Goudoogdaas

Dazen

Dazen (Tabanidae)
Orde: Diptera (tweevleugeligen)
Suborde: Brachycera (vliegen)
Familie: Tabanidae (dazen)

Dazen kunnen heftig bijten. Deze beten kunnen voor mensen pijnlijk zijn. Toch is het hoofdzakelijk vee dat hinder ondervindt aan deze vliegen. Dazen zijn vrij groot en verschillend van kleur. Ze zijn langwerkig met een enigszins leerachtige huid. Aan de achterlijfspunt bevindt zich een adembuis. Veel voorkomende dazen in Nederland zijn regendazen (Haematopota spp.), goudoogdazen (Chrysops spp.) en runderdazen (Tabanus spp.).

Ontwikkeling en leefwijze

Dazen ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Zij ontwikkelen zich in ondiep water, op vochtig terrein en in het bos. Net als bij muggen zijn het alleen de wijfjes die steken (bijten). Dit gebeurt vooral bij warm weer. Zij zijn verzot op bloed van mens en dier. Veel dazen hebben bijzonder mooie ogen met gouden, rode en groene banden. Deze kleuren verdwijnen als de insecten dood zijn. De mannetjes, die zich dus niet met bloed voeden, voeden zich met nectar. Zij zijn dus ongevaarlijk.

Regendaas (Haematopota pluvialis)

De regendaas is de bekendste en meest algemene soort der dazen (Tabanidae). De regendaas bereikt een lichaamslengte van acht tot twaalf millimeter. Het lichaam is bruingrijs met vlekkerige strepen. Ook de ogen hebben een gevlekt, iriserend patroon. Bij de mannetjes liggen de ogen tegen elkaar aan, bij de vrouwtjes staan ze duidelijk uit elkaar. De soort komt voor in het grootste deel van Europa, het Nabije Oosten en het oostelijk Palearctisch gebied. De regendaas ontleent zijn naam aan de verhoogde activiteit kort voor en tijdens de regen. De regendaas kan zeer hinderlijk zijn voor de mens, in tegenstelling tot andere soorten dazen. Alleen de vrouwtjes bijten, op zoek naar bloed. De beet is pijnlijk en de daas laat niet los als zij wordt ontdekt. In België en Nederland is de regendaas voornamelijk actief van mei tot oktober.

regendaas (Haematopota pluvialis) Regendaas (Haematopota pluvialis)

Runderdazen (Tabanus spp.)

De larven van dazen leven op vochtige plaatsen, zoals onder stenen, in modder en nat rottend hout; ze voeden zich met andere insectenlarven, etc. De vliegen zijn actief op warme zonnige dagen. De mannelijke exemplaren bezoeken meestal planten en bloemen; de wijfjes zuigen bloed bij mensen en zoogdieren. Met hun schaar achtige monddelen snijden ze de huid van hun prooi open, waarna ze het bloed opzuigen. De steek kan vrij pijnlijk zijn.

Tabanus autumnalis Grijze runderdaas (Tabanus autumnalis)

Goudoogdaas (Chrysops spp.)

De goudoogdazen zijn te herkennen aan hun glanzende blauwgroene ogen en afstekende roodpaarse vlekjes. De achterkant lijkt op dat van een bij door de geel met zwarte banden. De vlieg wordt ongeveer 13 millimeter lang. De goudoogdaas leeft in heideachtige gebieden in de buurt van vochtige plassen. De larven van dazen leven op vochtige plaatsen, zoals onder stenen, in modder en nat rottend hout; ze voeden zich met andere insectenlarven, etc.

Goudoogdaas. Chrysops_relictus Goudoogdaas (Chrysops relictus).

Schade

Steekvliegen zijn hoofdzakelijk schadelijk voor vee en andere dieren. Door irritatie gaat hun conditie achteruit. De gevolgen hiervan leiden tot minder vleesopbrengst en geringere melkproductie. Voor de mens kunnen de steken soms erg pijnlijk zijn, maar van verdere schade is geen sprake.

Wering

Om dazen te weren moet men vochtige plaatsen zo droog mogelijk zien te krijgen. De menselijke huid kan waar nodig met insectenafweermiddel behandeld worden om beten te voorkomen. Dazen dienen als belangrijke voedsel bron voor andere dieren, zoals vogels en andere insecten. Ook eten de larven van sommige dazen andere insectenlarven en pissebedden. Zo houden zij de ontwikkeling van andere plaaginsecten deels in bedwang. Er is geen sprake van bestrijding van dazen.

Advies

Mochten de weringsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.