Zwarte rat

Zwarte rat

Zwarte rat (Rattus rattus L.)
Orde: Rodentia (knaagdieren)
Familie: Muridae (ware muizen)

Oorspronkelijk zijn zwarte ratten niet inheems. Vanaf de Middeleeuwen komen ze in Europa voor. Ze zijn meegekomen met houten vrachtboten. De zwarte rat heeft de pestepidemieën onder de mensen verspreid. De pest werd via een beet van de rattenvlo op de mens overgebracht; daarvoor moest de rattenvlo zelf drager zijn van de pestbacterie Yersinia pestis.

Algemeen

Zwarte ratten komen in Nederland voor in havengebieden, en in delen van Noord-Brabant en Limburg in agrarische bedrijven en in veevoederbedrijven met een eigen aanlegplaats in het binnenland en tegenwoordig ook in stedelijke gebieden. In de tropen is de zwarte rat een boombewoner. In Nederland leeft de zwarte rat in gebouwen op hoge droge plaatsen (vlieringen, zolders, pakhuizen, havenemplacementen) en aan boord van schepen.

Uiterlijk

Rug en buik zijn blauwgrijs tot zwart; er zijn ook kleurvariëteiten, t.w.:

  1. Rattus alexandrinus: grijsbruin rugvacht, licht tot middelgrijze buikvacht
  2. Rattus frugivorus: grijsbruine rugvacht en witte buikvacht
  3. Rattus rattus: leigrijze rugvacht en buikvacht.

De zwarte rat is een zeer slank dier met een vrij spitse snuit, grote kraalogen en grote oren (komen naar voren gevouwen tot over het oog). Ze hebben een lange dunne staart die langer is dan het lichaam (17-25 cm). Een volwassen dier is 14-23 cm lang (zonder staart) en weegt ca. 150-250 gram. Pasgeboren jongen zijn kaal, blind en ± 3 cm lang.

Ontwikkeling

Zwarte ratten zijn na 3 maanden geslachtsrijp. De vrouwtjes dragen 20-24 dagen, de nestgrootte is 6-10 jongen, zoogperiode ± 3 weken.
Vermoedelijke levensduur is ca. 4 jaar, normaal 2 jaar.

Leefwijze

  • in Europa (hoofdzakelijk Midden- en Zuid-) sterk gebonden aan de menselijke samenleving en bio-industrie
  • reuk en snorharen voornaamste zintuigen
  • zeer schuw, ‘s nachts het meest actief
  • alleseter; voornamelijk granen, zaden, vruchten en andere zetmeelhoudende producten; doet aan voorraadvorming
  • leeft graag hoog in gebouwen; kan zeer goed op droge plaatsen leven; heeft minder behoefte aan vocht, dit in tegenstelling aan de bruine rat
  • leefgroep heeft een eigen territorium; in leefgebied worden geen soortgenoten geduld
  • holen worden vaak uitgeknaagd door betimmeringen heen; ook door dikke isolatieplaten
  • looppaden (“wissels” of “veegsporen”) ontstaan doordat ze met hun vuile poten en buikharen (buiksmeer) steeds langs dezelfde plaatsen komen.

Schade

Als dragers van ziektekiemen vormen zwarte ratten een bedreiging voor de volksgezondheid (pest, voedselvergiftiging). Ze consumeren gemiddeld 15 gram voedsel per dag en bevuilen daarbij voedselvoorraden met hun uitwerpselen en urine.
Ratten veroorzaken knaagschade aan o.m. verpakkingsmaterialen, houten vloeren, houten wanden en dakbeschot, leidingen en kabels (kortsluiting, storingen), isolatiematerialen.
In woningen zijn ze soms rustverstorend.

Verspreiding

Als een populatie zwarte ratten te groot wordt voor het territorium en er dus een tekort optreedt aan voedsel en/of schuilplaatsen, vindt migratie plaats. Verspreiding vindt ook plaats via schepen en door transporten.

Wering

Inspecteer regelmatig aan te voeren grondstoffen/ goederen (pallets, containers). Goederen in loodsen moeten vrij van de wanden opgeslagen worden en regelmatig controleren en langdurige opslag zoveel mogelijk vermijden. Voorraden zoveel mogelijk voor ratten onbereikbaar bewaren (afval in gesloten bakken, bij dierverblijven voor de avond voerresten opruimen).
Alle mogelijke toegangen (doorvoeropeningen van leidingen, gaten in vloeren, wanden, dakbeschot, gebroken kelderramen en ventilatieopeningen) voor ratten dichtmaken (max. 0,5 cm). Dit kan gerealiseerd worden met behulp van sneldrogend cement, blikbeslag, staalplaat o.i.d.).
Zorg ervoor dat (buiten)deuren goed sluiten.
Indien ’s avonds gewerkt wordt, een goede verlichting plaatsen bij openstaande deuren.
Zorg voor een goede schoonmaak.

Bestrijding

Niet alleen bestrijding uitvoeren in ruimten waar ratten worden gezien, maar ook in aangrenzende ruimten en nabijgelegen gebouwen onderzoek instellen op aanwezigheid van ratten, door zoeken naar “sporen” en/of controle van opname uitgezet (onvergiftigd) lokaas.

Ruim aantal voerplaatsen inrichten, bijv. op de looppaden om de 5-10 meter en in de directe omgeving van de hoog gelegen schuilplaatsen van zwarte ratten, zoals:

  • op dakbalken e.d.
  • onder golfplatendaken van stallen boven isolatieplaten
  • onder vloeren boven plafonds
  • in de omgeving van binnensilo’s/voeropslag.

Zonodig voorzieningen treffen om voerplaatsen in te richten, bijv.:

  • luikjes maken in plafonds of houten vloeren
  • luikjes maken in isolatieplaten
  • “bordesjes” maken tegen muren nabij toegangen tot schuilplaatsen
  • in niet afbrokkelende isolatieplaten openingen uitsnijden om brede glazen potten met een van schroefdraad voorziene hals in te kunnen draaien.

Van boven afgesloten voerkisten of voerdozen gebruiken voor uitzetten van het lokaas:

  • buiten bereik van kinderen, huisdieren, vee en vogels plaatsen
  • lokaas wordt aangeboden op beschutte plaats waardoor opname van het lokaas wordt bevorderd, ook als veel ander voedsel aanwezig is
  • voorkomt verspreiding lokaas
  • houdt lokaas stofvrij
  • voerplaatsen in te richten op hooggelegen plaatsen, zoals op dakbalken, spanten en spantverbindingen, verwarmingsbuizen, leidingen e.d.
  • controle opname en verversen lokaas dient op efficiënte wijze te worden uitgevoerd
  • desgewenst kunnen voerplaatsen worden genummerd en locaties ervan op plattegrond worden aangegeven.

Door gemeenten of bestrijdingsbedrijven gemengd lokaas mag ingevolge de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden niet aan derden worden afgegeven of verkocht.
Zo vers mogelijk lokaas gebruiken. Wettelijke Gebruiksvoorschriften, Gebruiksaanwijzingen, voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen als vermeld op het etiket van het middel nauwkeurig opvolgen.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen: www.ctgb.nl (onder toelatingen, bestrijdingsmiddelendatabank, zoeken).
Iedere voerplaats voorzien van ca. 100 gram lokaas. Na vermindering van de opname van het lokaas, kan met kleinere hoeveelheden worden volstaan.
Het is een vereiste dat alle voerplaatsen steeds in voldoende mate zijn voorzien van lokaas. Vooral in de beginfase van de bestrijding is tweemaal per week controle van alle voerplaatsen noodzakelijk. Geen vers lokaas uitzetten op restant lokaas dat verontreinigd is met uitwerpselen en urine. Beter is dan om het restant van het lokaas te verwijderen en de voerplaats van vers lokaas te voorzien. Alle voerplaatsen onder controle houden tot er geen opname meer plaatsvindt.

Periodieke controles van de voerplaatsen met onvergiftigd lokaas in vochtwerende plastic zakjes zijn ook op langere termijn nodig om er zeker van te zijn dat het object inderdaad ratvrij werd en nog steeds is.

Er zijn plaatsen in Nederland waar resistentie van zwarte ratten tegen bromadiolon is geconstateerd. Indien het vermoeden bestaat, dat er sprake is van resistentie, dan wordt geadviseerd om contact op te nemen met het KAD.

Gevaar voor doorvergiftiging is aanwezig, met name bij varkens (hokken frequent controleren op dode/aangeslagen ratten) en katten (extra goed voeren tijdens rattenbestrijdingsactie, vooral met melk, vlees of vis).

Door het treffen van weringsmaatregelen voorkomen dat zwarte ratten opnieuw het object binnen kunnen komen.

Voor de uitvoering van de bestrijding van de zwarte rat wordt geadviseerd contact op te nemen met deskundigen in dienst van gemeenten of bestrijdingsbedrijven.

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.

Afval

Resten van biociden en lege, ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als klein gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mocht de bestrijdingsactie, uitgevoerd aan de hand van deze informatie onvoldoende resultaat geven, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.