Lapsnuitkever

Lapsnuitkevers

Lapsnuitkevers (Otiorhynchus spp.)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie: Curculionidae (snuitkevers)

Zowel de volwassen lapsnuitkevers als hun larven kunnen veel schade veroorzaken in boomkwekerijen en tuinderijen. Zij vreten o.a. aan de bladeren en het wortelgestel van vaste planten, heesters, rozen en potplanten. Elke keversoort heeft z’n eigen voorliefde voor bepaalde gewassen.

 

Soorten

Talrijke plantensoorten worden door lapsnuitkevers aangetast. Zo vreet de gegroefde lapsnuitkever (Otiorhynchus sulcatus F.) aan rododendron, azalea, primula, cyclaam en aardbei.
De kleine lapsnuitkever (Otiorhynchus ovatus L.) houdt ook van aardbeiplanten, maar vreet daarnaast aan andere fruitgewassen, in het bijzonder aan bramen en frambozen.
De cyclamenlapsnuitkever (Otiorhynchus rugosostriatus Goeze) heeft verschillende gewassen op het menu, terwijl de gevlekte lapsnuitkever (Otiorhynchus singularis L.) de voorkeur geeft aan jonge loofbomen, coniferen, heesters en verschillende kruidachtige planten.

Uiterlijk

Lapsnuitkevers hebben een karakteristiek uiterlijk, waarbij de lange snuit en de knievormig gebogen antennen met een min of meer knotsvormig uiteinde opvallen. Ze kunnen niet vliegen; de vleugels zijn aan elkaar vastgegroeid.

De gegroefde lapsnuitkever is 9 tot 10,5 mm lang, zwart van kleur en heeft duidelijk getande dijen. Hij heeft een bovenzijde met fijne bruine haren; op de dekschilden zijn verspreide vlekjes te zien, bestaande uit grauwgele haartjes.

De kleine lapsnuitkever is maar 5 tot 5,5 mm lang, zwart tot donkerbruin van kleur, met bruinrode antennen en poten. Hij is fijn behaard en de dekschilden zijn ovaalvormig met 10 groeven.

Ontwikkeling en leefwijze

Kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult.

De volwassen kevers, die gewoonlijk in juni in ons land verschijnen, voeden zich met de bovengrondse delen van planten. Overdag houden de kevers zich schuil in de grond, onder stenen of op andere beschutte plaatsen; ‘s nachts komen ze tevoorschijn op zoek naar iets eetbaars. Na een korte periode worden de eitjes afgezet, waaruit ca. 3 weken later de larven komen.
Omdat er zelden mannetjes van de gegroefde lapsnuitkever worden aangetroffen, plant het wijfje zich maagdelijk (parthogenetisch) voort. Ze legt tot ca. 1000 onbevruchte eitjes.
Ook het wijfje van de kleine lapsnuitkever legt onbevruchte eitjes, zij het maar ca. 50 stuks.

Aanvankelijk voeden de larven zich met plantaardig afval. Later zoeken zij plantenwortels op om zich mee te voeden. Ze overwinteren in de grond en gaan pas in het voorjaar weer verder met hun vreterij. In mei verpoppen de volgroeide larven zich. Dit geldt alleen voor “buiten”omstandigheden; in een verwarmde kas of in een huiskamer, kan de ontwikkeling sneller verlopen en hoeft er geen overwintering plaats te vinden.

Het komt regelmatig voor dat de gegroefde lapsnuitkevers al in de maanden januari en februari in woningen worden aangetroffen. Dit komt doordat zij zich ook goed kunnen ontwikkelen in een plantenbak en in bloempotten met kamerplanten.

Schade

De enige schade die binnenshuis wel eens optreedt, is een lichte tot matige vreterij aan de bladeren van kamerplanten en hun wortels (dat laatste door de larven van de lapsnuitkever).

Wering en preventie

Er bestaan verschillende manieren om te voorkomen dat de kevers in huis komen en schade kunnen aanrichten. Dit kan door o.a. naden, kieren en spleten in de buitenmuur te dichten en ventilatieopeningen af te sluiten met fijnmazig gaas. Plaats horren voor de ramen of houd ramen en deuren ’s avonds gesloten.
Daarnaast kan potgrond soms larven van lapsnuitkevers bevatten. Controleer voor gebruik de grond door deze te zeven en eventueel aanwezige larven te verwijderen. Ook kunt u de potaarde vernieuwen.

Bestrijding

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tegen lapsnuitkevers is  niet zinvol en wordt afgeraden, aangezien deze kevers voor de meeste insecticiden ongevoelig zijn.
De meest effectieve bestrijding van lapsnuitkevers binnenshuis is het opsporen, vangen en buitenzetten van de kevers.
Het kan voorkomen dat bepaalde kamerplanten slecht groeien als gevolg van schade door de larven van de lapsnuitkever. In dat geval adviseren wij om de grond te controleren op witte, tot ca. 1 cm lange, gekromde larven.
Mochten dergelijke larven in de potgrond voorkomen, dan is het verstandig om de plantenbakken of bloempotten van nieuwe aarde te voorzien. Een bruikbaar alternatief is het zeven van de grond.
Goede raad: controleer ook de resterende voorraad potgrond op de aanwezigheid van larven.

Biologische bestrijding

De larven van de gegroefde lapsnuitkever zijn ook te bestrijden met aaltjes, zoals Steinernema kraussei en Heterorhabditis bacteriophora, die in de grond leven. Deze aaltjes dringen bij de larven naar binnen, waarna vanuit de aaltjes bacteriën vrijkomen waaraan de larven doodgaan. In de dode larven vermenigvuldigen de aaltjes zich snel, waarop ze de larven verlaten en op zoek gaan naar nieuwe “slachtoffers”. De cyclus herhaalt zich zo keer op keer. Via de meeste tuincentra zijn deze aaltjes te bestellen.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.