wasbeer (Procyon lotor) [CC0]

Wasberen (Procyon lotor (L.))

Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Procyonidae (Wasberen)

De wasbeer is een middelgroot roofdier dat oorspronkelijk uit Noord-Amerika komt. In Europa is de soort uitgezet voor de pelshouderij, maar is de soort ook door Amerikaanse militairen als mascotte meegebracht en heeft zich sindsdien in meerdere landen gevestigd. In Nederland wordt de wasbeer steeds vaker waargenomen, met name in grensregio’s en in waterrijke, bosrijke en stedelijke gebieden.

De wasbeer staat op de Unielijst van zorgwekkende invasieve invasieve exoten (EU-verordening 1143/2014). Dit betekent dat de soort binnen de Europese Unie als schadelijk wordt beschouwd voor biodiversiteit en ecosysteemfuncties. Voor deze soorten gelden specifieke regels ten aanzien van bezit, handel, transport en beheer.

Belangrijke feiten

  • Opportunistische alleseter met een groot aanpassingsvermogen;
  • Kan schade veroorzaken aan natuur, landbouw en gebouwen;
  • Invasieve exoot: opgenomen op de Unielijst van invasieve exoten;
  • Actief in schemering en nacht;
  • Draagt potentieel overdraagbare ziekteverwekkers met zich mee (o.a. spoelworm Baylisascaris procyonis).

Uiterlijk

De wasbeer is ongeveer zo groot als een kleine vos of een forse kat, met een lichaamslengte van 40–70 cm en een opvallend geringde staart van 20–40 cm. Het meest kenmerkend is het zwarte ‘masker’ rond de ogen en de lichtgrijze tot bruingrijze vacht.

De voorpoten zijn zeer beweeglijk en bijna handachtig. Wasberen gebruiken ze om voedsel te betasten en objecten te openen. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, ‘wassen’ ze hun voedsel niet uit hygiënische overwegingen; het natmaken lijkt samen te hangen met tastgedrag.

De prenten (pootafdrukken) zijn in modder of zand goed herkenbaar: vijf tenen met duidelijke nagelafdrukken. Ze lijken op kleine handjes met gespreide vingers.

Wasbeeruitwerpselen lijken sterk op die van een kleine hond: ze zijn donker, buisvormig, 5-8 cm lang en vaak in segmenten verdeeld. Ze bevatten vaak onverteerde etensresten (zoals nootjes, bessen of mais) en worden veelal in latrines op daken, boomstronken of opvallende verhogingen in de buurt van hun rustplaats gedeponeerd.

Biologie en leefwijze

Wasberen zijn uitgesproken opportunisten. Ze eten kleine zoogdieren en vogels, eieren, amfibieën, insecten, vis, fruit en stedelijk afval. Met hun snelle aanpassingsvermogen passen ze zich goed aan naar wat er voorhanden is. Vandaar dat ze in stedelijk gebied leven van het afval van de mens. Ook hebben ze een goed ontwikkeld reuk- en tastzin, dat ze gebruiken bij het zoeken van hun voedsel.

Wasberen geven de voorkeur aan waterrijke gebieden met schuilmogelijkheden en voldoende voedsel. Ze zijn vooral actief in de schemer en nacht en rusten overdag in boomholtes, gebouwen of op zolders. In stedelijke gebieden maken ze gebruik van daken, zolders, kruipruimtes en schuurtjes. Ze klimmen goed en kunnen via regenpijpen, bomen of schuttingen op daken komen. Een opening van 10 cm kan al voldoende zijn om binnen te dringen.

Ontwikkeling

Wasberen leven solitair of in klein familieverband. De paartijd valt meestal in januari en februari. Na een draagtijd van circa 2 maanden worden in het voorjaar gemiddeld 2 tot 5 jongen geboren. De jongen blijven ongeveer 8 tot 10 weken in het nest.

In het najaar worden de jonge wasberen zelfstandig, geslachtsrijp zijn ze doorgaans na één jaar. In het wil worden wasberen gemiddeld 3 tot 5 jaar oud; onder gunstige omstandigheden kunnen ze wel ouder worden.

Overlast en risico's

Overlast van wasberen kan bestaan uit geluid op zolder, vervuiling door uitwerpselen, beschadiging van isolatiemateriaal, plunderen van afvalcontainers en predatie van vogels of pluimvee.

Wasberen kunnen dragers zijn van parasieten, zoals de wasbeerspoelworm (Baylisascaris procyonis). De eitjes van deze parasiet kunnen via uitwerpselen in de omgeving terecht komen. Menselijke infecties zijn zeldzaam, maar kunnen ernstig verlopen. Goede bescherming bij het verwijderen van uitwerpselen is daarom essentieel.
Draag bij het verwijderen van de uitwerpselen handschoenen en bij voorkeur een mondmasker.

In het oorspronkelijke leefgebied heeft de wasbeer een negatief effect op vogelpopulaties. Voorlopig is hiervoor nog geen bewijs gevonden in Europa, al kunnen ze lokaal wel invloed hebben op bedreigde soorten.

Wering en preventie

Om wasberen te weren is het van belang om geen voedsel aan te bieden. Zorg ervoor dat afvalcontainers goed sluiten, voedselbronnen (bijv. diervoeder) onbereikbaar wordt gemaakt en er geen voer achterblijft voor wilde dieren.

Ook kan het helpen om ventilatieopeningen en openingen in daken, gevels, etc. af te dichten met stevig gaas of plaatmateriaal.

Bestrijding

De wasbeer staat op de Unielijst van zorgwekkende invasieve exoten (EU-verordening 1143/2014). Dit betekent onder meer een verbod op bezit, handel, transport en uitzetten. Ook zijn EU-lidstaten op basis van de Unielijst verplicht om maatregelen te treffen om verspreiding van de wasbeer te voorkomen.

Mocht u een wasbeer aantreffen, zowel in de directe omgeving (tuin, huis, schuur) als in de natuur, dan kunt u dit melden via waarneming.nl of via het wasberenmeldpunt.

Advies

Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.