huismuizen PD

Huismuis (Mus musculus (L.))

Orde: Rodentia (knaagdieren)
Familie: Muridae (ware muizen)

Huismuizen behoren tot de familie der ware muizen. Van deze familie komen er in West-Europa 6 kleine soorten en 2 grotere soorten voor. Ware muizen hebben alle een vrij lange vacht en een lange dunne staart. De kop is meestal langgerekt met een spitse snuit. De ogen en oren zijn relatief groot. Ware muizen zijn omnivoren en hebben een breed voedselpakket. Ze houden geen winterslaap.

De huismuis verblijft meestal binnen gebouwen (muizenplagen in gebouwen worden meestal veroorzaakt door huismuizen) of in de directe omgeving ervan, maar komen ook wel voor in het vrije veld (akkers), van waaruit ze in het najaar naar gebouwen trekken.

Bekijk onze playlist met informatieve filmpjes over bijvoorbeeld Wat te doen tegen ratten en muizen? en Hoe een klem te zetten? 

Uiterlijk

De huismuis heeft een slanke bouw, met een spitse kop, grote oren en kraalogen. De lange dunne staart is even lang of langer dan het lichaam. Meestal is de rug van de huismuis lichtbruin tot donkergrijs en is de buik lichter van kleur. Er komen echter verschillende kleurvariëteiten voor. Volwassen huismuizen hebben een lichaamslengte van ± 7-10 cm en een gewicht tussen 15-30 gram, de pasgeboren jongen zijn kaal en blind.

Ontwikkeling en leefwijze

Een huismuis leeft circa 1 jaar. Vrouwelijke huismuizen zijn al geslachtsrijp vanaf 2 maanden en hebben gedurende hun levensduur gemiddeld 6 tot 10 worpen (nesten), met gemiddeld 5-6 jongen per nest. Ze hebben een draagtijd van 3 weken, gevolgd door een zoogperiode van 3 weken. Na twee maanden zijn de jongen geslachtsrijp en kunnen ook zij nakomelingen krijgen. Mits er voldoende voedsel en nestelgelegenheid aanwezig is, kan een populatie huismuizen snel groeien en resulteren in een plaag.

Huismuizen hebben een groot aanpassingsvermogen, zijn uitstekende klimmers tegen enigszins ruwe oppervlakken en kunnen tot ca. 30 cm hoogte springen. Graven en zwemmen doen ze zelden. Ze leven voornamelijk in gebouwen onder de vloeren, op zolders, achter wanden, boven of in isolatiemateriaal en in of onder opgeslagen materialen, al komen ze ook in de vrije natuur voor. De huismuis is voornamelijk ’s nachts actief, met een actieradius die soms niet meer is dan enige meters van het nest af. De reuk is het voornaamste zintuig van de huismuis. Huismuizen zijn erg nieuwsgierig, vreemde voorwerpen worden meestal niet geschuwd.

Het zijn alleseters met een duidelijke voorkeur voor granen, peulvruchten en noten, maar ook vetrijk voedsel zoals kaas, pindakaas, vet, boter, spek etc. en voedsel met een hoog suikergehalte wordt niet geschuwd. Gemiddeld eet een huismuis zo’n 3-5 gram per dag, bij voorkeur op rustige beschutte plaatsen. Ze hebben weinig behoefte aan vocht, daardoor kunnen ze zeer droge omstandigheden overleven.

Sporen en schade

De uitwerpselen van huismuizen zijn zwart en klein (zo’n 3-8 mm lang, 1-3 mm dik) en hebben wat weg van hagelslag. Ze worden verspreid aangetroffen en worden vrij snel hard. Naast uitwerpselen laat de huismuis prenten en sleepsporen van de staart achter in stoffige omgevingen. Ook “buiksmeer” op veel belopen randen en knaagsel (van onder meer isolatiematerialen) of knaagschade kan een indicatie zijn van de aanwezigheid van muizen.

Huismuizen kunnen ziektekiemen verspreiden zoals bijvoorbeeld bacteriën en ze bevuilen voedselvoorraden met uitwerpselen en urine. Daarnaast veroorzaken ze knaagschade aan diverse producten en materialen, waaronder ook kabels, en kan de urine en muskusgeur voor stankoverlast zorgen.

Wering

Voor particulieren zijn in Nederland na 26 december 2023 geen chemische bestrijdingsmiddelen (biociden) op basis van anticoagulantia toegelaten om muizen te bestrijden. Bestrijdingsmiddelen zijn slecht voor het milieu, kunnen resistentie veroorzaken bij onjuist gebruik en kunnen leiden tot doorvergiftiging naar dieren die vergiftigde muizen eten. Mede daarom is preventie van muizen van groot belang.

Gezien huismuizen zich door kleine openingen verplaatsen is het belangrijk om (ventilatie)openingen in buitenmuren te verkleinen tot maximaal 0,5 cm breedte met behulp van muizenroosters of bijenbekjes (niet van plastic, hier knagen zij doorheen). Dicht gaten, scheuren en kieren in muren, vloeren en bij deuren en ramen. Beperk het voedselaanbod door afval goed op te ruimen en voedselvoorraden op te bergen in goed afsluitbare containers. Ook voedsel in tuinen (vogel- en huisdiervoer, fruit, vruchten en noten op de grond) moet tijdig opgeruimd worden. Daarnaast is het van belang om het creëren van schuilplaatsen door langdurige opslag te vermijden en goederen vrij van wanden en de vloer te houden.

Bestrijding

Mocht ondanks het treffen van preventieve maatregelen, bestrijding van huismuizen noodzakelijk zijn, dat kan dit het beste gebeuren met behulp van klapvallen (klemmen). Bestrijding van huismuizen is zinloos zonder dat goede wering en andere preventiemaatregelen zijn toegepast. Dat is dus altijd een belangrijke stap, ook als muizen al aanwezig zijn. Probeer zoveel mogelijk als collectief te handelen. Informeer buren (vooral van belang bij aaneengeschakelde huizen) of ook zij overlast ervaren en onderneem gezamenlijk actie, om migratie te voorkomen en de bestrijding zo effectief mogelijk te maken.

Plaats klapvallen op de looppaden van muizen, zodanig dat ze onbereikbaar zijn voor huisdieren of kinderen, bijvoorbeeld in een speciaal hiervoor bestemde (kunststof) muizenkist. Voorzie de val van een aantrekkelijke lokstof, zoals pindakaas, en zet de val vast met bijvoorbeeld spijkers, schroeven of een ijzerdraadje. Zo voorkomt u dat een muis er met val en al vandoor gaat.

Gezien muizen erg nieuwsgierig zijn aangelegd, kunt u al snel resultaat behalen met klapvallen. Gevangen muizen kunnen worden afgevoerd met het restafval. Verwijder ook aanwezige keutels, zodat nieuwe sporen makkelijk gespot kunnen worden.

Let op: draag voor uw eigen veiligheid bij het verwijderen van muizen uit klemmen handschoenen en eventueel een mondkapje. Ook bij het verwijderen van uitwerpselen.

Wanneer de weringsmaatregelen en mechanische bestrijding tekort schieten kan een chemische bestrijding als laatste redmiddel dienen. Voor de uitvoering van een chemische bestrijding van de huismuis wordt geadviseerd contact op te nemen met een gediplomeerde deskundige in dienst van een gemeente of een bestrijdingsbedrijf.

Namen van bestrijdingsbedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Advies

Bij onvoldoende resultaten van de bestrijding of bij het vermoeden van resistentie adviseren wij u contact op te nemen met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.