Tabakskever

Tabakskever

Tabakskever (Lasioderma serricorne F.)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie:
Anobiidae (klopkevers)

De tabakskever leeft voornamelijk in (sub)tropische landen. Daar kan het dier grote schade aanrichten aan o.a. langdurig opgeslagen tabaksvoorraden en aan allerhande gedroogde plantaardige en dierlijke voorraden zoals grondnoten, koeken, cacaobonen, zaden, kruiden, rijst, vijgen, paprika’s, gedroogde vis en vismeel.

Uiterlijk

De tabakskever is 2 tot 4 mm lang, roodbruin van kleur en in lichte mate bedekt met fijne haartjes. De antennen van de tabakskever hebben de vorm van een zaag. De bouw is vrij gedrongen en men krijgt soms het idee dat de tabakskever zich oprolt, waardoor de kop zich bijna onder het borststuk bevindt. Op zoek naar voedsel kan de tabakskever van de ene naar de andere partij vliegen. De larve van de kever is wit en kan 3 tot 4 mm lang worden.

Ontwikkeling

De wijfjes van de tabakskever leggen in tabak of in andere producten 10 tot wel 100 eieren. Bij een gemiddelde temperatuur van 27°C komen de jonge larven al na 6 tot 7 dagen uit. Bij een lagere temperatuur kan dit langer duren. Daalt de temperatuur onder de 20°C, dan worden door de kevers geen eieren meer gelegd.

De ontwikkelingsperiode varieert sterk en hangt af van de voedings- en temperatuuromstandigheden. Bij warm zomerweer duurt de complete ontwikkeling van ei tot volwassen tabakskever 80 dagen. Bij temperaturen onder de 18°C staat de groei van de larven stil. Zij verkeren dan in een rusttoestand. Als een temperatuur van 10 tot 15°C lang aanhoudt, gaan de larven langzaam maar zeker dood.

Leefwijze

De zojuist uitgekomen larven zwerven zeer actief rond, net zo lang totdat ze geschikt voedsel hebben gevonden. Ze kunnen zo’n 10 dagen honger verdragen en vertonen een grote drang om zich te verplaatsen.
Door hun geringe afmetingen kunnen de larven gemakkelijk door de kleinste openingen dringen. De larven zijn uitgesproken lichtschuw; als ze aan licht worden blootgesteld, dan verbergen ze zich zo snel mogelijk. Zodra de larve volgroeid is, maakt ze een cocon waarin zij zich verpopt. Deze cocons vindt men doorgaans bij tabak, bijvoorbeeld op, of in de (uitgevreten) bladsteel; bij sigaren aan het dekblad en aan de binnenkant van de doos.

Bestrijding

  • Op kleinere schaal
    Een snelle verwerking of een algehele vernietiging van aangetaste, kleine voorraden is een effectieve manier van bestrijden. Een geschikt alternatief is het invriezen van een aangetaste voorraad. Bij een temperatuur van -10°C gedurende 5 dagen (exclusief de tijd van het voorkoelen) worden alle levensstadia van de tabakskever gedood.
    Levensmiddelen dienen bij voorkeur te worden bewaard in goed sluitende voorraadbussen. In het algemeen gesproken adviseren wij om een dierplaag te voorkomen door levensmiddelen zo kort mogelijk, en onder droge en koele omstandigheden, op te slaan.
    Zijn er twijfels over de aantasting van producten, inspecteer de voorraad dan nauwkeurig. Zodra aangetaste voorraden zijn weggehaald, dient de opslagruimte grondig te worden gereinigd. Larven en kevers kunnen namelijk lange tijd overleven in resten van allerlei producten die in naden en kieren zijn achtergebleven!
    Chemische middelen zijn voor de bestrijding van de tabakskever in het algemeen gesproken niet nodig, tenzij er sprake is van grootschaligheid.

  • Bedrijfsmatige opslag
    Mocht de tabakskever de kwaliteit van de voorraad levensmiddelen ernstig aantasten, dan worden additionele maatregelen geadviseerd. Op de eerste plaats is dat een grondige reiniging van alle lege opslagplaatsen en deze (waar nodig) behandelen met toegelaten biociden (= bestrijdingsmiddelen).
    In grote opslagplaatsen voor tabak of voedingsmiddelen kan men feromoonvallen ophangen voor regelmatige controle op de aanwezigheid van tabakskevers. Als men de temperatuur in opslagplaatsen onder 18°C houdt, staat de ontwikkeling van tabakskevers stil.
    Van belang is dat de hygiëne optimaal is; dus geen zwerfvuil laten slingeren. Ook naden en kieren regelmatig goed schoonmaken zodat de larven zich niet kunnen terugtrekken om te verpoppen.

Wanneer u een werkzame stof of de toelatingsstatus van een biocide wilt checken, kunt u de toelatingendatabank van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) raadplegen.

Namen van bedrijven kunt u vinden op de site van de beide brancheverenigingen (NVPB en Platform Plaagdierbeheersing) en bij de Kamer van Koophandel.

Afval

Resten van biociden en lege ongereinigde verpakkingen dienen te worden beschouwd als klein gevaarlijk afval. Wij adviseren u daarom deze resten in te leveren bij het KGA-depot in uw gemeente.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het KAD.

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.