beverrat (Myocastor coypus)

Beverrat

Beverrat (Muocastor coypus Molina)
Orde:
Rodentia (knaagdieren)
Familie: Capromyidae (beverratten)

De beverrat wordt ook wel nutria genoemd. Het is een pelsdier uit Zuid-Amerika dat in verscheidene landen op pelsboerderijen wordt gefokt. In Nederland komt hij onder andere voor aan de Swalm, de Roer en de Maas, maar hij is ook al noordelijker aangetroffen. Deze soort is gevoelig voor strenge winters met dichtgevroren wateren.

Uiterlijk en ontwikkeling

De pels van de beverrat is bruin, met variatie van geelgrijs tot bijna zwart. Ze hebben een stompe snuit en achtervoeten met zwemvliezen. Hun staart is rond en korter dan het lichaam, 30-45 centimeter. Een volwassen beverrat is 40 tot 60 centimeter en kan 6 tot 10 kilo wegen. De beverrat heeft gemiddeld twee worpen per jaar, waarbij ze 2 tot 10 jongen krijgen. De maximale leeftijd van een beverrat is 4 jaar.

Leefwijze

Het voedsel van de beverrat bestaat uit vlees, vis, slakken, mosselen en (water-)planten. De holen zijn vaal aan stromend water met hoge oevers die uitmonden boven het water. De beverrat is een uitstekende zwemmer, maar is traag op het land.

Schade

De beverrat kan aanzienlijke schade veroorzaken aan landbouwgewassen, vooral aan suikerbieten, aardappelen en mais. Verder kan zijn graverij grote schade veroorzaken aan walkanten.

Bestrijding

Beverratten worden door muskusrattenvangers met klemmen gevangen. Als er schade wordt opgemerkt door de beverrat, is het advies om dit te melden bij de afdeling Fauna van de betreffende provincie.

Advies

Mocht de bestrijdingsactie, uitgevoerd aan de hand van deze informatie onvoldoende resultaat geven, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.