Tabakskever

Tabakskever

Tabakskever (Lasioderma serricorne F.)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie:
Anobiidae (klopkevers)

De tabakskever leeft voornamelijk in (sub)tropische landen. Daar kan de larve grote schade aanrichten aan o.a. langdurig opgeslagen tabaksvoorraden en aan allerlei gedroogde plantaardige en dierlijke voorraden. Het zijn enkel de larven die vraatschade veroorzaken en uitermate schadelijk zijn. Volwassen tabakskevers nemen zelf geen voedsel op.
In ons land worden ze met producten ingevoerd en kunnen ze zich afhankelijk van de temperatuur handhaven en vermeerderen.

Uiterlijk

De tabakskever is 2 tot 4 mm lang, roodbruin van kleur en in lichte mate bedekt met fijne haartjes. De antennen hebben de vorm van een zaag.
De kevers zijn gedrongen gebouwd, waarbij de kop bedekt is door een opvallend halsschild. Men kan het idee krijgen dat ze zich oprollen, waardoor de kop zich bijna onder het borststuk bevindt. Ze kunnen zeer goed vliegen.
De larven van de tabakskever zijn 3 tot 4 mm lang, wit van kleur en bezitten een donkere kop. Ze zijn dicht behaard en hebben 3 paar poten, waarmee ze zich goed kunnen verplaatsen.

Ontwikkeling

Kevers ondergaan een volledige gedaanteverwisseling. Dit wil zeggen dat de ontwikkeling 4 stadia kent: ei–larve–pop–adult. Het vrouwtje legt 10 tot 100 eitjes los tussen de producten.
Bij een gemiddelde temperatuur van 27°C komen de jonge larven al na 6 tot 7 dagen uit het eitje. Dit duurt langer bij lagere temperaturen en onder de 20°C worden er zelfs geen eitjes meer gelegd.

In de eerste levensstadia is het lichaam van de larve gestrekt. Naarmate hij meer voedsel tot zich neemt, zal het lichaam kommavormig worden.
Wanneer de larven volgroeid zijn, zullen zij een cocon maken om zich in te verpoppen. Deze cocon vindt men doorgaans bij tabak op of in de (uitgevreten) bladsteel. Bij sigaren aan het dekblad en aan de binnenkant van de doos.

De ontwikkelingsperiode varieert sterk en hangt van van de temperatuuromstandigheden en het voedselaanbod. Bij warm zomerweer duurt de complete ontwikkeling van ei tot volwassen tabakskever ongeveer 80 dagen. Bij temperaturen onder de 18°C staat de groei van de larven stil; zij verkeren dan in een rusttoestand. Als een temperatuur van 10 tot 15°C  lang aanhoudt, zullen de larven langzaam maar zeker doodgaan.

Leefwijze

Pas uitgekomen larven zwerven zeer actief rond, net zo lang totdat ze geschikt voedsel hebben gevonden. Door hun geringe afmetingen kunnen de larven gemakkelijk door de kleinste openingen dringen. Ze vertonen een grote drang om zich te verplaatsen en kunnen tot wel 10 dagen zonder voedsel.
De larven leven het liefst van tabaksproducten, al komt het ook voor dat ze zich voeden met andere materialen van plantaardige en soms dierlijke oorsprong zoals grondnoten, koeken, cacaobonen, zaden, kruiden, rijst en gedroogde vis en vismeel.

Zowel de volwassen tabakskevers als de larven zijn uitgesproken lichtschuw; zij zullen zich ophouden tussen de producten en in naden en kieren van de opslagruimten. Als ze aan licht worden blootgesteld, verbergen ze zich zo snel mogelijk.

Volwassen tabakskevers leven 2 tot 6 weken en eten niets tijdens hun levensduur.

Schade

Het zijn enkel de larven die voor veel knaagschade in producten zorgen, met name in ruwe tabak en tabaksartikelen. Lang opgeslagen tabak wordt makkelijker aangetast dan verse tabak.
Daarnaast raakt het product vervuild met uitwerpselen en cocons.

Wering en preventie

Een regelmatige controle van de producten is bij langdurige opslag gewenst, zeker in verwarmde ruimten en tijdens de zomer. Houd bij voorkeur een zo kort mogelijke opslag aan en verpak het eindproduct zo goed mogelijk. Verder wordt geadviseerd om de temperatuur in opslagruimten laag te houden en voor een goede luchtcirculatie te zorgen.

Maak opslag- en productieruimten regelmatig schoon en reinig leeggekomen opslagruimten goed. Voorkom dat gemorste producten blijven liggen, vooral in hoeken en onder stellingen en machines.
Verder dient u levensmiddelen –zo mogelijk– te bewaren in goed afsluitbare bussen.

Bestrijding

  • Op kleinere schaal
    Wanneer de aanwezigheid van tabakskevers wordt geconstateerd, dan moet in de eerste plaats de bron worden opgespoord. Een snelle verwerking of een algehele vernietiging van aangetaste, kleine voorraden is een effectieve manier van bestrijden.
    Aangetaste voorraden kunnen ook gekoeld worden. Een temperatuur van -10°C gedurende ca. 5 dagen (exclusief de tijd van het voorkoelen) is dodelijk voor alle ontwikkelingsstadia.

    Na verwijdering van de bron(nen) moet de opslagruimte of provisiekast geheel en grondig worden schoongemaakt, inclusief de hoeken, naden en kieren.

    Chemische middelen zijn voor de bestrijding van de tabakskever over het algemeen gesproken niet nodig, tenzij er sprake is van grootschalige aantasting.

  • Bedrijfsmatig
    In een magazijn of opslagruimte is het na verwijdering van de aangetaste voorraden noodzakelijk om de ruimte goed schoon te maken en eventueel een naden- en kierenbehandeling toe te passen met een voor dat doel toegelaten werkzame stof.

    De bestrijding dient plaats te vinden met inachtneming van de voorzorgsmaatregelen en de Wettelijke Gebruiksvoorschriften die op het etiket van de biocide vermeld staan.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide (=bestrijdingsmiddel) wilt checken, kunt u de bestrijdingsmiddelendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen.

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.
Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

Waarschuwing

Het is van groot belang dat u nooit voedingsmiddelen behandelt met biociden (= bestrijdingsmiddelen)!

Chemisch afval

Resten van biociden en lege ongereinigde verpakkingen moeten worden beschouwd als gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de wering- en bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van deze informatie, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.