Zilvermeeuw

Zilvermeeuw

Zilvermeeuw (Larus argentatus Pontoppidan)
Orde: Charadriiformes
Familie:
Laridae (meeuwen)

Zilvermeeuwen zijn door heel Nederland wel te vinden. De zilvermeeuw voedt zich met een scala aan dingen, van vis, schaaldieren, insecten en jonge zoogdieren en vogels tot het etensafval van de mens. Door dit laatste zijn ze dan ook veel te vinden in de buurt van mensen en vuilstortplaatsen.

Uiterlijk

Het verenkleed is voornamelijk wit. De rug is lichtgrijs van kleur. De vleugelpunten zijn zwart met witte vlekken. In het winterkleed bevinden zich donkere strepen op de kop. De snavel is geel met een rode vlek bij de punt. De iris van het oog is helder geel. De poten zijn roze gekleurd.

Leefwijze

Het voedsel van de zilvermeeuw bestaat uit vis (grotendeels afkomstig van onze visserij), schelpdieren, strandkrabben, zeesterren, regenwormen, insecten, kleine zoogdieren, jonge vogels en etensafval van de mens, onder andere op vuilstortplaatsen. De kuikens worden in het begin vooral gevoerd met vis, insecten en regenwormen. Pas later worden schelpdieren en etensafval belangrijk. De meeste zilvermeeuwen overwinteren in eigen land en omringende gebieden. Slechts zelden trekken er vogels verder uit dan West-Duitsland of Noordwest-Frankrijk.

Broedtijd

Maanden april tot augustus – één legsel – drie olijfbruine eieren met bruine stippen.
Broedtijd: 28-30 dagen (beide partners) – vliegvlug: na 35-40 dagen, zelfstandig na 40-45 dagen.
Nesten worden meestal in duinen op de grond gebouwd maar ook wel op gebouwen. Vaak broeden de kleine mantelmeeuwen in kolonies in combinatie met zilvermeeuwen. Vooral op Texel, Zuid-Holland en in Zeeland zijn grote aantallen te vinden. In de maan-den april en mei worden 2-3 eieren gelegd. Deze worden door beide ouders uitgebroed. De jongen worden daarna nog een behoorlijke tijd door de ouders verzorgd, zelfs als ze al kunnen vliegen. De jongen zijn te herkennen door de grauwe bruingrijze kleuren.

 

Overlast

Het nestelgedrag in kolonies van de kleine mantelmeeuw en de zilvermeeuw en in mindere mate de stormmeeuw en het visdiefje zorgen voor overlast door hun gekrijs, uitwerpselen en agressief gedrag naar mensen.

Wering

Populatiebeheer door de eieren te behandelen en het gebruik van angstkreten. Alleen toegestaan bij integrale aanpak met ontheffing. Weren is mogelijk als ze op bepaalde plaatsen langs of op gevels zitten door het aanbrengen van pennen of schrikdraad.

Bestrijding

Voor de meeste vogels geldt dat ondanks de overlast die ze kunnen verzorgen, het verboden is ze te bestrijden als je hier geen specifieke toestemming voor hebt. Daarom is wering, ondanks dat dit niet altijd even makkelijk is, de belangrijkste methode om overlast te doen verminderen.

Advies

Mochten de maatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.