Grasvlieg

Grasvlieg

Grasvlieg (Thaumatomyia notata Meigen)
Orde: Diptera (vliegen en muggen)
Familie: Chloropidae (halmvliegen)

Van grasvliegen is bekend dat zij in het najaar samenkomen, met elkaar grote zwermen vormen en dan graag neerstrijken in klimop of wingerd, groeiend tegen de gevels van huizen.
Dat doen ze met de bedoeling in de beplanting of binnenshuis te overwinteren. Het komt ook voor dat de grasvlieg hoge flatgebouwen en kantoren uitkiest om er te overwinteren (vooral in de spouw).

Uiterlijk

De grasvlieg is geelglanzend of groen van kleur en heeft –duidelijk zichtbaar– drie glanzende, zwarte strepen op de bovenzijde van zijn borststuk. De vlieg is ca. 3 mm lang en heeft bijna geen haren. De ogen van de grasvlieg zijn groen; bij dode exemplaren wordt de kleur steeds donkerder.

Ontwikkeling en leefwijze

Vliegen ondergaan een volledige gedaanteverwisseling; dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult. De ontwikkeling van grasvliegen vindt volledig buiten gebouwen plaats, voornamelijk in ongemaaid, doorgaans verwaarloosd grasland. De larven leven tussen wortels van grassen, waar ze zich onder andere voeden met wortelluizen. Volwassen grasvliegen zijn bloembezoekers en voeden zich met nectar.

Grasvliegen overwinteren op beschutte plaatsen tegen of in gebouwen, vaak in klimop of wingerd tegen de gevel, of in spouwmuren.
Met een gezwollen achterlijf zoeken ze in het najaar deze plaatsen op, om er enkele maanden te verblijven. In het voorjaar vertrekken ze; dan zijn ze aanmerkelijk afgeslankt. Grasvliegen zijn volkomen onschadelijk, maar kunnen door de grote aantallen waarin ze in gebouwen voorkomen wel erg hinderlijk zijn.

Wering/preventie

Om een grasvliegenplaag in het najaar te voorkomen, moet op de eerste plaats in de zomermaanden het binnendringen in gebouwen onmogelijk gemaakt worden. Fijnmazig horrengaas is daarvoor geschikt (zolang kleine ventilatieopeningen maar niet over het hoofd gezien worden). Ook kan het helpen om gaten en kieren in de buitenmuur (o.m. bij sponningen) af te sluiten met kit of tochtstrippen en klimplanten tegen de gevel (gedeeltelijk) te verwijderen. Afdichten volstaat niet altijd. Grasvliegen kunnen ook via naden tussen de dakpannen binnendringen.

Bestrijding

Zodra de grasvliegen in het voorjaar actief worden, kan men het beste een paar ramen tegen elkaar open zetten of de grasvliegen opzuigen met een stofzuiger. Als dat onvoldoende effect geeft, zal met een biocide (=bestrijdingsmiddel) gewerkt moeten worden. Dat heeft alleen zin als de plaats waar de grasvliegenzwerm zich ophoudt, is opgespoord. Is die plaats goed bereikbaar, probeer dan eerst de zwerm voorzichtig met de stofzuiger op te zuigen. Zorg ervoor dat de ruimte waarin de grasvliegen zich bevinden is afgesloten. Probeer de grasvliegen bij het stofzuigen niet te veel te verontrusten; dan gaan ze zich door het gebouw verspreiden.

Mocht het gebruik van een insecticide onvermijdelijk zijn, ga dan eerst na of de gedode grasvliegen kunnen worden verzameld en verwijderd. Blijven deze liggen, dan gaat de massa op den duur stinken. Alleen als de omstandigheden daarvoor gunstig zijn, verdrogen de dode grasvliegen waarna de stank ophoudt.
Daarnaast is de dode massa aantrekkelijk voor allerlei insecten die van dood dierlijk materiaal leven, zoals bijvoorbeeld de larven van tapijtkevers. Het kan dus gebeuren dat een grasvliegenplaag wordt gevolgd door een tapijtkeverplaag die schadelijk is voor o.a. wollen kleding en vloerbedekking.

Mochten de grasvliegen, ondanks de getroffen maatregelen, jaarlijks terugkeren op een moeilijk toegankelijke plaats en voor overlast zorgen, dan dient een residueel werkend insecticide te worden gebruikt. Het middel moet gespoten worden in alle kieren en naden, op en nabij de entreeplaatsen van de grasvliegen. Vanzelfsprekend is deze actie slechts effectief wanneer die in het najaar plaatsvindt en door een deskundige en daartoe bevoegde bestrijdingstechnicus wordt uitgevoerd.

De bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide (=bestrijdingsmiddel) vermeld staan.
Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Chemisch afval

Resten van biociden en lege ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.