Arvicola terrestris

Woelrat

Woelrat (Arvicola amphibius Linnaeus)
Orde: Rodentia (knaagdieren)
Familie: Microtidae (woelmuizen)

De woelrat wordt ook wel het zwart waterratje genoemd.

Uiterlijk

Het dier heeft een stompe kop met nauwelijks zichtbare oren en ogen, en een korte staart. De lichaamsbouw is gedrongen en het lichaam is grijsbruin tot zwart gekleurd. Het lichaam is 16-22 cm lang met een staartlengte van 7,7-10,5 cm en een gewicht van circa 200 gram. Pasgeboren woelratten zijn kaal en blind.

Ontwikkeling

Wijfjes werpen gemiddeld 3-4 maal per jaar en de worpgrootte is 4-5 jongen. Het aantal worpen hangt echter samen met de temperatuur en de beschikbaarheid van voedsel. De draagtijd bedraagt 22 dagen en de zoogperiode naar schatting 4-6 weken. Jongen zijn na 3 maanden zelf geslachtsrijp. De vermoedelijke maximale levensduur is, inclusief winterslaap, zo’n 18 maanden.

Leefwijze

De woelrat leeft voornamelijk langs de waterkant, langs sloten, beken en stilstaand water met een bij voorkeur ruige oever. Vaak komen ze ook voor in hopen uitgebaggerde waterplanten. Vanaf het wateroppervlak maakt de woelrat op verschillende plaatsen gangen schuin omhoog tot ca. 20 cm in de oever en tot 10-20 cm boven de waterspiegel. De aanwezigheid van deze gangen wordt vaak verraden door hoopjes uitgegraven grond, die vlak voor het hol onder water liggen. De gangen worden onderling verbonden door een evenwijdig met het water lopende lengtegang. Als op een locatie veel woelratten voorkomen, lopen deze lengtegangen in elkaar door en kan deze een diameter krijgen van ca. 15 cm. De lengtegangen hebben op verschillende plekken uitgangen, die ook onder water kunnen liggen.

Woelratten kunnen uitstekend zwemmen en duiken. Het is voornamelijk een vegetariër, die zich normaal gesproken voedt met waterplanten, maar ’s winters ook allerlei knol-, bol- en pengewassen en wortels van vruchtbomen kan opeten. Dit kan soms fikse schade veroorzaken: er zijn gevallen bekend waar 10 jaar oude vruchtbomen geheel van hun wortels ontdaan werden. Sporen zijn vooral knaagsporen en er is duidelijk zichtbaar dat van onderaf gegeten is. Woelratten hamsteren ook: de wintervoorraden worden in voorraadkamers opgeslagen. Deze liggen soms 50 cm tot 1 meter onder het grondoppervlak.

Wering

De belangrijkste maatregel ter wering is het ontnemen van dekking en nestgelegenheid: en het verwijderen van rietkragen, stro en afval langs watergangen.