van de winter vindt de paring plaats. In het najaar, meestal in november, graaft het wijfje een holletje waarin ze overwintert. De eitjes worden in het voorjaar gelegd. In 2-4 dagen legt zij 20 tot 80 eitjes op een hoopje, achter in het holletje. Zodra de eitjes gelegd zijn, worden deze door het wijfje zorgvuldig beschermd tegen vijanden, regelmatig belikt (ter reiniging en tegen uitdroging) en zonodig met behulp van de monddelen naar een veiligere plek in het holletje getransporteerd.

Langzamerhand neemt de broedzorg af. Het wijfje is dan zeer verzwakt en sterft meestal spoedig. Zij wordt door haar eigen broed opgegeten.
De hele ontwikkeling van ei tot volwassen insect duurt 5,5 tot 8 maanden.

Leefwijze

De gewone oorworm is te vinden onder allerlei afval, onder stenen, in composthopen, bloempotten, molm en vergane bomen, tussen bladeren en planten, onder oude planken en dikwijls in bloemen, vooral die van dahlia’s.
Het zijn nachtdieren die een bepaalde (vrij hoge) vochtigheidsgraad eisen, anders overleven ze het niet. Verder voelen ze zich het prettigst bij een temperatuur van 26 tot 33℃.

Zij hebben een groot aanpassingsvermogen zodat ze van zeeniveau tot in gebergten voorkomen. Zowel de gewone (Forficula auricularia) als de minder algemene kleine oorworm (Labia minor) kunnen zeer lage temperaturen verdragen. Daardoor kennen deze soorten een grotere verspreiding dan andere oorwormen.

Oorwormen zijn nuttige insecten die restanten van plantaardig en dierlijk materiaal opruimen en zo bijdragen aan de humusvorming. Het zijn alleseters die hoofdzakelijk leven van plantaardig materiaal, zoals schimmelsporen, algen, mossen, bloemen, zachte bladeren, vruchten en onrijpe zaden. Ter aanvulling consumeren zij ook bladluizen en kleine rupsen, dierlijk materiaal dat in ontbinding verkeert en dode of gewonde insecten.

Schade

In de tuinbouw en de bloementeelt kunnen ze door hun vreterij schade aanrichten aan zachte vruchten en bloemen. Voor de mens zijn oorwormen echter volkomen onschadelijk.

Wering en preventie

Het komt vaak voor dat oorwormen woningen, caravans, tenten e.d. binnendringen, vooral als het buiten erg droog is, of in perioden van strenge vorst. Zij zoeken dan naar plaatsen die de voor hen noodzakelijke vochtigheid bieden.
Een effectieve wering van oorwormen bestaat uit het dichten van spleten en kieren in de buitenmuur en het afsluiten van ventilatieopeningen met een deugdelijk rooster of met fijnmazig gaas. Daarnaast is het verstandig om vochtige plaatsen met veel rottend materiaal te saneren en om composthopen en ander organisch materiaal in de directe omgeving van de woning op te ruimen of te verplaatsen naar een plek achter in de tuin.

Bestrijding

Mocht u veel overlast ondervinden van oorwormen, dan kunt u het beste proberen deze insecten te vangen en elders te deponeren. U kunt ze vangen door ‘s avonds vochtige doeken, dweilen of dubbelgevouwen jute zakken uit te leggen. Ook kunt u omgekeerde bloempotten neerzetten, losjes gevuld met (niet al te veel) vochtige houtwol, hooi of stro. Leg onder de rand van de bloempot een steentje of stokje om de oorwormen de gelegenheid te geven in de potten te kruipen. De gevangen insecten kunt u buiten uitzetten.
Een chemische bestrijding van oorwormen is onnodig en ongewenst.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.