galmug, genus Leucecis (Cecidomyiidae) 2 [CC0]

Galmuggen (Cecidomyiidae)

Orde: Diptera (tweevleugeligen)
Familie: Cecidomyiidae (galmuggen)

Galmuggen zijn kleine, kwetsbaar gebouwde mugachtige insecten. Zij kunnen niet steken.
Hun naam verwijst naar het vermogen van veel soorten om als larve karakteristieke vergroeiingen (gallen) te veroorzaken op planten. In Nederland komen circa 400 verschillende soorten voor.

Algemeen

Niet alle galmuggen veroorzaken gallen. Er zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden bij de larven: larven die leven van schimmels of rottend organisch materiaal; larven die planten aantasten en gallen vormen; larven die jagen op andere ongewervelden, met name kleine insecten. Sommige roofzuchtige soorten worden ingezet als biologische bestrijding in de kastuinbouw.

Uiterlijk

Volwassen galmuggen zijn slechts enkele millimeters groot en bruinachtig, grijs of zwart van kleur. Ze hebben een slank en teer lichaam, relatief lange poten en lange, uit segmenten bestaande antennen. De vleugeladering is sterk gereduceerd. Zij kunnen worden verward met rouwmuggen (Sciaridae) en andere tweevleugeligen.

De larven kunnen wit, geelachtig, oranje, rood of roze van kleur zijn. Bij galvormende soorten bevinden de larven zich vaak in jonge bladeren, bloemknoppen, groeipunten, stengels of andere plantendelen.

Ontwikkeling & Leefwijze

De precieze leefwijze van de larven verschilt per soort. Een groot deel van de soorten leeft als larve van plantenweefsel en veroorzaakt gallen of andere vervormingen op planten. Andere galmuggen leven van schimmels/rottend organisch materiaal in de bodem, dood hout, etc. Daarnaast jagen bepaalde soorten op andere geleedpotigen, bijvoorbeeld bladluizen.

Sommige soorten hebben maar één generatie per jaar, terwijl andere soorten meerdere generaties vormen.

Schade

Galvormige soorten veroorzaken zwellingen en andere afwijkingen. Veelal is de schade enkel cosmetisch van aard en vormt het geen bedreiging voor de gezondheid van de boom of plant.

Andere soorten kunnen wel economische schade veroorzaken, waarbij de aantasting in land- en tuinbouwgewassen kan leiden tot beschadiging of afsterven van bladeren, bloemen, stengels, groeipunten of vruchten. Voorbeelden van dergelijke soorten zijn de frambozenschorsgalmug en de koolgalmug.

Wering & Preventie

Het kan bij galvormende soorten zinvol zijn om planten regelmatig te controleren op afwijkingen en om aangetaste delen van de plant tijdig te verwijderen.

Bij soorten die zich voeden met schimmelsporen of diverse rottende, plantaardige materialen, is er mogelijk sprake geweest van een lekkage van een afvoer. Wanneer deze broedplaats gesaneerd wordt, zal de overlast snel verdwijnen.

Bestrijding

Een bestrijding met behulp van biociden (= bestrijdingsmiddelen) is niet wenselijk. Het opsporen en saneren van mogelijke ontwikkelingsbronnen is het belangrijkste onderdeel van een succesvolle bestrijding.

Advies

Mocht de werings- en bestrijdingsmaatregelen uitgevoerd aan de hand van dit advies onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.