Stambonenkever

Stambonenkever

Stambonenkever (Acanthoscelides obtectus Say)
Orde: Coleoptera (kevers)
Familie:
Chrysomelidae (bladkevers)

De stambonenkever is van Amerikaanse herkomst en wordt daar de “common bean weevil” genoemd. Geregeld worden stambonenkevers in ons land aangetroffen in gedroogde witte, bruine en kievitsbonen. Alleen deze bonen blijken aantrekkelijk; andere soorten worden praktisch niet aangetast. Vooral in warmere streken is de stambonenkever voor de bonenteelt een grote bedreiging.

Uiterlijk

De stambonenkever is 3-5 mm lang. De dekschilden bedekken het achterlichaam niet geheel. De kever is voornamelijk olijfbruin van kleur en heeft donkerbruine vlekken op de dekschilden. Het niet-bedekte deel van het achterlijf is geelrood behaard. De achterkant van het halsschild is in het midden gebogen.

Ontwikkeling

In de zomer bevinden de kevers zich in het veld tussen de bonenplanten. Tijdens de periode waarin de peulen beginnen te rijpen, knagen de bevruchte wijfjes een minuscuul gaatje in de peulwand en deponeren ze enkele eieren in de peul. Al spoedig verlaten de jonge larven de eieren. Tijdens dit eerste stadium kunnen ze zich goed voortbewegen. Ze dringen (via een nauwelijks zichtbaar gaatje) de zaden binnen. Per boon kan het aantal larven oplopen van 2-7. Bij een gunstige temperatuur ontwikkelen de larven zich vrij snel. Lage tempera-turen hebben een remmend effect op de ontwikkeling.
De verpopping vindt plaats net onder de zaadhuid, in een door de larve uitgeknaagde holte. De popholten zijn steeds aan de buitenzijde van de boon te herkennen door de cirkelronde, donkere “venstertjes”. De stambonenkever verlaat de boon door het venstertje uit de zaadhuid los te knagen.
Indien dergelijke aangetaste bonen worden opgeslagen in een pakhuis of bij particulieren, dan leggen de uitkomende wijfjes hun eieren tussen de losse, droge bonen, waarna de larven op hun beurt in de zaden doordringen.
Deze kever is een typisch voorbeeld van een combinatie van een voorraadinsect en een insect dat op het veld het gewas kan aantasten.

Wering en bestrijding

Voorraden die in ernstige mate zijn aangetast, kan men het beste direct opruimen. Bewaar partijen bonen die nog niet zijn aangetast in goed afsluitbare flessen, bussen, kunststof potten of trommels en controleer ze nauwkeurig en met regelmaat. Het is aan te bevelen om de bonen op een koele plaats te bewaren.
Door de bonen enige tijd in de vriezer onder te brengen, worden alle stadia van deze soort gedood. Richtlijn: gedurende 5 dagen bij een temperatuur van -12ºC of 3 dagen bij -20ºC. Wees erop bedacht dat letterlijk álle bonen gedurende de genoemde tijdsduur van deze temperatuur doordrongen moeten zijn. Het is dus raadzaam om een langere tijd of een lagere temperatuur aan te houden.
Deze koelmethode kan ook worden toegepast voor zaaibonen, indien althans het vochtgehalte niet boven de 12% uitkomt. Goede raad: let erop dat de bonen, direct na het koelen, niet vochtig worden door de vorming van condenswater.
Alternatief voor koeling is verhitting. Geen enkel stadium van de stambonenkever overleeft dit. Richtlijn: eieren 10 minuten bij 52ºC, larven 7 minuten bij 55ºC, poppen 25 minuten bij 55ºC en volwassen kevers 4 minuten bij 55ºC.

Het is gewenst om reeds aangetaste voorraden bonen in het voorjaar op te maken of te vernietigen, zodat in het volgende seizoen geen besmetting kan plaatsvinden van bonen in het veld. Bewaar ook niet-aangetaste bonen niet te lang (niet langer dan één jaar). Bonen van de “oude” oogst moeten op zijn laatst in de loop van de daaropvolgende zomer opgemaakt zijn. Zorg er tot slot voor dat de bonen van de “oude” oogst weg zijn en de opslagruimte grondig is schoongemaakt, voordat de bonen van de nieuwe oogst erin komen.

Advies

Mochten de bestrijdingsmaatregelen, uitgevoerd aan de hand van dit advies, onvoldoende resultaat opleveren, neem dan contact op met het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).

Disclaimer

Deze informatie wordt u verstrekt zonder dat er een expert van ons ter plaatse geweest is. Dit betekent dat u deze informatie op eigen risico gebruikt. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor enige (vervolg-)schade die hieruit voortvloeit. Om zeker te weten om welk dier het gaat en de overlast zoveel mogelijk te beperken, raden we u altijd aan om een determinatie bij ons te laten doen of een onderzoek ter plaatse te laten verrichten door een KAD-adviseur.