Pyemotes_tritici

Rietmijt

Rietmijt (Pyemotes tritici LaGrèze-Fossat & Montagné)
Orde:
Trombidiformes
Familie:
 Pyemotidae

Wordt ook wel korenmijt genoemd. Ze leven in granen, hooi, stro of ander gedroogd plantaardig materiaal. Ze zijn heel klein en kunnen niet met het blote oog worden waargenomen.

Leefwijze

Een vrouwelijke mijt zal na paring opzoek gaan naar een bloedmaaltijd, bij voorkeur een insect. Na deze te hebben genuttigd legt ze haar eieren, het opmerkelijke is alleen dat de eieren in haar lichaam blijven. De jongen mijten komen als larve of nimfen uit het lichaam van hun moeder. Een vrouwelijke rietmijt kan tot wel 300 ontwikkelende mijten in zich hebben.

Overlast

Bij gebrek aan geschikte insecten voor een bloedmaaltijd, kunnen deze mijten ook andere dieren of mensen bijten. Mensen die werken met het geïnfecteerde hooi, stro, gedroogde planten of hout hebben het risico gebeten te worden door deze mijt, bijvoorbeeld rietdekkers kunnen na het leggen van een dak flinke jeuk krijgen. De beet zelf wordt meestal niet meteen opgemerkt maar levert pas enkele uren later klachten op. De beten veroorzaken rode vlekken met blaasjes, voornamelijk op armen en de romp. In ergere gevallen kan het leiden tot hoofdpijn, misselijkheid en overgeven. Verder kan de soort zorgen voor allergische reacties bij mensen en dieren, wat zich kan uiten in neuslopen, niesbuien en jeukende ogen. De grootste overlast is meestal in de (na)zomer en herfst.

Wering en bestrijding

De kans op een beet van de rietmijt is niet zo groot, omdat de mijten zich liever voeden met insecten. Wanneer er veel overlast is kan een insectenwerend middel met DEET worden gebruikt. Als men heeft gewerkt met hooi en/of stro kan een warme douche met zeep naderhand helpen. Een hernieuwd contact met geïnfecteerd hooi of stro dient vermeden te worden. De mijten kunnen echter niet langer dan 24 uur zonder voeding en ook de Nederlandse winters zullen deze mijten in de open lucht niet overleven, hierdoor is de overlast van de rietmijt meestal van tijdelijke aard.
Het bestrijden van deze mijten met biociden (=bestrijdingsmiddelen) kan eventueel door een professional worden uitgevoerd. Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel. Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl (onder toelatingen, bestrijdingsmiddelendatabank, zoeken).

Advies

Mocht de bestrijdingsactie, uitgevoerd aan de hand van deze informatie onvoldoende resultaat geven, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.