Stadsduif

Stadsduif (Columba livia f. domestica)

Orde: Columbiformes
Familie:
Columbidae (duiven)

De stadsduif is een verwilderde nakomeling van de rotsduif (Columba livia): in de tweede wereldoorlog losgelaten postduiven die niet op hun hok terugkeerden, deze worden ook wel “wedvluchtduiven” genoemd. De stadsduif komt, zoals de naam al doet vermoeden, in het algemeen voor in steden en dorpen. Ze vertonen een grote verscheidenheid in vorm, kleur en tekening.

Deze duivensoort wordt nog niet tot de beschermde vogels gerekend omdat ze ‘gedomesticeerd’ zijn. De stadsduif wordt soms ook wel de huisduif genoemd.

Ontwikkeling en leefwijze

Het voedsel van de stadsduif bestaat uit zaden, jonge scheuten van planten en struiken en vooral tafelafval in de vorm van brood en aardappelen.

Stadsduiven nestelen op harde ondergrond zoals vensterbanken, zolders, verandakasten en balkons, met een voorkeur voor een plek uit de wind. Tot 8 keer per jaar leggen ze 2 witte eieren in een erg slordig gemaakt nest. De eieren komen 17 dagen na het leggen van het tweede ei uit; de jongen vliegen na ongeveer 4 weken uit.
De stadsduif is geslachtsrijp vanaf ongeveer 5 maanden uit. Gemiddeld worden ze 7 jaar oud, met een vermoedelijke maximale leeftijd van 20 jaar. Een duivenpaar blijft bij elkaar ’tot de dood hen scheidt’.

Schade

De grootste vervuiling afkomstig van de stadsduif is in de vorm van hun mest: per duif produceren ze ca. 14 kilogram mest per jaar! De ammoniakhoudende uitwerpselen van de stadsduif tasten steen- en andere gevelmaterialen aan en bevuilen straten en woningen. Daarnaast kunnen duiven ook voor stank en geluidsoverlast (koeren) zorgen.

De stadsduif kan gastheer zijn voor allerlei parasieten zoals mijten, teken, vlooien, vogelwandluizen, veerluizen e.d. De stadsduif kan ook ziekten overbrengen. In de nesten van stadsduiven komt vaak een omvangrijke fauna, waaronder motten, vliegen, kevers, mijten, zilvervisjes en stofluizen voor. Daarnaast kunnen de nesten verstoppingen veroorzaken van hemelwaterlozingen.

Wering en preventie

Ter preventie is het belangrijk om nestelen onmogelijk te maken (met gaas, gaashorren of netten). De Rijksdienst voor de Monumentenzorg geeft voor bepaalde duifwerende maatregelen bij monumenten subsidie. Daarnaast is het belangrijk om de roestplaatsen ontoegankelijk te maken met schrikdraad, piramiden of roestvrijstalen naalden.

Bestrijding

Indien u stadsduiven gaat vangen met vangkooien of anderszins, dient u te beschikken over een opvang voor eventueel geringde duiven en deze 3 weken te bewaren om de eigenaar in de gelegenheid te stellen tot terugvragen. Hiervoor kunt u de ringnummers doorgeven op de website van de Duivensportbond om in contact te komen met de eigenaar.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.