Zwarte kraai

Zwarte kraai

Zwarte kraai (Corvus corone L.)
Orde:
Passeriformes (zangvogels)
Familie: Corvidae (kraaien)

Zwarte kraaien worden vaak aangetroffen op vuilnisbelten. Ook vindt men ze bij maïskuilen en langs de weg nabij aangereden vogels en kleine zoogdieren. Daarnaast pikt de zwarte kraai insectenlarven (engerlingen en emelten) uit grasvelden en gazons. Ook kunnen kraaien in de broedtijd een gevaar vormen voor jong kleinwild (pasgeboren haasjes) en jonge vogels. Het zijn alleseters.

Uiterlijk

De zwarte kraai is ongeveer 47 centimeter groot. Hij is egaal, dofzwart van kleur, heeft een volledig zwarte snavel en bezit geen ‘dij’-veren. Daarnaast is de snavel van de zwarte kraai korter, breder en stomper dan die van de roek en heeft geen kale mondhoek.

Ontwikkeling en leefwijze

Zwarte kraaien vormen bij het rusten zwermen, maar nestelen afzonderlijk in bomen of kliffen. Ze leven in paren die onderling zeer hecht zijn en verblijven het hele jaar in ons land.

De nesten bevatten 4-6 blauwgroene eieren. De broedduur is gewoonlijk 18 dagen met meestal 1 nest per jaar (broedperiode: maart tot juni). Jonge kraaien verlaten het nest na ca. 5 weken. In de natuur worden zwarte kraaien gemiddeld tussen de 4-6 jaar oud.

Wering/preventie

Het is belangrijk om roestplaatsen (zo worden slaapplaatsen genoemd) zoveel mogelijk tegen te gaan. Door middel van geluid (angstkreten van dezelfde vogel) gedurende een aantal dagen vol te houden zullen de zwarte kraaien uiteindelijk worden verjaagd. Het verjagen moet echter beginnen als het nog licht is en zodra de eerste zwarte kraaien verschijnen.

Advies

Mochten de maatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.