spin2

Spinnen

Klasse: Arachnida
Orde
: Araneae (spinnen)
Familie: behoren in Nederland tot een veertigtal families

Spinnen behoren tot de klasse van spinachtigen, waartoe ook hooiwagens, schorpioenen, mijten en teken behoren.
Alle spinachtigen hebben 8 poten, terwijl insecten er maar 6 hebben.
Enkele bekende spinnensoorten in Nederland zijn de huisspin en de trilspin binnenshuis, en de kruisspin en huiszebraspin buitenshuis.

Uiterlijk

Het lichaam van een spin bestaat uit 2 vrijwel even grote delen; het bij spinnen vergroeide kopborststuk en het achterlijf. Aan de voor- en zijkant van de kop staan meestal 8 (soms 6) enkelvoudige ogen. Ook aanwezig zijn 2 op pootjes lijkende tasters en 2 grote, sterke kaken met puntige gifklauwen waardoor een kanaaltje loopt naar de gifklieren. Bij een “beet” wordt het gif via het kanaaltje in het lichaam van het prooidier geperst.
De poten bevinden zich aan het kopborststuk. Het achterlijf is met een zachte huid bedekt en bevat spinklieren, waarmee spinsel geproduceerd wordt.

huisspin trilspin Enkele bekende spinnensoorten binnenshuis. Links: de grijze huisspin (Tegenaria domestica); rechts: de grote trilspin (Pholcus phalangioides).
kruisspin huiszebraspin Enkele bekende spinnensoorten buitenshuis. Links: de kruisspin (Araneus diadematus); rechts: de huiszebraspin (Salticus scenicus).

Ontwikkeling en leefwijze

Het aantal afgezette eitjes varieert afhankelijk van de soort spin van enkele tot bijna duizend stuks.
Er is bij spinnen sprake van broedzorg. De “webspinnen” maken meestal een spinsel in de vorm van een cocon, waarin de eitjes worden gedeponeerd. Bij de “jagers” wordt de cocon door de wijfjes meegedragen totdat de jonge spinnen zijn uitgekomen, soms zelfs nog een periode daarna.
Het kan voorkomen dat in huis veel jonge spinnetjes worden gevonden, die dan net uit een legsel gekropen zijn.

Spinnen hebben evenals insecten een uitwendig skelet, de chitinehuid; tijdens de groei vervellen ze enige malen.
De in Nederland levende spinnensoorten worden in het algemeen een jaar oud. Enkele soorten overwinteren en sterven in de herfst.

Spinnen verplaatsen zich veelal lopend, maar ook zwevend aan de door hen geweven “herfstdraden”. Zo kunnen vooral jonge spinnetjes zich tientallen meters door de lucht verplaatsen.

Vangen van prooi

De meest bekende soorten zijn de wielwebspinnen, zo genoemd naar het wielvormige web dat ze maken om hun prooi te vangen. Andere spinnensoorten vangen hun prooi met webben in de vorm van een trechter, een buis of een hangmat. Ook zijn er soorten die kriskras dooreenlopende draden of alleen maar struikeldraden maken.
Hoe eenvoudiger de webbouw is, des te actiever is de spin als jager. De echte jagers gebruiken geen web om hun prooi te vangen, maar besluipen of achtervolgen hun prooi. Vooral de tamelijk grote wolfspinnen zijn felle jagers die zeer snel kunnen lopen. Springspinnen benaderen hun prooi tot op enkele centimeters en bespringen deze dan.

Prooidieren

Indien in de tuin of in huis grote aantallen spinnen voorkomen, dan is dit een aanwijzing dat daar vele prooidieren (vliegen, muggen, etc.) aanwezig zijn.
Ter voorkoming van een plaag van deze prooidieren is het verstandig om de spinnen rustig hun gang te laten gaan. Het bestrijden van de prooidieren buitenshuis is een ondoenlijke zaak, omdat vele insectensoorten uit de wijde omgeving kunnen komen. Hun broedplaatsen zijn overal –afhankelijk van de soort– op bomen en planten, in de grond, in grasland of drassig terrein, etc.

Het nut van spinnen

Veel mensen zijn bang voor spinnen (arachnofobie), terwijl spinnen juist ontzettend nuttige dieren zijn. Zij voeden zich namelijk met vele, vaak schadelijke en hinderlijke insecten zoals muggen en vliegen, maar ook grotere insecten als sprinkhanen, kevers en wespen. Daarom wordt aanbevolen ze met rust te laten.

Schade en overlast

Voor de mens is een beet van de in Nederland levende spinnensoorten niet gevaarlijk, al kunnen enkele soorten wel pijnlijk bijten. Daarnaast zouden spinnen enige hinder kunnen veroorzaken door de vangwebben die ze maken, of wanneer ze in grote aantallen voorkomen.

Wering

Spinnen en insecten kunnen zich verschuilen in of toegang verschaffen tot de woning via openstaande ramen of deuren, via spleten tussen sponningen en kozijnen en het metselwerk, of via te grote ventilatieopeningen.
Om te voorkomen dat spinnen en hun prooidieren de woning binnendringen, kunt u ze weren door spleten en kieren te dichten met kit en ventilatieopeningen af te sluiten met een deugdelijk rooster of fijnmazig gaas. Ramen en deuren kunnen worden voorzien van goed sluitende horren.

Het bestrijden van spinnen is vanwege de nuttige aard van deze beestjes ongewenst.
In huis aanwezige spinnen kunnen worden weggevangen, bijvoorbeeld met behulp van een omgekeerd glas en een stevig stuk papier dat voor de opening wordt geschoven, waarna u de gevangen spinnen buitenshuis kunt loslaten.
Webben kunnen met behulp van een ragebol of de stofzuiger worden verwijderd.

Advies

Mochten de weringsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.