zwarte zaadmier Tetramorium_caespitum2

Zwarte zaadmier

Zwarte zaadmier (Tetramorium caespitum L.)
Orde: 
Hymenoptera (vliesvleugelen)
Familie: Formicidae (mieren)

Zwarte zaadmieren komen voornamelijk voor op zandgronden (heidegebieden). Ze maken hun nesten in de open hei, onder stenen of tussen rottende stronken. Ook maken ze vaak een nest in de overgang van gras en heidestruiken.

Uiterlijk

Werkster: 2,3 tot 4 millimeter groot en bruinzwart van kleur
Koningin: 6 tot 8 millimeter groot en zwart van kleur
Mannetjes: 5,5 tot 7 millimeter groot en zwart/bruin van kleur met een zeer kleine kop, zelfs smaller dan het borstlichaam.

Ontwikkeling

Zwarte zaadmieren hebben net als andere mieren een volledige gedaanteverwisseling, wat betekent dat ze de volgende stadia doormaken: ei – larve – pop – imago (volwassen mier). In het voorjaar zijn de larven in het nest, ze zijn dik met een geelgetint peervormig lichaam. Mieren kennen een strikte taakverdeling: de koningin(nen) en de mannetjes zorgen voor de voortplanting en de werksters zorgen voor het verzamelen van voedsel, het verzorgen van het broed, het onderhoud van het nest en, in voorkomende gevallen, de verdediging van het nest. De paring vindt plaats tijdens een zogenaamde ‘ bruidsvlucht’, waarna de koningin een nieuwe kolonie start in de omgeving.

Schade

De zwarte zaadmieren komen bij uitzondering voor in woningen. Het kan voorkomen dat ze nestelen onder gebouwen en zo binnenkomen. In dit geval kunnen ze hinderlijk zijn in voedselvoorraden en in de keuken.

Wering en bestrijding

Om de mieren te weren dienen aantrekkelijke levensmiddelen in goed afgesloten potten en bussen bewaart te worden. Indien er toch overlast is kan men binnenshuis, indien enkele exemplaren ze verwijderen met behulp van de stofzuiger. Mocht u geregeld enkele mieren zien lopen, dan kan men deze eventueel bestrijden met de zogenaamde mierenlokdoosjes. Het gebruik van lokdoosjes heeft meestal maar beperkt succes. In gevallen waarbij grote aantallen mieren in gebouwen voorkomen en men het nest niet kan vinden, kan men een “naden en kieren”-behandeling (laten) uitvoeren. Buitenshuis kan u de looppaden of nestingang (laten) behandelen met poedervormige insecticide.
N.B.: De gevleugelde koninginnen en mannetjes bestrijden in de periode van de bruidsvlucht is niet goed mogelijk. De dieren komen eenmalig uit het nest en zwermen in alle mogelijke richtingen uit.

Voorkom dat kinderen, huisdieren en vogels in contact kunnen komen met biociden (= bestrijdingsmiddelen). Dit geldt zowel binnen- als buitenshuis.
Lees voor de toepassing van biociden altijd eerst de richtlijnen op het etiket en zorg ervoor dat contact met levensmiddelen uitgesloten is.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl (onder toelatingen, bestrijdingsmiddelendatabank, zoeken).

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het KAD.

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur