Sawtoothed grain beetle, Oryzaephilus sp.

Getande graan- en notenkever

Getande graan- en notenkever (Oryzaephilus spp.)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie: Cucujidae (smalkevers)

De getande graankever (Oryzaephilus surinamensis L.) en de getande notenkever (Oryzaephilus mercator Fauvel) behoren tot de secundaire aantasters van plantaardige producten. Dat houdt in dat primaire aantasters (zoals klanders) de voorraden al min of meer hebben verbrokkeld.

Uiterlijk

Beide soorten hebben aan elke kant het borststuk (thorax) 6 tandjes. De getande graankever en de getande notenkever lijken sterk op elkaar, maar zijn van elkaar te onderscheiden doordat het gedeelte van de kop achter het oog tot het borstschild bij de getande graankever groter is. Het borstschild heeft 3 ribbels in de lengteriching. De kevers zijn 2,5 – 3,5 mm lang en donker-roodbruin van kleur. Ze zijn slank en plat van vorm. De larven zijn witgeel van kleur en hebben een lengte tussen de 3 en 3,8 mm.

Oryzaephilus surinamensis Oryzaephilus mercator Links: de getande graankever (Oryzaephilus surinamensis), rechts: de getande notenkever (O. mercator).

Ontwikkeling

De graan- en notenkever ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Zij vervellen in hun larvale stadium 3 tot 4 keer. Een volwassen wijfje legt 300 tot 400 eitjes gedurende haar leven. De diertjes ontwikkelen zich het snelst bij temperaturen tussen de 20-35°C. Bij 20°C duurt de volledige cyclys zo’n 3 tot 4 maanden. Bij 35°C is dat 21 dagen. Wanneer de temperatuur lager is dan 18°C komt de ontwikkeling stil te staan.

Leefwijze

Graan- en notenkevers leven in opslagplaatsen en huishoudingen (vooral de getande graankever) tussen allerlei gedroogde plantaardige (meestal zetmeelhoudende) producten, maar ook in gedroogd fruit en noten. Zoals de namen aangeven heeft de getande graankever een voorkeur voor graanproducten en de getande notenkever een voorkeur voor noten en andere oliehoudende producten. In het algemeen tasten zij geen hele graankorrels of noten aan. Zij doen dit pas als andere insecten al een verbrokkeling in het product hebben aangebracht. De kevertjes zijn zeer slank, plat, bewegelijk en klein (tot 3,5 mm). Zij kunnen zich dus zeer goed verstoppen tussen verpakkingen, in naden en kieren van opslagruimten en in de producten zelf.

Schade

Graan of noten worden aan- en/of uitgevreten. Aangezien zij meestal optreden met graanklanders en andere primaire aantasters (rijstmeelkevers e.d.) kan de schade aanzienlijk zijn.

Wering

  • voorkom of dicht naden en kieren;
  • laat vloeren goed aansluiten op muren, voorkom ronde hoeken;
  • doorvoer van leidingen e.d. dienen goed afgedicht te zijn;
  • voorkom valse wanden;
  • tracht buizen en kabels zoveel mogelijk verticaal op te stellen (voorkomt opstapeling v. meel).

Bestrijding

Zoals vermeld komt bij temperaturen lager dan 20°C de ontwikkeling volledig stil te liggen. De primaire aantasters kunnen worden gedood door middel van een eventuele fysische bestrijding: schroef de temperaturen omhoog of omlaag zodat de insecten uit alle stadia gedood worden. Voor de exacte temperaturen en duraties van zo’n behandeling zie het kopje bestrijding op de pagina van bijvoorbeeld de klanders en rijstmeelkevers. Kleine aangetaste voorraden kunnen altijd gemakkelijk worden verwijderd.

Insecten kunnen vaak lange tijd overblijven in voedselresten tussen naden (denk aan de vloer!), kieren, achter dubbele wanden etc. Zorg er daarom voor dat de keuken, opslagruimte of provisiekast die de bron van besmetting vormt, geheel en grondig wordt schoongemaakt. En verwijder de zakken met afval uit het huis.
Omdat de besmettingsbron(nen) gemakkelijk kunnen worden opgespoord en verwijderd, is het gebruik van insecticiden onnodig en af te raden.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.